Leonie Vestering
lid Tweede Kamer · PvdD · Netherlands
“Voorzitter. Het vogelgriepvirus raast door, ook in de twee meest pluimveedichte gebieden van Nederland. Er dreigt een tekort aan gas om deze dieren te vergassen en een tekort aan menskracht bij de NVWA. Zo veel dieren worden er inmiddels vergast. Waar is het kabinet mee bezig? Wanneer is het genoeg, vraag ik de ministers.”
“"Nu al"? Ik denk eerder "nu pas"; ik zat al best een tijdje te wachten. Ik vroeg me af: op welk argument van mevrouw Van der Plas zal ik nu reageren? Maar mijn vraag gaat over de eerste motie. Daarin heeft mevrouw Van der Plas het over de wilde vogels die overwinteren in Nederland.”
“Ik heb in mijn bijdrage ook gevraagd wanneer het genoeg is voor de ministers. Er worden nu steeds maar weer opnieuw verschrikkelijk veel dieren vergast en vervolgens worden die stallen weer gevuld. Dat is natuurlijk best een heel gek beleid, ook uit het oogpunt van dierenwelzijn.”
“Dit betreft giftige stoffen die zó verschrikkelijk giftig zijn dat ze zelfs al de norm overschrijden op het moment dat ze worden gemeten. Op het moment dat dat zo is, op het moment dat deze stoffen worden gemeten, betekent het automatisch dat we de Kaderrichtlijn Water in 2027 niet gaan halen.”
“Voorzitter. In 2013 is een motie van mijn fractie aangenomen over het gif difenoconazole, dat onder andere schimmelresistentie veroorzaakt. De motie luidde dat dat van de markt moest worden gehaald. De toelating van die stof wordt nu steeds procedureel verlengd. Nederland heeft zich daar in Brussel al twee keer tegen uitgesproken.”
“Mevrouw Van der Plas zit barstensvol dieronvriendelijke ideeën, merk ik wel; nu kunnen ook al de eieren geschud worden. Ik wil vragen of mevrouw Van der Plas op z'n minst wel erkent dat het ontstaan van de hoogpathogene vorm van vogelgriep, waar dieren dus heel erg ziek van worden, wat een risico vormt voor de volksgezondheid, is ontstaan…”
The complete record
Every one of 27 lines we hold for Leonie Vestering, in date order, each linked to its source. Free to read, in full, without an account.
“Mijn vraag was of de minister zich realiseert dat we de Kaderrichtlijn Water hierdoor niet gaan halen. Realiseert de minister zich dat?”
“Dit betreft giftige stoffen die zó verschrikkelijk giftig zijn dat ze zelfs al de norm overschrijden op het moment dat ze worden gemeten. Op het moment dat dat zo is, op het moment dat deze stoffen worden gemeten, betekent het automatisch dat we de Kaderrichtlijn Water in 2027 niet gaan halen. Mijn vraag aan de minister is dan ook: realiseert de minister zich dat als hij deze stoffen of de producten die deze stoffen bevatten niet gaat verbieden, we dan automatisch niet de Kaderrichtlijn Water in 2027 gaan halen, wat wel zijn ambitie zou zijn?”
“De toetsingen zijn nog niet afgerond, dus ik vraag me wel af of de minister bij zijn voorstem met een stemverklaring gaat uitleggen waarom hij eigenlijk tegen is.”
“De motie van de heer De Groot ging over het onthouden van stemming en ik vraag in deze motie aan de minister of hij tegen wil stemmen. Ook dan kun je een stemverklaring doen. Ik wil de minister dus vragen waarom hij daar geen gebruik van maakt. Dat is namelijk wel een verzoek dat ik hierbij aan de minister doe en ik doe dat ook namens de Kamer.”
“Maar dit gaat over de verhouding tussen Kamer en minister.”
“Hoe verhoudt de Ctgb zich dan tot de wens van de Tweede Kamer? Dat is een vraag waarvan ik vrees dat ik die vaker ga stellen. Als de Tweede Kamer de minister vraagt om een middel met een bepaalde stof niet toe te laten, gaat de minister dat dan niet doen?”
“Ik wil de minister wijzen op de aangenomen motie uit 2013 waarin staat dat we graag willen dat producten op basis van dit middel van de markt worden gehaald. Dat is wel degelijk een bevoegdheid die de minister heeft, dus ik vraag hem waarom hij negen jaar later nog steeds geen gebruik heeft gemaakt van die bevoegdheid.”
“De tweede motie.”
“Voorzitter. In 2013 is een motie van mijn fractie aangenomen over het gif difenoconazole, dat onder andere schimmelresistentie veroorzaakt. De motie luidde dat dat van de markt moest worden gehaald. De toelating van die stof wordt nu steeds procedureel verlengd. Nederland heeft zich daar in Brussel al twee keer tegen uitgesproken. Toch laat het Ctgb nu weer middelen op basis van die stof toe. Hoe rijmt dat met elkaar? Gaat de minister na negen jaar nu eindelijk onze motie uitvoeren en die middelen verbieden? Voorzitter. Ik heb twee moties.”
“Ik wil me aansluiten bij de woorden van de heer De Groot, omdat ik ook van mening ben dat als je de afspraak maakt met de een, je de afspraak ook maakt met de ander. Maar goed, in dit geval steun, maar we moeten opnieuw naar de regels gaan kijken.”
“Voorzitter. Het lijkt een beetje alsof het dan flauw is, maar er zitten hier ook leden in de zaal die in het vorige tweeminutendebat geen moties hebben ingediend omdat ze niet aan het commissiedebat hebben meegedaan. Dus ik vind wel dat een beetje moet gelden: gelijke monniken, gelijke kappen.”
“Volgens mij had de minister ook kort kunnen antwoorden, want dit is al staand beleid van het ministerie van LNV. En er is al een motie aangenomen, via de minister van IenW, over het meenemen van het een en ander in de ruimtelijke gebiedsontwikkeling.”
“Ik heb hier echt grote moeite mee. 6 miljoen dieren: het zijn ongekend veel dieren die zijn vergast in de Nederlandse veehouderij. Keer op keer op keer op keer belooft de minister met een intensiveringsaanpak, een nieuw plan van aanpak, een brief of een onderzoek te komen, maar er verandert niets. Het enige wat verandert, is dat er meer dieren worden vergast. Mijn geduld is dus een beetje op. Ik hoop dat de minister dát op z'n minst kan begrijpen.”
“Ik ben bij het ministerie van LNV niet anders gewend dan dat het niet nu even snel gaat gebeuren: het duurt lang, er wordt gesproken met de sector, er zijn afspraken gemaakt met de sector, et cetera. Maar dit is ook de minister van Dierenwelzijn. En daar hoor ik geen woord over. Ik moet dus maar weer wachten tot er een brief komt, terwijl die vergassingen ondertussen gewoon doorgaan, onder het mom van "we vinden het allemaal zo erg". Het gaat gewoon door.”
“Ik heb in mijn bijdrage ook gevraagd wanneer het genoeg is voor de ministers. Er worden nu steeds maar weer opnieuw verschrikkelijk veel dieren vergast en vervolgens worden die stallen weer gevuld. Dat is natuurlijk best een heel gek beleid, ook uit het oogpunt van dierenwelzijn. Ik wil dus toch nog even kijken of de minister bereid is om die vraag te beantwoorden. Kan hij ook reflecteren op hoe hij kijkt naar die situatie, waarin we nu al 6 miljoen dieren hebben vergast en die stallen weer met tienduizenden en soms wel honderdduizenden dieren vullen?”
“De beantwoording ging niet over de vraag die ik stelde. Ik heb het namelijk gehad over de uitbraak in de gemeente Deurne, het hart van de varkenssector in Nederland. Mijn vraag was of daar nu naar die menging van verschillende virussen wordt gekeken of niet.”
“Mevrouw Van der Plas zit barstensvol dieronvriendelijke ideeën, merk ik wel; nu kunnen ook al de eieren geschud worden. Ik wil vragen of mevrouw Van der Plas op z'n minst wel erkent dat het ontstaan van de hoogpathogene vorm van vogelgriep, waar dieren dus heel erg ziek van worden, wat een risico vormt voor de volksgezondheid, is ontstaan in de veehouderij en niet is ontstaan door de wilde dieren waarbij mevrouw Van der Plas maar wat graag de schuld neerlegt.”
“"Nu al"? Ik denk eerder "nu pas"; ik zat al best een tijdje te wachten. Ik vroeg me af: op welk argument van mevrouw Van der Plas zal ik nu reageren? Maar mijn vraag gaat over de eerste motie. Daarin heeft mevrouw Van der Plas het over de wilde vogels die overwinteren in Nederland. Zij heeft het erover dat deze dieren ook moeten worden verminderd. Ik neem aan dat die dan moeten worden afgeschoten. Kan mevrouw Van der Plas daar nog iets over vertellen? Hoeveel wilde dieren, naast de 6 miljoen dieren die al zijn vergast in de veehouderij, wil zij doodmaken?”
“Wat betekent dat voor de volksgezondheidsrisico's? Voorzitter, één motie. Meer dan 6 miljoen dieren zijn vergast, maar telkens worden de stallen opnieuw gevuld, op kosten van de belastingbetaler. Dit moet stoppen.”
“Voorzitter. Het vogelgriepvirus raast door, ook in de twee meest pluimveedichte gebieden van Nederland. Er dreigt een tekort aan gas om deze dieren te vergassen en een tekort aan menskracht bij de NVWA. Zo veel dieren worden er inmiddels vergast. Waar is het kabinet mee bezig? Wanneer is het genoeg, vraag ik de ministers. En concreet: hoeveel vergassingen kan de NVWA nog aan? In Spanje zijn inmiddels twee mensen besmet geraakt met de vogelgriep, is het virus overgesprongen op de nertsenfokkerij, naar nertsen die, net als varkens, mengvaten kunnen zijn die vogelgriep, humane griep en varkensgriep kunnen combineren. In Nederland brak het virus uit in de gemeente Deurne, het hart van de varkenssector in Nederland. Hoe zit het met de monitoring daar? Klopt het dat er nog niet wordt gekeken of vogelgriep in varkensstallen binnenkomt? Heeft de minister ook signalen gehoord dat omstanders bij vergassingen hebben gezien hoe medewerkers zonder beschermende middelen rondom de containers aan het werk zijn, terwijl daar dode dieren in worden gekieperd en de veren alle kanten op vliegen?”
“Ook voor dit debat steun.”
“Dank u wel, voorzitter. Ik wilde graag een vooraankondiging doen van een tweeminutendebat over de regeling van de nieuwe versie van de AERIUS-calculator en de wijziging van het stikstofregistratiesysteem. En dan graag vóór 1 oktober, inclusief stemmingen.”
“Steun voor dit debat.”
“Voorzitter, van harte steun.”
“Voorzitter, ook namens ons steun voor dit verzoek.”
“Voorzitter, steun.”
“Voorzitter, steun voor het debat.”