Jesse Klaver
lid Tweede Kamer · GL · Netherlands
“Voorzitter. Ik dank alle collega's voor het debat de afgelopen dagen en natuurlijk ook het kabinet, in het bijzonder de minister-president. Ik vond het een mooi debat.”
“Volgens mij is deze badinerende toon niet helemaal nodig. De Kamer heeft namelijk al besloten, maar de premier doet hier alsof de Kamer daar nog over moet nadenken, alsof ze het misschien nog even in een breder perspectief moet zien. Dat is niet het geval. U bent demissionair. U vergeet dat graag.”
“Wat mij betreft gaan die over een meerderheidskabinet met vijf of — ik kijk naar de heer Segers — zes partijen. Voordat ik een tweetal moties zal indienen, vind ik het belangrijk om aan te geven dat de toenadering die we met elkaar zoeken onze houding tekent. Als we het inhoudelijk ergens mee eens zijn, zullen we ervoor zijn.”
“Want door op deze manier naar de overheidsfinanciën te kijken, zien we dat investeringen van de overheid — voor het eerst wordt dat erkend — ook een positief effect kunnen hebben op de economie. Daarmee ontstaat er veel meer financiële ruimte voor dit najaar en daar gaan we gebruik van maken. Voorzitter.”
“Volgens mij weten we al dat het niet voldoende is wat er nu gebeurt. We weten heel goed wat we wel moeten doen, alleen nog niet hoe we het moeten doen. Ik zeg heel vaak over stikstof dat we in een uitvoeringscrisis zitten.”
“… en dat dit een mooi debat over fundamentele vragen van de woningmarkt is. Nogmaals, en dat bedoel ik ook echt niet vervelend, maar als u zegt: laat die heilige huisjes thuis, kan ik zeggen dat wij die thuislaten. Je moet namelijk over alles willen spreken.”
The complete record
Every one of 110 lines we hold for Jesse Klaver, in date order, each linked to its source. Free to read, in full, without an account. Page 1 of 3.
“Het is veelzeggend dat de heer Van Haga het heeft over zendtijd. Het gaat hier om spreektijd. Het is het parlement, geen televisiestudio om filmpjes te maken. Ik sluit me aan bij de heer Jetten. Ik ga niet alles overdoen, maar ik zeg het wel. Ik loop naar voren, omdat ik het belangrijk vind om te laten dat dit wat mij betreft geen kwestie is van coalitiepartij versus oppositiepartij. De standpunten van de heer Van Haga over het kabinet of het functioneren: dat mag. Maar op deze manier indienen? Alsjeblieft, laten we onszelf een klein beetje serieus nemen als parlement.”
“Ik was binnen de tijd, maar ik ga graag over de tijd heen om te zeggen dat deze motie mede is ingediend door mevrouw Ploumen.”
“De motie is mede ingediend door mevrouw Ploumen.”
“Daar ben ik volledig mee eens. Voorzitter. Ik heb niet veel tijd meer, dus lees ik nog een volgende motie voor. Ik ben blij dat er geld beschikbaar komt voor het onderwijs, maar daarmee is de kloof nog niet helemaal gedicht. Iedere keer wordt er een stukje gedicht, een stukje en nog een stukje, maar het is belangrijk dat we de hele stap zetten. Daarom dien ik de volgende motie in.”
“Ik vind dat u zich buitengewoon zorgvuldig uitdrukt. Laat ik het dilemma schetsen. Wat de aanpak van klimaatverandering betreft zit tot 2030 de grote opgave bij het omturnen van de industrie. Ik denk dat Nederland wel een goede zet heeft gedaan met het onderbrengen van klimaat bij het ministerie van Economische Zaken, want juist die twee gebieden wil je heel sterk bij elkaar houden. Zelf denk ik dat het verstandig is om een ministerie voor Ruimte te hebben, waar natuur, stikstof en al die zaken, de biodiversiteit, bij elkaar komen. Daarmee wil ik er niet voor pleiten om klimaat op een aparte plek te zetten. De CO 2 -reductie, waar de minister voor Klimaat primair verantwoordelijk zou moeten zijn, gaat het beste als je niet wordt tegengewerkt door een andere minister, die verantwoordelijk is voor de industrie.”
“Ze nam intimiderend lang de tijd om naar voren te komen lopen, vond ik.”
“Wat mij betreft gaan die over een meerderheidskabinet met vijf of — ik kijk naar de heer Segers — zes partijen. Voordat ik een tweetal moties zal indienen, vind ik het belangrijk om aan te geven dat de toenadering die we met elkaar zoeken onze houding tekent. Als we het inhoudelijk ergens mee eens zijn, zullen we ervoor zijn. We zullen altijd voorstellen naar voren brengen. Maar als het idee hier zou zijn dat een rechts minderheidskabinet op een milde reactie van GroenLinks zou kunnen rekenen, dan komen jullie bedrogen uit. Onze oppositie zal stevig en hard zijn. Ik ben er vanavond in gesterkt dat de mogelijkheden eindeloos zijn, want er is in deze Kamer een sociale meerderheid, zoals ik het in het voorjaar noemde. Als er een rechts minderheidskabinet komt, zullen we er alles aan doen om het zo veel mogelijk linkse plannen te laten uitvoeren, die door deze Kamer in meerderheid naar voren gebracht worden. Voorzitter. Ik heb een tweetal moties. De eerste gaat over de aanpak van klimaatverandering. Daar moeten we echt grotere stappen zetten.”
“Want door op deze manier naar de overheidsfinanciën te kijken, zien we dat investeringen van de overheid — voor het eerst wordt dat erkend — ook een positief effect kunnen hebben op de economie. Daarmee ontstaat er veel meer financiële ruimte voor dit najaar en daar gaan we gebruik van maken. Voorzitter. Dit betekent dus dat we een spannend begrotingsseizoen tegemoet gaan. Dit debat heeft ook laten zien dat we veel van mening verschillen, maar dat we ook als we naar elkaar willen luisteren in ieder geval tot een gesprek kunnen komen. Ik kan nog niet concluderen of we het echt met elkaar eens gaan worden over de aanpak van de problemen met de volkshuisvesting. Ik kan echt nog niet concluderen of we eruit gaan komen met het beter maken van ons zorgstelsel. Ik kan nog niet concluderen dat we het werkelijk eens zijn over de aanpak van klimaatverandering. Maar ik heb wel gezien dat een gesprek ons verder kan helpen. Ik doe echt een oproep: de gesprekken over de formatie, de inhoudelijke onderhandelingen, moeten nu starten.”
“Dat is een politieke realiteit, maar ik zou willen dat het hier iets minder over wensen ging." Dat vond ik mooi in het debat. Het ging niet per se alleen over de wensen die we hebben, maar over de grote problemen die er zijn. Dus ja, de motie die er ligt is een eerste stap op weg naar het aanpakken van die problemen, maar we zijn er daarmee nog lang niet. Het begrotingsseizoen is nog lang en daarom zal ik samen met de Partij van de Arbeid dit najaar meer voorstellen indienen om verdere stappen te kunnen zetten, want dat is hard nodig. Nog iets anders viel mij op en dat wil ik toch benoemen. In de dekking van de motie wordt toch gezegd dat er geld in het EMU-saldo loopt. Voor iedereen die denkt "waar gaat dat over?": dat betekent dat het tekort oploopt en dat dat kan, omdat er ook inverdieneffecten zijn doordat we de lonen verhogen. Daar ben ik heel blij mee. Dat is een megastap die hier wordt gezet. Misschien technisch, maar het is een megastap.”
“Voorzitter. Ik dank alle collega's voor het debat de afgelopen dagen en natuurlijk ook het kabinet, in het bijzonder de minister-president. Ik vond het een mooi debat. Het is lang geleden dat we zo inhoudelijk met elkaar hebben gedebatteerd, dat we zo lang stil konden staan bij al de verschillende thema's, konden proberen van elkaar te snappen waar je staat en konden proberen dogma's te doorbreken en heilige huisjes achter ons te laten. Dat vind ik goed. Ik heb ook waardering voor de poging die collega Hermans heeft gedaan om te kijken hoe we de zaken hier in deze Kamer bij elkaar kunnen brengen. Te vaak wordt er zwart-wit gedacht: of iets is helemaal goed of iets is helemaal slecht. Ik zie de intenties van mevrouw Hermans om te kijken of we als Kamer een stap verder kunnen komen. Daar ben ik blij mee. Het zijn grote stappen. Maar ik kan er ook iets anders over zeggen en dat is dat — daar sla ik op aan, want daar hadden we gisteren ook een debat over — u zei: "We kunnen niet 100% van de wensen inwilligen, niet van de VVD, niet van GroenLinks, van het CDA of van welke partij dan ook.”
“Zeker. Dat heb ik begrepen. Het is echt heel goed dat er wordt geluisterd naar wat de Kamer heeft gevraagd en dat het uit de vennootschapsbelasting wordt gedekt. Dank.”
“Zeker. Dat blijkt hier wel uit. Het is echt heel goed dat het kabinet laat zien dat het luistert naar een motie van de Kamer.”
“Het duurt twaalf uur, maar dan heb je ook wat.”
“De brief. Ik was erop aan het wachten.”
“Ik wilde vragen …”
“Het is gerelateerd aan de zorg. We hebben natuurlijk het debat gehad.”
“... en we zullen er alles aan doen om het snel af te ronden." Want die mensen moeten door met hun leven. Dat zijn we ze verplicht.”
“Het zal gaan om een volstrekt individuele benadering, waarbij het tempo ... Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is om tempo te maken. Ik wil dat de mensen thuis ook zien dat deze premier zegt: "Het is nooit voldoende. Het is nooit voldoende ...”
“Tot slot. Ik begon ermee: het is het systeemdenken, waar we hier bij de overheid en in de politiek allemaal in zijn getraind, tegenover de wereld van echte mensen. Mijn oproep aan het kabinet en aan deze demissionair premier is echt de volgende. Er is geen perfect systeem te bouwen om deze mensen te helpen.”
“Maar waar het me wel om gaat, is dat ik hier een premier wil horen die niet gaat uitleggen hoe moeilijk die processen zijn. Dat snap ik allemaal, maar daar hebben die ouders geen boodschap aan. Dat er hard gewerkt wordt, dat zal zo zijn. Maar er moet nóg harder gewerkt worden. En als er niet voldoende mensen zijn om dit te doen, moeten er nog meer mensen worden aangenomen. Alsjeblieft, het is hier al vaak gezegd: ik heb duizend keer liever dat iemand iets te veel krijgt, voor zover je daar al over zou kunnen spreken, dan dat er nóg een toets moet komen of dat er nóg een keer gekeken moet worden. Het leven van mensen staat on hold. Ze willen door, maar ze kunnen niet. Hier uitleggen hoe moeilijk het allemaal is, is dus niet voldoende. Ik wil meer, veel meer.”
“Ik begon ermee dat ik daar nu ook niet om vraag.”
“Diegene is aan het knokken en doet z'n uiterste best. Maar diegene wordt gewoon tegengehouden doordat de compensatie voor hem uitblijft en doordat hij nog steeds schulden heeft. Voor een individu is een paar duizend euro aan schulden ontzettend veel, maar voor ons als overheid is het niks. Waar wij allemaal naar vragen, is niet eens een einddatum. We twijfelen er niet aan dat daar mensen zitten die hun best proberen te doen. Maar het is niet genoeg. En wat ik hier wil horen is een premier die zegt: "Het is inderdaad niet genoeg. Onze systeemwereld hier matcht niet met het echte leven van mensen. Zij zitten nog steeds in de verdrukking, en dat hebben wij gedaan."”
“Twee dingen vooraf. Allereerst, ik twijfel niet aan de intenties van alle mensen die nu proberen te werken aan een oplossing. Laten we dus niet daarnaartoe gaan. Ik ga ook niet vragen om een toezegging nu. Dat snap ik ook. Maar ik wil wel iets extra's van deze premier. Wat ik hier hoor en zie, is een botsing met een systeemwereld en een ambtelijke wereld waarin we kunnen spreken over herijking, procedures en stappen die we zetten. In onze wereld hier is dat volstrekt normaal, maar als je een ouder of een kind bent en je in de problemen zit, al jaren, dan gaat dit gewoon niet snel genoeg. In mijn bijdrage sprak ik over iemand, een kind van een toeslagenmoeder, voor wie het gewoon … Echt, ik heb zelden zo'n veerkrachtig iemand gezien.”
“Ik kijk even langs de premier heen naar minister Schouten. We krijgen het dus van deze gebieden, niet op bedrijfsniveau, maar we krijgen er wel een indruk van over hoeveel bedrijven het daar gaat en voor welke opgaven we daar staan?”
“Ik heb u beter gezien, maar het valt niet tegen. Het gaat mij er niet om hoe het daar nu mee staat, want weten echt best redelijk hoe het staat met die uitkoop van die piekbelasters. Dat is nog niet echt op stoom gekomen. Het gaat erom dat we willen weten hoe het zit met de gebiedsgerichte aanpak. In welke gebieden is de depositie, de concentratie van stikstof, zo hoog? Waar moeten we ingrijpen? Welke bedrijven moet je dan heel gericht gaan uitkopen? Het is heel complex en heel specifiek, maar die informatie wil ik graag voorafgaand aan de LNV-begroting hebben.”
“Ik u ook. Dat treft.”
“Fijn dat u die informatie aanlevert.”
“Jazeker, daarom. Ik probeer het aardig te brengen.”
“Laat ik eerst "dank je wel" zeggen voor deze informatie, want anders lijkt het alsof we daar niet blij mee zijn.”
“Volgens mij weten we al dat het niet voldoende is wat er nu gebeurt. We weten heel goed wat we wel moeten doen, alleen nog niet hoe we het moeten doen. Ik zeg heel vaak over stikstof dat we in een uitvoeringscrisis zitten. We moeten politieke besluiten nemen, ja, maar uiteindelijk gaat het ook over de uitvoering, zoals waar we de uitkoopregelingen precies op gaan richten. Dan moet precies in kaart gebracht zijn — is dat ook de toezegging? — welke piekbelasters nu het grote probleem zijn en wat de gebiedsgerichte aanpak is waar nu aan wordt gewerkt. Dat moet dan helemaal op orde zijn, zodat we hier bij wijze van spreken met een kaart kunnen debatteren en je kan aanwijzen in welke gebieden we echt zullen moeten gaan ingrijpen. Want dat is waar we nu eigenlijk al twee jaar op wachten. Door de decentralisatie van het natuurbeleid is het allemaal moeilijker voor de minister om alles centraal aan te sturen, maar we moeten dat wel hebben voor de LNV-begroting. Want als we dat hebben, dan kunnen we doorstappen.”
“Ik heb in het verlengde hiervan een vraag. Er moeten ook zaken worden voorbereid. Als we pas bij de LNV-begroting hierover gaan debatteren, zijn we eigenlijk net te laat. Het is niet alleen het stuk dat je nodig hebt en alle informatie; de voorbereidingen moeten ook worden getroffen. Er is nu bijvoorbeeld een meerderheid in de Kamer om de reductiedoelstelling naar 50% te brengen. Daarvoor moet je de gebieden en de piekbelasters in kaart brengen. Dat soort zaken moet wel voorbereid worden. Het is iets meer dan alleen alle nieuwe wetenschappelijke inzichten delen, want die kennen we al.”
“Laat staan tot 55%. Maar het telt niet eens op tot 49%. Die 55% is de opdracht voor een nieuw kabinet. Kan de minister-president mij garanderen dat er voordat er een nieuw kabinet is — daar heeft hij vast nog wel even de tijd voor — in ieder geval voldoende maatregelen zijn aangekondigd die optellen tot 49%? Dat vind ik echt de verantwoordelijkheid van dit kabinet.”
“… en daarover ook besluiten moet kunnen nemen, omdat we dit anders niet van de grond gaan krijgen. Tot slot heb ik nog één vraag. In de Klimaatwet, die we hier met elkaar in de Kamer aan een meerderheid hebben geholpen — het was een initiatiefwet die breed werd ondersteund; complimenten aan alle collega's — staat op dit moment 49% met een doorkijk naar 55%. Die 55% is afgesproken. De maatregelen die het kabinet heeft genomen, tellen niet op tot 49%.”
“Dit is goed, want eigenlijk zegt hij dat de minister van Economie en Klimaat wel door die beleidsterreinen heen moet kunnen …”
“Dat vraagt van een kabinet en van de uitvoerende macht enorm veel extra. Dat vraagt dus om die doorzettingsmacht, waar ik het over heb. Want nu is er een enorm groot overlegcircus, waardoor al die grote bedrijven die miljarden willen investeren — wat heel goed is voor de werkgelegenheid in dit land — nu denken: jongens, moeten we dit nu wel gaan doen? Zij twijfelen nu of ze het hier gaan doen, of dat ze beter naar Duitsland en Frankrijk kunnen gaan, waar ze het gewoon veel beter hebben georganiseerd dan wij op dit moment. Dat zeg ik met spijt.”
“We moeten het er juist hier over hebben. De minister-president verwijst iedere keer naar de formatie. Ik zou zeggen: stuur een uitnodiging, dan hebben we een formatie. Maar laten we het anders hier bespreken. Zolang er geen formatie is, is dit de plaats waar we dat met elkaar bespreken. We zien dat het twaalf jaar duurt voordat het hoogspanningsnet is vernieuwd. We zien dat er enorme investeringen klaarliggen — dat hoeft de overheid niet te doen; er gaat geen cent subsidie meer heen — om windmolens op zee te bouwen, maar we hebben een probleem: we kunnen ze hier niet aansluiten op land.”
“Waarom is dat nodig? De energie-infra die we bouwen ... Er is op dit moment concurrentie om schaarse ruimte. Als we met waterstof gaan beginnen, waar gaat het dan eerst naartoe? Gaat het naar de industrie, waar we een grotere klap kunnen slaan, of juist naar de mobiliteit? Als we die doorzettingsmacht niet hebben, dan gaat het mis in de uitvoering. We kunnen dan zoveel ambities hebben als we willen en we kunnen al het geld van de wereld hebben, maar dan halen we onze doelstellingen niet.”
“Nee, ik ga uitleggen waarom dat nodig is.”
“Als ik met die vervuilende elf grote bedrijven spreek waar de heer Rutte het over heeft, dan ben ik ook optimistisch, want zij hebben de knop omgezet. Zij zien — Tata heeft dat net ook naar buiten gebracht — dat zij die grote stap moeten maken. Maar zij worden echt gek van de overheid. Zij moeten grote investeringsbeslissingen nemen, eigenlijk dit najaar. Er is nog steeds geen kabinet en dit kabinet heeft niet de juiste zaken klaarstaan om hen daarbij te helpen. Die noodtoestand waarover wordt gesproken, gaat over: welke invulling geef je daaraan? Een invulling die de Partij van de Arbeid en wij daaraan geven, is dat de minister van Economische Zaken, van Energie en Klimaat doorzettingsmacht krijgt. Waarom is dat nodig?”
“Nee, het gaat over iets heel anders. De meesten van ons wonen gelukkig inderdaad in een huis. U bent geen ondernemer. U bent Kamerlid. U bouwt hier een vorstelijk pensioen op, dus ga niet zielig doen door te zeggen dat u geen pensioen heeft. U geeft hier toe dat u een volle vastgoedportefeuille heeft. U noemt zichzelf een ondernemer, maar ik zeg: u bent een huisjesmelker. Ik geef u in overweging dat u bij de vragen die u nu stelt, een rechtstreeks zakelijk belang heeft. Gaat u alstublieft zitten. Dan zou u deze Kamer meer recht doen.”
“Maar het gaat hierover. Ik voel me hier een beetje ongemakkelijk bij. Hier staat namelijk iemand met vele pandjes in zijn portefeuille, een huisjesmelker, die vragen stelt over de woningmarkt. Als dat geen belangenverstrengeling is ... Als je hier zelf een zakelijk belang bij hebt, vind ik dit zwaar ongepast. Ik zou de heer Van Haga in overweging willen geven om gewoon rustig te gaan zitten. Dat is beter.”
“Ik heb concrete voorstellen gedaan en het zou top zijn als u op die vier of vijf voorstellen nog in kon gaan.”
“… en dat dit een mooi debat over fundamentele vragen van de woningmarkt is. Nogmaals, en dat bedoel ik ook echt niet vervelend, maar als u zegt: laat die heilige huisjes thuis, kan ik zeggen dat wij die thuislaten. Je moet namelijk over alles willen spreken. Maar ik heb een aantal oplossingen genoemd waarvan ik denk dat ze echt nodig zijn. Het is niet zo dat ik nog nooit heb nagedacht over die woningmarkt. Daar hebben we plannen op gemaakt, daar hebben we een analyse op gemaakt. Dus daarom daag ik u uit, als u zegt "het is zo lastig met u praten, want u heeft nog allerlei taboes liggen", welk taboe moet ik thuislaten? Want dan weet ik dat. Dat is eigenlijk waar ik heel concreet naar vraag. Het lijkt me zo mooi, zeg ik tot slot, dat we dit niet per se aan de formatietafel of ergens achteraf hoeven te bespreken. Hier in deze zaal kan iedereen meeluisteren naar welke taboes ik moet achterlaten en welke taboes u moet achterlaten. Dan kunnen misschien vandaag nog wel stappen zetten.”
“Voorzitter, ik begrijp dat u dat zegt, maar laat ik het ook prijzen dat het hier echt over de inhoud gaat ...”
“Voorzitter. Nu wordt er een minderheidskabinet van de VVD en GroenLinks voorgesteld, het wordt steeds complexer hier in deze zaal. Er ís geen formatie, dus laten we ook niet doen alsof die volgende week gaat beginnen. Laten we het dan hier doen. Daagt u mij uit. Waar vindt u dat ik op moet terugkomen waarvan u zegt: dit is zo'n heilig huisje, hier moet u anders over gaan denken? Daag me uit.”
“Dat is mooi. Dus dat betekent als ik het goed begrijp dat we gaan zorgen dat de belasting die speculanten betalen over al die huurinkomsten fors omhooggaat. Het betekent dat we het woningwaarderingsstelsel kunnen gaan aanpassen, zodat er een maximumhuur komt. Omdat je nu ziet, zeker in de grote steden, dat de huren exploderen, omdat die huisjesmelkers kunnen vragen wat ze willen. Dat betekent dat we nog beter gaan controleren of dat stelsel ook wordt nageleefd. Dat is mooi. Dat is absolute winst. Laten we daar heel snel mee beginnen. Dank u wel.”
“Dat treft, Lilianne Ploumen en ik ook. Wij hebben namelijk eenzelfde inzet. Alles wat ik nu zeg, zeg ik ook echt namens de Partij van de Arbeid, want wij vinden daar precies hetzelfde op. Dan zouden we met elkaar verder kunnen komen. Maar het is ook mooi om het hier met elkaar te bediscussiëren. U maakt zich er iets te makkelijk van af. U zegt: we hebben al heel veel gedaan. Ja, u heeft heel veel gedaan. Er is een verhuurdersheffing gekomen, sociale huurwoningen zijn massaal verkocht, huren zijn met 35% gestegen. Dat is niet zomaar per ongeluk gebeurd, dat is actief beleid geweest van dit kabinet, door woningen aan speculanten te verkopen. En dus is mijn vraag: is de heer Rutte bereid om de komende periode dat liberale denken toch echt even thuis te laten en een grotere rol voor de overheid daar neer te leggen, speculanten stevig aan te pakken en te zorgen dat huisjesmelkers niet meer de eersten zijn die een woning kunnen kopen maar dat ze naar starters gaan?”
“Ik heb geen vragen over de verhuurderheffing. Daar gaat namelijk de Kamer over. Dus vanavond kunnen we daarover stemmen en kunnen we zien of daar een meerderheid voor is om die af te schaffen. Ik heb goede hoop, gehoord ook het debat gisteren. De wooncrisis gaat echter over veel meer. Ik ben dan ook wel benieuwd naar de reflectie van de heer Rutte daarop. Normaal gesproken had ik dit aan de formatietafel gevraagd, maar goed, daar wilde hij niet met mij zitten, dus vraag ik het hem hier in deze zaal. Het is ook wel zo verfrissend dat we het hier over de inhoud hebben. De problemen op de woningmarkt zijn de afgelopen tien jaar ontstaan terwijl hij premier was. De huren zijn met 35% gestegen. Stef Blok heeft de sociale woningen en andere woningvoorraad in de uitverkoop gedaan doordat hij naar Singapore reisde en probeerde het aan de man te brengen. Kan de premier reflecteren op de afgelopen tien jaar volkshuisvestingsbeleid van zijn kabinetten?”
“De demissionaire premier zet de verhoudingen met het constructieve deel hier in de Kamer echt op scherp. Dat wil ik tegen hem zeggen. Tegen de heer Wilders zeg ik: we gaan het debat verder met elkaar voeren, maar moties dienen we in de tweede termijn in.”
“Volgens mij is deze badinerende toon niet helemaal nodig. De Kamer heeft namelijk al besloten, maar de premier doet hier alsof de Kamer daar nog over moet nadenken, alsof ze het misschien nog even in een breder perspectief moet zien. Dat is niet het geval. U bent demissionair. U vergeet dat graag. U vindt het eigenlijk ook heel fijn om demissionair te zijn, zegt u dan: want dan heb ik minder last van de Kamer. De Kamer heeft hier doorgepakt. Ik ben echt trots op wat de ChristenUnie heeft gedaan, samen met de collega's van de SP. Ze hebben voor het eerst laten zien dat de coalitie er niet meer is, en kijk eens wat we dan voor elkaar kunnen krijgen voor Nederland. Dan heeft u gewoon dit verzoek uit te voeren. Niks geen "nog meer overleg". Er is een motie aangenomen. Als u dit niet doet, waarom zouden we dan in vredesnaam met elkaar hier nog voorstellen indienen? Ik vraag u nogmaals, en ik denk dat u er goed aan doet, om hier nu, niet straks, niet morgen, niet overmorgen, maar nu toe te zeggen: u heeft helemaal gelijk, we gaan de vennootschapsbelasting verhogen.”