Folkert Idsinga
lid Tweede Kamer · VVD · Netherlands
“Helemaal in het begin heeft de staatssecretaris iets gezegd over fiscaliteit in relatie tot het vestigingsklimaat. Dat ging heel snel. Volgens mij heb ik goed begrepen dat hij zei — ik chargeer dit een beetje — dat het staat in de brief van de minister van Economische Zaken.”
“Ik probeer juist mee te denken. Inderdaad, we moeten het in proportie zien. Het zullen niet de meeste belastingplichtigen in box 3 zijn die een heel laag rendement zullen hebben in die categorie overig.”
“Ik denk dat het met name goed is dat we twee dingen, als we de discussie rondom ibo en vermogensverdeling hebben, nader blijven onderzoeken; ik zeg even: blijven onderzoeken. Dat betreft de discussie die we net hadden: wat zit er een box 2? Nou, daar hebben we het over gehad.”
“Dat komt weer terug op het in perspectief zien. Ik ben niet zo bang voor die massaalprocedures. Ik verwacht met de staatssecretaris dat de omvang daarvan relatief mee zal vallen. Ik denk dat het om een uitzonderlijk klein aantal gevallen gaat.”
“De staatssecretaris geeft het antwoord in feite al, waarvoor dank. Dat bepaalt namelijk wel hoe wij ook in het kader van ibo omgaan met belastingheffing op vermogen, op ondernemingsvermogen, op beleggingsvermogen et cetera. Vanuit die gedachte vind ik het belangrijk.”
“Zo, dat was een heel snelle. Ik wil in de eerste plaats de staatssecretaris en zijn collega's bedanken voor de beantwoording van alle vragen. Verder dank ik de ambtenaren.”
The complete record
Every one of 13 lines we hold for Folkert Idsinga, in date order, each linked to its source. Free to read, in full, without an account.
“Zo, dat was een heel snelle. Ik wil in de eerste plaats de staatssecretaris en zijn collega's bedanken voor de beantwoording van alle vragen. Verder dank ik de ambtenaren. Ik weet dat ze dag en nacht hebben gewerkt en ook nog de komende nachten zullen werken om alles wat wij hier vandaag gedaan hebben, nog eens even goed te documenteren en daar ook van alles van te vinden. Dank ook aan de collega's. Ik denk dat we een heel goed en zorgvuldig inhoudelijk debat met elkaar hebben gehad. Ik zeg nu "debat", maar het waren er eigenlijk vier. Een belastingplan is altijd een enorm pakket. Ik ben blij dat we nu in de afrondende fase zitten. Voor straks wens ik iedereen wel thuis.”
“De laatste motie.”
“Dan de tweede motie.”
“Dank u wel, voorzitter. Ik heb een viertal moties. Dit is de eerste.”
“Ik heb geen vraag. Ik wil alleen even opmerken dat ik heel blij ben met dit antwoord. Ik ben het er ook roerend mee eens. Het enige punt dat ik nog wil maken, is dat het feit dat vorige week ook uit een onderzoek bleek dat twee op de vijf bedrijven toch overwegen om zich elders te gaan vestigen vraagt om verhoogde urgentie ten aanzien van het vestigingsklimaat.”
“Helemaal in het begin heeft de staatssecretaris iets gezegd over fiscaliteit in relatie tot het vestigingsklimaat. Dat ging heel snel. Volgens mij heb ik goed begrepen dat hij zei — ik chargeer dit een beetje — dat het staat in de brief van de minister van Economische Zaken. Ik heb die brief inmiddels voor de tweede of derde keer gelezen. De vraag die ik hem stelde in de eerste termijn was: deelt hij de analyse dat het vestigingsklimaat gebaat is bij voorspelbare fiscale regelgeving? Het antwoord was: ja, dat deel ik. Dat staat ook in de brief. Maar ik ben ook wel nieuwsgierig naar de hoe-vraag. Ik realiseer mee heel goed dat we daar nu niet een enorm uitvoerig antwoord op kunnen verwachten, maar ik denk wel dat het heel goed is dat we het binnenkort ook met elkaar gaan hebben over de inhoudelijke hoe-vraag: hoe gaan we dat fiscale vestigingsklimaat bewaken? De vraag aan de staatssecretaris — de voorzitter keek me namelijk vreemd aan — is: is hij dat met mij eens? Is hij daartoe bereid?”
“Volgens mij had ik nog een paar interrupties openstaan, dus laat ik ze dan maar gebruiken.”
“Ik denk dat het met name goed is dat we twee dingen, als we de discussie rondom ibo en vermogensverdeling hebben, nader blijven onderzoeken; ik zeg even: blijven onderzoeken. Dat betreft de discussie die we net hadden: wat zit er een box 2? Nou, daar hebben we het over gehad. Maar tegelijkertijd weten we ook dat er pensioenvermogen zit in box 2. Dat pensioenvermogen is juist uit de overige categorieën van het ibo-rapport gehaald. In die zin maak ik me dus weleens een beetje zorgen dat we soms appels met peren of bananen aan het vergelijken zijn. Ik denk dat het voor een goede en inhoudelijke discussie in het voorjaar over het ibo zinvol is als we ernaar streven om dan toch beter die appels met appels te kunnen vergelijken. Volgens mij is de staatssecretaris — ik zie hem knikken — het daarmee eens.”
“Dat komt weer terug op het in perspectief zien. Ik ben niet zo bang voor die massaalprocedures. Ik verwacht met de staatssecretaris dat de omvang daarvan relatief mee zal vallen. Ik denk dat het om een uitzonderlijk klein aantal gevallen gaat. Dat zou er in mijn optiek juist voor pleiten om dat proces van mensen die die rechtsgang willen volgen een beetje in goede banen te leiden. Dat zou je kunnen doen door van tevoren te zeggen: als u er 25% naast zit, ligt de bewijslast aan uw kant, als belastingplichtige, en moet u vervolgens ook nog eens met de inspecteur in gesprek. Dat zou een proces kunnen zijn waardoor de hele rechtsgang qua uitvoering voor de Belastingdienst enigszins in goede banen zou kunnen worden geleid. Dat is mijn gedachte.”
“Ik probeer juist mee te denken. Inderdaad, we moeten het in proportie zien. Het zullen niet de meeste belastingplichtigen in box 3 zijn die een heel laag rendement zullen hebben in die categorie overig. Dat ben ik allemaal met de staatssecretaris eens, maar pleit het er nu juist niet voor dat we mensen die daarin vallen, een proces aanbieden? Dan hoeven zij niet naar de rechter te stappen. Zo'n proces is toch iets meer gecontroleerd. Zij kunnen bijvoorbeeld via die tegenbewijsregeling in overleg gaan met een belastinginspecteur. Ik vind het ook wel van belang dat een belastinginspecteur daar misschien iets meer discretionaire ruimte in krijgt. Het hoort, denk ik, ook bij zijn of haar vakmanschap om in onderling overleg eens te kijken of het klopt en of het werkelijke rendement inderdaad niet lager is geweest. Is dat niet juist een mooie faciliteit om die gang naar de rechter, die er ongetwijfeld zal gaan komen, in volume enigszins te beperken en binnen de bandbreedte te houden?”
“De staatssecretaris heeft gelijk: de Hoge Raad heeft niet gezegd dat je niet met forfaits mag werken. Dat klopt. En er is ook gezegd dat je daar een bepaalde grofmazigheid in mag toepassen die afwijkt van de werkelijkheid. Nou heb ik weleens begrepen dat van diezelfde Hoge Raad — of misschien zelfs een wat lagere rechter, dat weet ik zo een-twee-drie niet uit mijn hoofd — die afwijking ongeveer 25% mag zijn. Is de staatssecretaris nou niet bang dat heel veel mensen bij wie die afwijking groter is dan die 25%, alsnog de gang naar de rechter zullen proberen te vinden om dat overbruggingssysteem zoals dat er nu ligt ter discussie te stellen?”
“De staatssecretaris geeft het antwoord in feite al, waarvoor dank. Dat bepaalt namelijk wel hoe wij ook in het kader van ibo omgaan met belastingheffing op vermogen, op ondernemingsvermogen, op beleggingsvermogen et cetera. Vanuit die gedachte vind ik het belangrijk. Het is niet om de staatssecretaris daarmee enorm in de wielen te rijden, maar ik denk ook dat het voor hem belangrijk is om die informatie te hebben. Het is namelijk heel bepalend voor de manier waarop we ook in de toekomst — we kijken namelijk ook naar het toekomstige belastingsysteem — omgaan met het heffen ten aanzien van al deze verschillende categorieën. Maar nogmaals dank. Ik ga zitten wachten op de input bij benadering.”
“Dank aan de staatssecretaris voor dit eerlijke antwoord. Ik vind het wel een goed startpunt. Ik ben er in die zin al blij mee. Ik zal … "Erover ophouden" wil ik niet zeggen. Ik vind het namelijk wel belangrijk.”