Don Ceder
lid Tweede Kamer · ChristenUnie · Netherlands
“We hebben hierover een motie ingediend waarop we nog een appreciatie van de minister krijgen. Ik hoop dat die positief is, want het is voor ons een belangrijke pijler. Volgens mij heb ik de heer Sjoerdsma daar in zijn bijdrage ook over horen spreken. Voorzitter.”
“Ik vind het een onduidelijk signaal aan Iran als we ondertussen op dezelfde voet daarmee doorgaan. Graag een reactie van de minister. Voorzitter. Ik heb het in het vorige debat gehad over Armenië. Ik heb het daarover uitvoerig gehad met de minister.”
“Ik zag de kracht van verzoeningsprojecten. Mensen uit verschillende groepen, die soms misschien ook hele extreme opvattingen hebben, ontmoeten elkaar, zien elkaar en praten over hun toekomst. Ik denk dat Nederland in de unieke positie zit om daar wat aan bij te dragen. Daarom stel ik ook de volgende vraag over verzoeningsprojecten.”
“Minder welvarende landen krijgen in ruil voor naleving van internationale conventies op het gebied van onder andere mensenrechten en milieu significante handelsvoordelen in hun contacten met Europa. In dit verband ben ik benieuwd hoe de minister kijkt naar een land als Pakistan, dat zulke handelsvoordelen geniet.”
“Onder onze Europese partners bleek er geen animo te zijn voor een boycot, zo hebben wij vernomen. Op welke manier heeft de minister zich ervoor ingezet om hier draagvlak voor te zoeken? Hoe kijkt hij terug op dit proces? Welke lessen trekt hij hieruit voor een volgende keer?”
“Ondertussen kent de Rotterdamse haven ook al een tijd Chinese belangen. De Russische inval in Oekraïne confronteerde ons met de naïviteit waarmee we ons jarenlang aan het Russische fossiele infuus hadden verbonden. In zijn begroting spreekt de minister over het gevaar van de risicovolle strategische afhankelijkheden.”
The complete record
Every one of 28 lines we hold for Don Ceder, in date order, each linked to its source. Free to read, in full, without an account.
“Tot slot. Het is duidelijk dat de heer Dekker totaal anders naar deze kwestie kijkt dan dat mijn fractie en, denk ik, een meerderheid van de Kamer naar deze kwestie kijken. Ik vind het ook schokkend om aan te geven dat de heer Dekker het een zegen vindt wat er heeft plaatsgevonden: zo veel leed en zo veel pijn. Ik hoop dus ook dat de heer Dekker zich gaat verhouden tot de situatie die zich in Oekraïne afspeelt en het Europese landschap. Ik hoop verder dat u toch ook gaat beseffen dat deze uitspraken niet kunnen en dat deze uitspraken meer kwaad doen dan dat u denkt, en dat u ook terugkomt op de uitspraak dat het een zegen zou zijn wat Poetin heeft gedaan en zal blijven doen. Dat wil ik de heer Dekker meegeven.”
“Ik wil hier best al mijn interrupties aan opmaken. Hoopt de heer Dekker dat Rusland wint?”
“Eigenlijk zegt de heer Dekker ook dat dit een zegen is. En de partijleider van de heer Dekker gaf ook aan: ik hoop dat Rusland wint. Mijn vraag aan de heer Dekker is: hoopt u ook, gezien het verhaal dat u net gaf, dat Rusland wint? Wat betekent dat dan volgens u?”
“De heer Dekker geeft aan dat allereerst het bloedvergieten moet stoppen. Tegelijkertijd geeft de heer Dekker aan dat het een zegen is wat er gebeurd is: het bloedvergieten, steden die platgebombardeerd worden, vrouwen die verkracht zijn en steden die uitgemoord zijn. Ik vind het persoonlijk verschrikkelijk, maar wat ik niet begrijp is dat u enerzijds zegt "het bloedvergieten moet stoppen", want eigenlijk zegt u ook ...”
“Zeker. Dat is prima, voorzitter. Die gaf aan dat wat er gebeurt, een van de hoopvolste dingen in de hedendaagse wereld is. Zo wordt er ook aangegeven dat Poetin de held is die wij nodig hebben en dat we alles moeten doen om hem te ondersteunen. U geeft aan … De heer Dekker geeft aan dat wij tot een oplossing zouden moeten komen, maar de partijleider van de heer Dekker geeft aan dat we alles zouden moeten doen om Poetin te steunen in zijn missie. Hoe ziet u dat? Kunt u uitleggen wat die missie zou zijn en wat u denkt dat Nederland daarin zou moeten doen?”
“De partijleider van de heer Dekker …”
“Ja. Ik hoor de heer Dekker een aantal dingen zeggen, maar ik heb ook de heer Baudet een aantal dingen horen zeggen. Ik ben benieuwd hoe u dat duidt. Ik heb het net nog even opgezocht en bekeken. Uw partijleider zegt dat …”
“Ja, excuus, voorzitter, hoe de heer Dekker een aantal dingen duidt. Want ik hoor u een aantal dingen zeggen.”
“Er zijn tienduizenden Oekraïners in Nederland, die zijn gevlucht omdat steden platgebombardeerd zijn, mannen en vrouwen vermoord zijn, vrouwen verkracht zijn, kinderen gedood zijn. Ik schrik wel van wat u hier zegt, niet alleen vanuit uw persoonlijke opinie, maar ook als volksvertegenwoordiger in het Nederlands parlement, want dan wordt u ook gevraagd om de Nederlandse belangen te behartigen. Ik ben benieuwd hoe u een aantal dingen duidt, want …”
“Ik vraag mij af hoe de minister hier uitvoering aan heeft gegeven en hoe hij hier tijdens de UPR van Indonesië aandacht voor gaat vragen. Dank u wel, voorzitter.”
“Ik zag de kracht van verzoeningsprojecten. Mensen uit verschillende groepen, die soms misschien ook hele extreme opvattingen hebben, ontmoeten elkaar, zien elkaar en praten over hun toekomst. Ik denk dat Nederland in de unieke positie zit om daar wat aan bij te dragen. Daarom stel ik ook de volgende vraag over verzoeningsprojecten. Ziet de minister ruimte om deze te intensiveren? Wij denken dat dit een belangrijke bijdrage kan zijn richting, hopelijk, een duurzame oplossing. Voorzitter, tot slot. Recent is in de NRC een artikel gepubliceerd waarin organisaties die in het buitenland gedetineerde Nederlanders begeleiden ervoor pleiten om de regels makkelijker te maken om hen eerder naar Nederland te halen om daar een deel van hun straf uit te zitten. Recidive zou hiermee voorkomen worden. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt. Ik zei "tot slot", voorzitter, maar ik heb nog tien seconden, dus ik stel mijn laatste vraag nog. De Kamer heeft een motie ten aanzien van West-Papoea aangenomen, ook in het kader van de Mensenrechtenraad.”
“Ik vind het een onduidelijk signaal aan Iran als we ondertussen op dezelfde voet daarmee doorgaan. Graag een reactie van de minister. Voorzitter. Ik heb het in het vorige debat gehad over Armenië. Ik heb het daarover uitvoerig gehad met de minister. Ook heb ik een motie ingediend waarin ik verzocht om te onderzoeken in hoeverre de genocide als zodanig verklaard is in andere landen. Daar heb ik een brief over ontvangen. Hoe nu verder? Daarnaast heb ik nog een vraag uitstaan over hoe bondgenoten en buurlanden het conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan duiden. Klopt het dat ik daar nog geen reactie op heb gehad en zo ja, wanneer kan ik deze tegemoetzien? Voorzitter. Dan wil ik het hebben over de verzoeningsprojecten tussen Israëliërs en Palestijnen; volgens mij heeft mevrouw Mulder het daar ook over gehad. Ook ik ben dit jaar in Israël geweest. Ik zie een land dat vele uitdagingen kent en een volk dat voor veel dingen moet vrezen, met name voor zijn bestaansrecht. Ik zie dat mensen in Palestijnse gebieden ook snakken naar een duurzame oplossing.”
“Ondertussen kent de Rotterdamse haven ook al een tijd Chinese belangen. De Russische inval in Oekraïne confronteerde ons met de naïviteit waarmee we ons jarenlang aan het Russische fossiele infuus hadden verbonden. In zijn begroting spreekt de minister over het gevaar van de risicovolle strategische afhankelijkheden. Hebben de bewindspersonen die deel uitmaken van de nationale veiligheidsraad al knopen doorgehakt over de manier waarop risicovolle strategische afhankelijkheden met gepaste spoed afgebouwd kunnen worden? Welke stappen zijn er al gezet? Kunnen we ook een halfjaarlijkse rapportage krijgen van wat daar besproken wordt, of in ieder geval wat daar de conclusies van zijn? Voorzitter. Het is ook gegaan over Iran. Daar wil ik kort nog wat over zeggen. Het is goed dat de minister in de Europese Raad zijn stem heeft laten horen en nadere sancties heeft voorgesteld. Echter, hoe verhoudt dit zich tot de inspanningen om tot een vernieuwd nucleair akkoord te komen? Zouden die pogingen juist niet opgeschort moeten worden?”
“Onder onze Europese partners bleek er geen animo te zijn voor een boycot, zo hebben wij vernomen. Op welke manier heeft de minister zich ervoor ingezet om hier draagvlak voor te zoeken? Hoe kijkt hij terug op dit proces? Welke lessen trekt hij hieruit voor een volgende keer? In de motie die ik samen met de SP heb ingediend en die nog op appreciatie wacht, vragen we om sportswashing tegen te gaan, ook in de toekomst, om proactief scherper hiernaar te kijken om dit soort discussies te voorkomen. Voorzitter. Het is net al gegaan over strategische autonomie. Daar wil ik ook wat over zeggen. Wat de oorlog in Oekraïne ook pijnlijk duidelijk heeft gemaakt, is onze te grote afhankelijkheid van landen buiten Europa. Met name die van Rusland en China baren mij zorgen. In de afgelopen weken hoorden we over de politieke onrust die in Duitsland ontstond toen de bondskanselier onder protest van verschillende ministeries en veiligheidsdiensten besloot dat een groot deel van de terminals in de haven van Hamburg in Chinese handen zou komen.”
“We hebben hierover een motie ingediend waarop we nog een appreciatie van de minister krijgen. Ik hoop dat die positief is, want het is voor ons een belangrijke pijler. Volgens mij heb ik de heer Sjoerdsma daar in zijn bijdrage ook over horen spreken. Voorzitter. Ik wil de sprong maken, opnieuw tijdens deze begrotingsbehandeling, naar Qatar en het WK voetbal dat daar zeer binnenkort plaatsvindt. In de ogen van mijn fractie is het besluit om de regeringsdelegatie naar dit wrange "feest" te sturen exemplarisch voor de eerdergenoemde bijzaken die de mensenrechten vaak lijken te zijn in ons buitenlandbeleid. De minister heeft inmiddels ruim de tijd gehad om zich voor te bereiden op het programma van de delegatie die mogelijk naar Qatar zal afreizen. Daarom de volgende vragen. Hoe draagt de Nederlandse aanwezigheid bij aan de situatie van de arbeidsmigranten in Qatar? Dat is mij simpelweg niet duidelijk, ook niet na een aantal debatten en eerdere vragen hierover. Kan de minister concreet aangeven wat de delegatie op dit vlak van plan is om te doen, wat de voornemens zijn?”
“Minder welvarende landen krijgen in ruil voor naleving van internationale conventies op het gebied van onder andere mensenrechten en milieu significante handelsvoordelen in hun contacten met Europa. In dit verband ben ik benieuwd hoe de minister kijkt naar een land als Pakistan, dat zulke handelsvoordelen geniet. Kan de minister toezeggen dat de inzet van deze regering erop gericht zal zijn dat Pakistan ertoe bewogen wordt om ook de rechten van minderheden te gaan respecteren en het misbruik van onder andere de blasfemiewetten tegen hen en andere onschuldigen te stoppen? Als we daar niet op afzienbare termijn verbeteringen in zien, zou die bevoorrechte handelsstatus ook weer ingetrokken moeten worden. Kan de minister dat toezeggen? Voorzitter. Vaak zijn mensenrechten, nog een belangrijke pijler in het buitenlandbeleid volgens het coalitieakkoord, een bijzaak en worden andere belangen belangrijker geacht. Mijn oproep, ook in lijn met het AIV-advies van voor de zomer, is dan ook: beschouw mensenrechten als een strategisch kernbelang.”
“Naar aanleiding van het debat vorige maand over het mensenrechtenbeleid heeft de Kamer een motie van mijn hand aangenomen, die de regering verzoekt om zich actief in te zetten om de doodstraf voor geloofsafvalligheid, bekering en blasfemie op te nemen in relevante resoluties van de derde commissie van de Algemene Vergadering van de VN. Dit is nog maar kort geleden, maar als ik naar de agenda kijk, wil ik de minister toch vragen of daar al stappen op worden gezet. Hoe schetst hij het speelveld waarbinnen Nederlandse diplomaten opereren in deze commissie? Welke kansen ziet hij om de doodstraf voor geloofsafval, bekering en blasfemie structureel op de agenda te krijgen? Ziet hij hierbij ook een rol voor de speciale geloofsgezant, die recent is aangetreden? Voorzitter. Ik wil het hebben over Pakistan. De Europese Unie werkt op dit moment aan een herziening van het zogenaamde Generalised Scheme of Preferences.”
“Dank u wel, voorzitter. Het is een van de eerste zinnen uit de Bijbel en ook een van de meest fundamentele noties: God, de Schepper, heeft de mens geschapen naar zijn evenbeeld. De overtuiging van ons als ChristenUnie dat ieder mens even waardevol is, is dan ook hierop gebaseerd. Dat heeft implicaties. Het betekent dat alle mensen, waar dan ook ter wereld, even waardevol zijn. Vanuit dit idee zetten we ons daarom in onze visie op Buitenlandse Zaken in voor het wereldwijd respecteren van mensenrechten. Het is ook vanuit dit idee dat mensenrechten een waarde vertegenwoordigen die van het meest fundamentele belang moet zijn voor ons als fractie, maar ook als overheid. Ik ben benieuwd hoe de minister kijkt naar de menselijke waardigheid als onderdeel, en misschien ook als pijler, van ons Buitenlande Zakenbeleid. Voorzitter. Een van de meest fundamentele mensenrechten is vrijheid. We hebben de vrijheid van geloof en levensovertuiging, maar ook de vrijheid om niet te geloven.”
“Ja, voorzitter, maar ik wil wel doorvragen. Een van de voorstellen die ik in het debat heb gedaan, is om dan ook door te pakken, bijvoorbeeld door het opzetten van een ministeriële commissie om te zorgen dat je echt die stappen gaat zetten. In het coalitieakkoord hebben we die stappen op de weg voorwaarts ook gezet: ten aanzien van het Europese asielstelsel, maar ook daarbuiten, als het gaat om buitenlandse zaken, afspraken maken. Is de heer Brekelmans bereid om tijdens deze begroting stappen te zetten, zodat we die drie — ik zie het breder dan alleen de heer Van der Burg — aan het werk zetten? Zoals de heer Brekelmans ook aangaf, is het de heer Rutte een aantal jaren geleden kennelijk gelukt om in Europa wat in beweging te brengen. Ik zou niet te klein spreken over dat we dat nu niet ook kunnen doen. De vraag is of de heer Brekelmans bereid is om samen met de ChristenUnie een soort drie-eenheid ... om ervoor te zorgen dat we dat gaan bestendigen, dat dat de weg voorwaarts is.”
“Voorzitter, ik ga mijn best doen. Ik ga iets schokkends doen, want ik wil de VVD bijvallen op dit punt. Ook ik heb de afgelopen jaren gezegd dat asiel maar ook het buitenlandbeleid niet alleen iets van de staatssecretaris kan zijn. Ik verwacht dat ook de minister van Buitenlandse Zaken hierin een belangrijke rol heeft en ook de minister-president. Daar ben ik het dus mee eens. Ik ben blij dat de VVD dit ook aangeeft.”
“Ook wij maken ons zorgen over de situatie in Iran en over wat de Nederlandse en de Europese aanpak is. Vindt u dat het kabinet voldoende doet, ook in Europees verband, om tot sancties op te roepen, om de zorgen die u heeft ook tot acties om te zetten?”
“Het kan volgens mij bij de begroting of anders in het commissiedebat. Maar ik zou wel willen vragen om de schriftelijke beantwoording, als er toch een debat komt, voor die tijd te laten komen, en misschien ook een brief met de stand van zaken inzake staatssteun en toetsing van ministeriële subsidies in het licht van de recente bevindingen van de Algemene Rekenkamer.”
“Wij volgen de lijn van het CDA.”
“Ik sluit me aan bij de lijn van het CDA.”
“Ik kan me aansluiten bij DENK.”
“Eerst een brief, dan graag een commissiedebat. Dank u wel.”
“Ik sluit me aan bij de woorden van de VVD.”
“Ik sluit me aan bij mevrouw Belhaj.”