Pieter Heerma
lid Tweede Kamer · CDA · Netherlands
“Mijn vraag gaat over het onderzoek van de ABD naar de ABD. De minister-president geeft aan dat er naar aanleiding van dat onderzoek aan voorstellen gewerkt wordt om die omloopsnelheid te verlagen, omdat het niet de bedoeling is dat ambtenaren na drie jaar gaan jobhoppen naar een volgende functie.”
“Ik zou de premier dus op willen roepen om in dit soort debatten, die inderdaad — ik ben het eens met de heer Jetten — veel over de inhoud zijn gegaan, niet bang te zijn voor het ideologisch debat, maar het aan te gaan. Ik denk dat de politiek daar alleen maar beter van wordt.”
“Ik hoor de heer Van Haga zeggen dat hij geen nieuw verzoek hoort. Het is ook niet een nieuw verzoek, maar wel een gedeeld verzoek. Gisteren in het debat kwam naar aanleiding van vragen van collega Segers al aan de orde dat de heer Van Haga een motie van afkeuring aankondigde richting de minister van LNV, terwijl hij daar nog nooit met haa…”
“De minister-president is zijn eerste termijn begonnen met reflecteren op het hebben van visie en dat er overlap zit in de visies van partijen. Nu is het departement van Wonen een aantal jaren opgeheven. De toenmalige minister gaf aan dat hij de eerste VVD'er was die een heel departement heeft laten verdwijnen.”
“Dat speelt ook nog. Het wordt nu een gesprek in plaats van een debat. Maar het is goed dat de minister-president hier volmondig bevestigt dat ook hij vindt dat er weer actief volkshuisvestingsbeleid vanuit de rijksoverheid gevoerd moet worden. Dan over het andere deel.”
“Voorzitter. In zijn beantwoording in de eerste termijn had de premier een interruptiedebat met mevrouw Marijnissen. Daarin zei hij op een gegeven moment: u moet het niet ideologisch maken. Mevrouw Marijnissen reageerde als door een wesp gestoken met: we moeten het wel ideologisch maken. Dat was precies ook mijn reactie.”
The complete record
Every one of 107 lines we hold for Pieter Heerma, in date order, each linked to its source. Free to read, in full, without an account. Page 1 of 3.
“Mijn beroep op de heer Van Haga: echt, doe dit niet, kies een ander moment; dit wordt een vertoning waar we op termijn — dat geldt voor vele instrumenten — echt niet trots op zijn.”
“Ik hoor de heer Van Haga zeggen dat hij geen nieuw verzoek hoort. Het is ook niet een nieuw verzoek, maar wel een gedeeld verzoek. Gisteren in het debat kwam naar aanleiding van vragen van collega Segers al aan de orde dat de heer Van Haga een motie van afkeuring aankondigde richting de minister van LNV, terwijl hij daar nog nooit met haar een debat over gevoerd had. Nu komt hier een tirade over het coronadebat, terwijl daarover misschien wel 40 debatten zijn geweest met telkens de mogelijkheid om dit soort moties in te dienen. Als we bij elk lukraak debat moties van afkeuring en wantrouwen tegen bewindspersonen gaan indienen die er misschien toevallig bij hebben gezeten maar niet het woord gevoerd hebben of terwijl ze er niet eens bij waren, dan nemen we onszelf als parlement toch niet serieus? Dan zijn we bezig om onze instrumenten onrecht aan te doen en daarmee uit te hollen, in plaats van dat ze krachtiger worden. Dan zijn alle verhalen over het parlement als lam of leeuw niet meer relevant.”
“Voorzitter. Ik heb een laatste motie en die heb ik aangehaald in het slot van mijn eerste termijn en daarbij heb ik ook verwezen naar een gezamenlijk initiatief met collega Marijnissen, volgend op een veel ouder initiatief van vader Marijnissen, om te komen tot een nationaal historisch museum. Ik denk dat wij het voorstel vlak voor de corona-uitbraak hebben gedaan en dat met alles wat volgde de prioriteit er even niet was om dat gezamenlijke initiatief ook in een motie te laten landen. Ik denk echter wel dat dat belangrijk is, dus bij dezen alsnog.”
“Ik heb in mijn eerste termijn ook — dat volgt op de Algemene Politieke Beschouwingen van vorig jaar — verwezen naar een onderzoek dat maandag gekomen is. Dat geeft aan dat wij te weinig strategisch vooruitkijken als het gaat over veiligheidsdreigingen in de wereld. We zijn onlangs met een duikbotendeal tussen Engeland, Amerika en Australië weer geconfronteerd met hoe snel geopolitieke verhoudingen verschuiven. We hebben de crisis in Afghanistan gehad, maar ook vorig jaar in de pandemie. Er zijn grote veiligheidsdreigingen die niet in beeld zijn, zoals de WRR concludeert, maar ook het rapport van afgelopen maandag, omdat er te veel waan van de dag en te veel korte termijn is. Daarom de volgende motie.”
“In het verleden hebben ze zich misschien wel te veel als ondernemingen gedragen, maar ze hebben een maatschappelijke taak en daarom is het goed dat we ze ook daaraan gaan houden en de ruimte geven om dat te gaan doen. Dat zeg ik ook vanuit mijn ideologisch perspectief. Naar aanleiding van de motie van mevrouw Hermans heb ik drie moties die een iets beperktere omvang hebben, maar dat is helaas niet anders. De eerste motie is naar aanleiding van het debat over veiligheid en gaat over het belang van preventie daarbij. Ik heb in eerste termijn al een voorstel gedaan om een teruggeeffonds in het leven te roepen. De premier heeft in zijn eerste termijn aangegeven dat het kabinet de gedachtegang wel snapt en er een brief over gaat sturen, maar ik wil die brief graag een zetje in de goede richting geven.”
“Ik zou de premier dus op willen roepen om in dit soort debatten, die inderdaad — ik ben het eens met de heer Jetten — veel over de inhoud zijn gegaan, niet bang te zijn voor het ideologisch debat, maar het aan te gaan. Ik denk dat de politiek daar alleen maar beter van wordt. Daarom ben ik ook blij dat in dit debat het meer over "volkshuisvesting" is gegaan dan in de afgelopen jaren. Zelfs de premier wist het woord na enige schroom ook te gebruiken. In de media wordt nog steeds over de "woningmarkt" gesproken, maar als we het met elkaar volhouden om onze grondwettelijke taak hier te benoemen zoals hij benoemd moet worden, dan zal dat vanzelf veranderen. Daarbij geldt dat als je het hebt over de verlaging van de verhuurderheffing, onderdeel van de "beperkte" motie van mevrouw Hermans ... Die is belangrijk omdat die woningbouwcorporaties geen bedrijven met een bruidsschat zijn. Het zijn geen ondernemers met winstmaximalisatie. Het zijn geen overheidsdiensten. Zij hebben een maatschappelijke taak die zij moeten uitvoeren.”
“Voorzitter. In zijn beantwoording in de eerste termijn had de premier een interruptiedebat met mevrouw Marijnissen. Daarin zei hij op een gegeven moment: u moet het niet ideologisch maken. Mevrouw Marijnissen reageerde als door een wesp gestoken met: we moeten het wel ideologisch maken. Dat was precies ook mijn reactie. Dat is me uit het hart gegrepen. We hebben het in dit huis heel vaak over wat politici zeggen en helaas te vaak ook over hoe ze het zeggen, maar het gaat veel te weinig over de vraag waarom politici zeggen wat ze zeggen. De premier — een stukje psychologie naar de mensen toe — vindt dat lastig, omdat ideologie in zijn hoofd in de weg kan staan van het fixen van problemen. Ik wil het hier toch andersom zeggen. Pas als je gaat praten met elkaar over waarom je de dingen zegt die je zegt, als je ideologisch durft neer te zetten wat je verhaal is, dan heb je een basis om vervolgens de verschillen te overbruggen.”
“Op welke termijn is dat?”
“Ik ben bereid om de minister-president te matsen, zodat hij dat niet tweede termijn hoeft te doen, als we die brief snel kunnen krijgen.”
“Mijn vraag gaat over het onderzoek van de ABD naar de ABD. De minister-president geeft aan dat er naar aanleiding van dat onderzoek aan voorstellen gewerkt wordt om die omloopsnelheid te verlagen, omdat het niet de bedoeling is dat ambtenaren na drie jaar gaan jobhoppen naar een volgende functie. Mijn reden om dat destijds aan de orde te stellen, was dat dit wel degelijk gebeurt en dat je daardoor — dat gaat niet om de deugdzaamheid van individuele mensen — een managerscultuur krijgt en de echte vakinhoudelijke kennis lager wordt. Daardoor worden a heel grote complexe problemen minder makkelijk opgelost en wordt b de kans dat er fouten worden gemaakt waar mensen de dupe van worden groter. Mijn vraag is wat die voorstellen zijn en wat er concreet gaat gebeuren om die omloopsnelheid naar beneden te brengen. De minister-president geeft aan dat het ook niet de bedoeling is dat ze er 24 jaar zitten, maar tussen 3 en 24 jaar zit heel wat. Het tweede dat ik erbij zou willen weten, is wat er gebeurt om vakinhoudelijke kennis bij de toekenning van functies zwaarder te laten wegen.”
“Als het nou hier ook gebeurt, ligt het aan mij en niet aan de microfoon. Ik ben het niet eens met hoe mevrouw Ouwehand de stand van zaken schetst. Tegelijkertijd geeft de minister-president aan dat er wel een derde stap nodig is en dat daarvoor het een en ander wordt voorbereid voor een volgend kabinet. Ik denk dat dat op zich terecht is, want zo groot is het, maar je ziet wel de onzekerheid waar mevrouw Ouwehand het over heeft. Er is gisteren in Midden-Nederland nog een rechterlijke uitspraak geweest waarmee vergunningen van zeventien boeren zijn vernietigd. Is het een idee — de minister-president bewoog daar het al half naartoe — dat we voorafgaand aan de begroting LNV een stuk krijgen, zodat er een discussie in de Kamer kan plaatsvinden mocht onverhoopt de formatie heel lang duren?”
“Ik heb een vervolgvraag op dit onderwerp. Ik deel de beschrijving niet …”
“Een voorstel van orde: kan de minister-president niet beter eerst die twee antwoorden geven, zodat we de interrupties daarna doen? Want anders gaan we interrupties, antwoorden en dan weer interrupties doen.”
“In deze termijn?”
“Nogmaals, ook mijn herinnering is niet feilloos, maar volgens mij hebben we dit in 2019 met de verhuurderheffing gedaan. Volgens mij is er toen 1 miljard uitgetrokken. De minister-president verwijst nu naar de 100 miljoen die naar voren getrokken kan worden voor het verlengen van de woningdeals. Maar in mijn herinnering hebben we in 2019 hetzelfde gedaan bij de afslag op de verhuurderheffing. Dan kan het toch?”
“Dat speelt ook nog. Het wordt nu een gesprek in plaats van een debat. Maar het is goed dat de minister-president hier volmondig bevestigt dat ook hij vindt dat er weer actief volkshuisvestingsbeleid vanuit de rijksoverheid gevoerd moet worden. Dan over het andere deel. We hebben hier in de Kamer gisteren veel wensen geuit over wat we vinden dat er op de korte termijn moet gebeuren. Ik heb daarbij duidelijk aangegeven dat voor mijn fractie volkshuisvestiging prioriteit nummer één is. Ik heb de suggestie gedaan om te kijken of je dat geld naar voren kunt halen, wat in mijn herinnering ook in 2019 gebeurd is, omdat dit een manier is om op korte termijn veel geld vrij te spelen. Dat creëert meer ruimte voor allerlei wensen die er in de Kamer leven. "We moeten ernaar kijken" en dat "mjah" zijn net niet goed genoeg. Bij de afweging namens mijn fractie moet ik wel weten of het zoveel 100 miljoen is of dat het zoveel miljard is. Dat scheelt nogal.”
“Oké. Deelt u ook dat volkshuisvesting alleen niet voldoende is? Daarom breng ik in dat ik vind dat er gekeken moet worden naar het oprichten van een departement. Het gaat ook over ruimtelijke ordening. Er zijn ook grote raakvlakken met de milieuproblematiek. Dan kom je weer bij VROM uit. Maar je zult toch echt …”
“Ik hoorde eigenlijk ook in het eerste deel van het antwoord een "mjah", want de minister-president geeft aan dat hij voorstander is van meer departementen. Maar dat was mijn vraag niet. Mijn vraag was of hij deelt dat het, gegeven de enorme wooncrisis die is ontstaan, nodig is dat de rijksoverheid weer een volkshuisvestingsbeleid voert.”
“De minister-president geeft aan: als dat het is wat de heer Heerma voorstelt, dan zouden wij dat net zo doen. Maar hij zegt ook dat er haken en ogen aan zitten. Kan hij aangeven waar die problemen liggen? Want volgens mij kunnen veel van deze problemen opgelost worden door gewoon afspraken met Aedes te maken. Aedes zou daartoe volgens mij bereid zou zijn, want dat heeft volgens mij ook met een eerlijke verdeling tussen de woningbouwcorporaties te maken, want sommige hebben veel geld, maar kunnen weinig bouwen et cetera. Als Aedes bereid is om daartoe afspraken te maken, dan kun je de bezwaren die de minister opwerpt tegen mijn voorstel toch in één keer wegnemen?”
“De minister-president is zijn eerste termijn begonnen met reflecteren op het hebben van visie en dat er overlap zit in de visies van partijen. Nu is het departement van Wonen een aantal jaren opgeheven. De toenmalige minister gaf aan dat hij de eerste VVD'er was die een heel departement heeft laten verdwijnen. Ik ben benieuwd hoe de minister-president, gegeven de crisis op de woningmarkt, hiertegen aankijkt. Ziet hij in zijn rol als demissionair minister-president inderdaad ook dat er weer een actief volkshuisvestingbeleid gevoerd moet worden? Dan heb ik het niet eens over specifieke maatregelen, maar gewoon over de intentie om dat weer te gaan doen, omdat dat nodig is om de ontstane crisis tegen te gaan. Dat is mijn algemene vraag. Mijn specifieke vraag gaat over het geld. Ik meen dat we de verhuurderheffing eerder hebben verlaagd en toen de mogelijkheid hebben gecreëerd om dat geld in één keer uit te geven. Dat was volgens mij bij de begroting in 2019, maar het kan zijn dat ik me vergis.”
“Waarvoor dank. Ik wil namelijk een vervolgvraag stellen op de vraag van de heer Omtzigt, waarvan ik niet helemaal zeker weet of de minister-president die richting al op beweegt. Het punt van de heer Omtzigt is dat hij graag een toezegging wil en niet een verwijzing naar een motie. De minister-president heeft aan het begin van zijn termijn al toegezegd dat hij aan het einde, in het laatste blok, op de formatie ingaat. Is het niet een idee dat de heer Koolmees, die zojuist deze opdracht kreeg, vóór het einde van de eerste termijn van de minister-president hiernaar kijkt, zodat ook daarop ingegaan kan worden, voordat de heer Omtzigt gedwongen wordt om een motie in te dienen?”
“Ook geen steun voor het ordevoorstel van de heer Wilders en ik sluit me aan bij de wijze woorden van de heer Van der Staaij. Ook wij hebben deze motie niet gesteund en het is prima om in dit debat te kijken wat een goede dekking kan zijn voor een motie die wij niet gesteund hebben maar die wel een meerderheid heeft.”
“Luister. Ik ben blij dat er überhaupt weer partijcongressen plaats kunnen vinden na corona, want ik hou van die partijcongressen. Maar dit was absoluut een hoogtepunt van het congres. De heer Segers heeft waarschijnlijk live mee zitten kijken. Maar toen ik dacht "ze zullen nu toch wel op zijn", kwamen er nog vijf. Ze kregen 70% van het congres mee. Dat is doorgaans niet het percentage waarmee wij ontraden resoluties verliezen. Kijk, ik zit niet aan een onderhandelingstafel. Maar de opdracht die wij mee hebben gekregen over waar we wel en niet mee thuis kunnen komen, was vrij helder.”
“Ik voelde deze aankomen van de heer Segers. Hij heeft er ook alle recht toe, gegeven alles wat hij met coalitie-Y ook al jaren op dit onderwerp gedaan heeft. Hij deed dat deels samen met mijn collega Harry van der Molen — hij is mijn oud-collega op dit moment, want hij zit ziek thuis, maar hij komt gelukkig snel weer terug — in coalitie-Y. De heer Jetten gaf aan dat hij blij was dat er in D66 nog volop debat is. Dat konden we bij het CDA-congres ook zien. Onze nieuwe CDJA-voorzitter had gelukkig veel jongeren mee. De, vind ik, doorgaans wijze les dat je je niet met breekpunten moet laten opzadelen in een formatie, ging vrij kansloos ten onder in ons congres. In de partijdemocratie doet ook iedereen zijn werk. Ik kan overigens de partijen die niet intern georganiseerd zijn dat van harte aanraden. De opdracht die wij hebben gekregen over waar we wel en niet mee thuis kunnen komen in een formatie, mocht die gaan plaatsvinden en mochten wij daar deel van uitmaken, is glashelder.”
“Dank. Dat vind ik een constructieve opstelling en constructieve vraag. Volgens mij is het ook een terecht punt. Ik zat gisteren met de heer Nijboer in een radio-uitzending. Daarin kwam opinieonderzoek onder de Nederlanders langs over klimaat. Daarin werd het probleem dat de heer Van der Staaij aanhaalt, bevestigt als iets wat leeft onder de mensen. Maar er kwam ook naar boven, en dat wil ik toch ook toevoegen, dat men een gebrek aan handelingsperspectief ervaart. Daarom haalde ik dat klimaatberaad ook aan. Ik vind het heel belangrijk dat de klimaattransitie niet vanuit ivoren torens in Den Haag over de mensen uitgestort wordt, maar dat er handelingsperspectief is, waarbij mensen zelf iets kunnen en willen bijdragen, omdat het eigenaarschap dat dan ontstaat veel meer gaat doen voor het klimaatbeleid dan iets wat bedacht is omdat het goed uit een model komt.”
“Ik denk dus zelf dat we bij het grote klimaatvraagstuk een deel van die transitie met elkaar uit algemene middelen moeten financieren in plaats van de kosten neerleggen bij huishouden die misschien in de modellen handelingsperspectief hebben, maar in de echte realiteit niet. Een laatste aanvulling, voorzitter, al weet ik dat ik lang van stof ben en u altijd roept dat het korter moet. Maar er wordt bijvoorbeeld ook extra geld uitgetrokken voor isolatieprogramma's of om hybride warmtepompen mogelijk te maken. Dat geld helpt ook om handelingsperspectief voor huishoudens te creëren, zonder ze op kosten te jagen.”
“Ik denk dat de heer Van der Staaij een terecht punt aanhaalt. Daarin lag misschien ook wel de kern van de kritiek van mijn voorganger Sybrand Buma op de discussies rondom die klimaattafels. Als je, om die transitie voor elkaar te krijgen, mensen op kosten jaagt vanuit het idee dat ze dan ander gedrag gaan vertonen, waarmee er dan wordt bespaard op ... Als die mensen geen handelingsperspectief hebben, laat je ze alleen maar meer geld betalen. Daarmee maak je de weerstand juist groter tegen klimaatbeleid, tegen de noodzaak om CO 2 te reduceren. In dat debat, dat gepolariseerd raakte, zei men op een gegeven moment: zonder draagvlak kunnen we niks, maar we moeten wat. Ik vind het dus, zoals ik richting de heer Klaver ook aangaf, heel verstandig dat het kabinet dat extra geld voor SDE++ niet financiert uit een verhoging van de energierekening, zoals dat in het verleden gedaan is, maar uit de algemene middelen. "SDE++", zo heet dat volgens mij tegenwoordig. Ik kijk even naar de heer Jetten of ik het goed heb. Hij knikt, en hij heeft er verstand van.”
“Er zijn allerlei migratiestromen, waarbij qua volkshuisvesting arbeidsmigratie — dat woord was in dit debat nog niet gevallen — in heel veel gemeenten een veel grotere reden is voor problemen bij het vinden van een betaalbare woning dan asielmigratie. Dus als de heer Dassen voor de korte termijn met een voorstel komt, ga ik het beoordelen, maar voor de lange termijn denk ik dat je het met elkaar moet aandurven om het over demografie te hebben, ook qua migratie. Daar is in 2018 dus een aanzet toe gegeven. En in bijvoorbeeld Canada doen ze dat al jaren.”
“Ik denk dat de heer Dassen raakt aan de discussie waarvan mevrouw Hermans daarstraks ten onrechte zei dat de heer Dijkhoff en ik daar een motie over hadden ingediend, maar dat was mijn voorganger Buma. Die hebben in 2018 samen een motie ingediend die ging over demografie en demografische vraagstukken die ook met migratie te maken hebben. Als je demografie als uitgangspunt neemt voor een bredere discussie in de politiek, denk ik dat dat een kans biedt om — precies het probleem waar de heer Dassen het over heeft — over het jojobeleid rondom migratie een wat meer continu debat te voeren. Want als het toeneemt, dan moet er van alles opgebouwd worden en als het afneemt, dan worden locaties weer gesloten, omdat je ze niet nodig hebt. Dat zijn debatten — in Canada voert men jaarlijks of tweejaarlijks debatten daarover — over de hoeveelheid migratie die Nederland aankan en waar we ons op richten. Overigens, het politieke debat hier in Nederland gaat altijd alleen maar over asielmigratie, maar het gaat bij migratie om veel meer.”
“Maar je moet er aan de achterkant dus ook voor zorgen dat de mensen die geen recht hebben om hier te blijven, ook teruggaan. Ik denk zelf dat je integratie hierin ook een belangrijke rol in moet geven. Dat sprak mij aan in het stuk dat VVD en D66 geschreven hebben. Je moet mensen die hiernaartoe komen dus niet het gevoel geven dat je ze hier eigenlijk niet wilt hebben, waardoor ze niet deel gaan uitmaken van die samenleving.”
“Misschien kan de heer Dassen ... Ik ben benieuwd naar zijn betoog en hoe migratie het gevolg is van individualisering. Ik ben benieuwd of hij daar zo een toelichting op kan geven. Maar als het gaat over wat er in Moria gebeurd is, dan geldt dat ik daarvoor zelf eigenlijk best een grotere deal had willen sluiten. Maar zo is politiek soms. Als je partijen bij elkaar hebt zitten die proberen om tot een oplossing te komen, is wat er uitkomt minder mooi dan wat iedereen individueel had willen doen, maar dat is dan wel het hoogst haalbare. We hebben toen, op dat moment, met elkaar afspraken gemaakt om hier mensen wél naartoe te halen. Ik heb toen zelf het initiatief genomen om daar met elkaar over te gaan praten. Ik denk dat voor dit onderwerp in den brede geldt dat het migratiebeleid zo groot, zo complex en zo Europees is, dat je aan een formatietafel echt serieus alle kanten moet bekijken om zowel de strengheid als de rechtvaardigheid een plek te geven. Je moet dus gastvrij zijn voor iedereen die bescherming nodig heeft.”
“Excuses aanvaard. Als het gaat over klimaat, dan gebeuren er geen onzindingen. Er gebeuren serieuze dingen die nodig zijn om een serieus probleem op te lossen. Zoals ik richting mevrouw Ouwehand al aangaf, heeft een gerechtelijke uitspraak soms ertoe geleid dat er serieuze stappen konden worden gezet, maar die stappen zijn nodig. Volgens mij heeft de heer Jetten het zojuist ook over CCS gehad. CCS is geen eindoplossing. Dat doe je nu, omdat het op dit moment helpt om de doelen te halen. Ik ben het zeer eens met het tweede deel van het antwoord van Jetten. Uiteindelijk ligt de oplossing in het creëren van de schoonste energie van de wereld, de schoonste staalindustrie. Dat ligt dus in zo'n waterstofbackbone. Daar gaan we serieus geld voor uittrekken. Dat is innovatief en dat is iets wat de heer Van Haga misschien, met al zijn kritiek op de plannen, toch nog kan aanspreken.”
“De heer Van Haga moet de conclusies trekken die hij zelf wil, maar zijn samenvatting van mijn visie op de volkshuisvesting die hij net gaf, sloeg echt helemaal nergens op. Ik wil graag dat de heer Van Haga — nogmaals, hij moet doen wat hij wil — geen onrecht doet aan het betoog dat ik hier houd. Ging de telefoon van de heer Nijboer of van mevrouw Ploumen?”
“Ik denk wel degelijk dat dat miljard kan helpen om procedures te versnellen, want een deel van die procedures … Overigens heb ik eerder richting mevrouw Marijnissen de hand in eigen boezem gestoken vanwege de bruteringsoperatie van mijn vader. Ik denk dat dat bestuurlijk gezien een hoogstandje geweest is. Er zitten nog steeds elementen in die het verstandig maakten. Maar een bijeffect van het beleid dat daarop gevolgd is, is het volgende. Waar er vroeger op gemeentelijk niveau ambtenaren en wethouders zaten die heel veel verstand hadden van volkshuisvesting, is dat verdwenen. Sterker nog, als er een goed iemand zit, dan kopen projectontwikkelaars die zo snel mogelijk weg. Dat zal dus moeten veranderen. Dat helpt ook om procedures te verkorten. Maar dat geld helpt ook daadwerkelijk. Heel veel projecten duren ook jaren, omdat er financiële knelpunten zitten óf omdat mensen procederen tegen bouwprojecten, bezwaar maken, omdat er problemen zijn die niet opgelost worden. Dat geld kan dan helpen die wel op te lossen en dan versnelt een procedure wel degelijk.”
“De heer Van Haga zegt: de overheid bouwt geen woningen, dat moet de markt doen. Maar dit zit dus alweer het verschil tussen de oud-VVD'er … Ik geloof niet dat de markt dat moet doen. Ik sta juist voor een visie waarin die woningbouwcorporaties niet zomaar marktpartijen zijn, maar onderdeel zijn van de samenleving en onderdeel moeten zijn van een maatschappelijk middenveld dat dit doet omdat ze goede wijken willen bouwen met betaalbare huren, en niet om winst te maken. Dus ik ben het niet eens met de heer Van Haga als hij zegt: de overheid heeft hier geen taak in, de markt moet het doen. Nee, er zijn ook partijen die niet alleen maar dingen doen omdat ze er dan heel rijk van kunnen worden. Dat …”
“Met die woningdeals heeft minister Ollongren juist de afgelopen jaren, sinds we daar 2 miljard voor uitgetrokken hebben, allerlei vastzittende woningbouwprojecten wel degelijk los kunnen trekken, omdat er financiële knelpunten waren. Die konden inderdaad met natuur of stikstof te maken hebben, of met infrastructuur, of met andere zaken waardoor er heel veel procedures liepen die met geld konden worden opgelost. De heer Van Haga stelt een specifieke vraag over het geld dat nu vrijgespeeld wordt. Ik ben het er niet mee eens dat een miljard niets voorstelt. Het is op de woningmarkt niet voldoende. Ik vind ook dat de verhuurderheffing omlaag moet — het liefst schaf ik die af, maar in ieder geval moet die omlaag — om nog meer miljarden vrij te spelen. Maar er kan wel degelijk een impuls aan sneller, meer betaalbaar bouwen gegeven worden. Dat gaat op korte termijn helpen meer mensen toegang te geven tot een betaalbare woning.”
“Ik probeer even de vraag van de heer Van Haga te ontdekken. Ik ga beginnen bij het begin. Oud-minister Donner zei altijd: ik ben genoeg calvinist om me altijd over alles wel een beetje schuldig te voelen. Maar ik vind ook een beetje makkelijk van de heer Van Haga om zo'n stijl van politiek te bedrijven, dat omdat ik aantal jaar voor het CDA in de Kamer heb gezeten alle problemen mijn schuld zijn. Dan zou ik zeggen: laat de heer Van Haga zelf eens met constructieve voorstellen komen om zaken op te lossen in plaats van alleen maar te wijzen naar anderen. Dan zijn vraag. Als het gaat over dat miljard, dan heb ik vragen gesteld aan het kabinet hoe daarmee om te gaan. Want ik sta hier als Kamerlid van het CDA demissionaire plannen van een kabinet te beoordelen, niet om hier zelf te zeggen: dat gaan we hiermee doen. Ik denk echter wel — waar de heer Van Haga aan het slot van zijn betoog op uitkwam — dat het geld daarvoor gebruikt zou kunnen worden. Het is namelijk een miljard dat gaat over woningdeals.”
“Als je draagvlak wilt houden, heb je een streng en rechtvaardig asielbeleid nodig, maar heb je ook bijvoorbeeld warme integratie nodig. Je moet hier altijd een plek bieden aan mensen die echt bescherming nodig hebben, maar om het draagvlak te kunnen houden zullen mensen die geen recht hebben om hier te blijven moeten terugkeren. We weten hoe lastig het is om dat in de praktijk vorm te geven, maar dat is echt noodzakelijk om draagvlak te houden voor het asielbeleid.”
“Daar stonden niet alleen maar dingen waar ik het mee eens ben, maar die beweging lijkt daarin ook gemaakt te worden. Wij hebben in het verleden gepleit voor strafbaarstelling van illegaliteit en we hebben daarna gepleit voor het strafbaar stellen van het weigeren om mee te werken aan je eigen vertrek, maar we hebben ook in de vorige periode afspraken gemaakt in de coalitie over wat we wel en niet zouden doen en ik houd mij doorgaans aan mijn afspraken.”
“Ik kan ook hier niet om een stukje historie heen, al gaat het wat minder ver dan mijn studietijd aan de VU. Ik ging in 2001 voor het eerst voor de CDA-fractie werken. Volgens mij was in die periode de heer Eerdmans net weg als medewerker bij het CDA. Sindsdien is de heer Eerdmans misschien zelf iets naar rechts afgebogen, maar het samenlevingsverhaal dat ik hier gehouden heb, zou hem vanuit zijn christendemocratische roots toch aan moeten spreken als een middenverhaal en niet als links verhaal. Ik denk dat hij voldoende CDA-besef heeft om dat te kunnen beamen. Wat betreft migratie hebben wij een verkiezingsprogramma dat ik streng en rechtvaardig zou willen noemen. Daar zitten ook elementen in over dat we meer grip op migratie moeten krijgen en dat we daar in Europa met elkaar stappen in moeten zetten. Er zit ook in — dat is de lijn die we hebben — dat je ook werk moet maken van terugkeer, zodat mensen die er geen recht op hebben niet blijven. Dat staat volgens mij zelfs in het inmiddels veel aangehaalde document van VVD en D66.”
“U moet wel op uw woord wachten, meneer Jetten.”
“Ik denk echt dat het waarde kan hebben als wij een nationaal historisch museum inrichten op een manier waarop inclusieve vaderlandsliefde over wordt gebracht. Ik weet dat deze HJ Schoo-lezing veel bekritiseerd is, maar aan het einde vond ik dit echt waardevol. Dat kan alleen als we daar zowel de goudgerande als de zwarte bladzijdes van onze geschiedenis voor iedereen tonen. Dat kan verbindend zijn in de samenleving. Tezamen met alle andere goede voorstellen die vooral wij hier als CDA gedaan hebben maar ook anderen, kunnen we met elkaar bouwen aan een land dat alle uitdagingen aankan.”
“Het is jammer dat collega Jetten net de zaal heeft verlaten, want wat mij opviel is dat collega Kaag in haar veelbesproken HJ Schoo-lezing — daar is de heer Jetten — sprak over een inclusief Nederland, waarin gedeelde waarden centraal staan: onze gastvrijheid, onze empathie, onze verdraagzaamheid en onze ondernemerszin. Die woorden spraken me aan en ik deel haar hoop dat op deze grond vaderlandsliefde kan groeien. Niet als een soort uitsluitende, nationalistische agenda, maar juist om een inclusief patriottisme teweeg te brengen. Een sterke samenleving op basis van gedeelde waarden ontstaat namelijk niet vanzelf. In deze tijd van individualisme en consumentisme zal het misschien zelfs iets van tegen de stroom in zwemmen vergen. En wat mijn fractie betreft is die investering het wel meer dan waard. Dat zit bijvoorbeeld ook in het aanbieden van een maatschappelijke diensttijd aan onze jongeren om te tonen dat het waardevol is om iets te doen voor een ander.”
“Dit zijn goede stappen en we moeten hiermee doorgaan, want het is echt een probleem. Wat mij betreft is permanente scholing hierbij de weg naar de toekomst. Want je ziet ook nu na corona alweer die rare paradox ontstaan dat sommige bedrijven de productie stil moeten leggen omdat ze niet voldoende personeel kunnen vinden, terwijl er een onbenut arbeidspotentieel is van 1 miljoen mensen, waarvan een derde bestaat uit jongeren van 15 tot 25 jaar. Voorzitter. Ik kom tot een afronding en dan kunnen de heren Eerdmans en Van Haga hun vraag gaan stellen. De afgelopen jaren heb ik namelijk bij herhaling gepleit voor gezonde vaderlandsliefde en de verbindende waarde die bijvoorbeeld een nationaal historisch museum hierbij kan hebben. Dat deed ik samen met mevrouw Marijnissen, ook indachtig het oorspronkelijke initiatief van haar vader op dit punt.”
“Dit onderwerp raakt ook aan de arbeidsmarkt. Ik kan niet helemaal om de arbeidsmarkt heen, ondanks dat het niet een van de prioriteiten is uit deze demissionaire begroting. Immers, de tweedeling op onze arbeidsmarkt woekert nog steeds voort en is ook een drijver van het uithollen van de solidariteit in onze samenleving. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt zijn er nog steeds jongeren die vastzitten in een permanente carrousel van flexconstructies die onvoldoende loon, zekerheid en bescherming bieden om een bestaan op te kunnen bouwen. Dit roept om een grondige hervorming van de arbeidsmarkt langs de lijnen van het rapport van de commissie-Borstlap. Op dit moment worden daarbij overigens wel goede stappen gezet. Het is interessant om te zien dat een vakbond als de FNV het tegengaan van flexconstructies tot een centraal punt in hun cao-onderhandelingen maakt. Op dit moment stapelen de gerechtelijke uitspraken zich op richting platforms waartegen gezegd wordt: je kunt ze wel zzp'ers noemen, maar het zijn gewoon werknemers.”
“De conclusie vanuit de SER was dat reshoring vooral een strategische afweging is van bedrijven zelf, waarbij er voor de overheid eigenlijk geen rol is. "We moeten er niet te veel van verwachten" stond er nog bij. Tja, met die insteek denk ik inderdaad dat we er niet te veel van hoeven te verwachten. Ook met deze conclusie van de SER ben ik het dus niet helemaal eens. Ik vind het een gemiste kans en een te beperkte blik. Wellicht als je alleen maar denkt aan het letterlijke begrip reshoring, dus dat het ge-offshored is en weer teruggaat, maar je kunt er ook veel breder naar kijken. Er is ook nieuwe productie elders in de wereld opgezet die prima hier zou kunnen plaatsvinden, met bijvoorbeeld een rol voor sociaal werkbedrijven. Ik zou hier een reflectie op willen krijgen van de minister-president. Moeten we niet een actievere industriepolitiek gaan voeren in Nederland, waarbij reshoring dus niet eng maar juist breed wordt uitgelegd? Ik ben ook benieuwd wanneer de SER met zijn vervolgadvies komt over de versterking van de industrie in Nederland.”
“Die kwetsbaarheid bleek heel duidelijk tijdens de coronacrisis, toen de aanvoer van bijvoorbeeld medische hulpmiddelen stilviel. Daarom hebben wij als CDA meermaals, ook in het afgelopen jaar geprobeerd om het onderwerp reshoring op de politieke agenda te zetten, dus om bedrijfsactiviteiten terug naar Nederland te halen of te zorgen voor extra bedrijfsactiviteiten door productie die nu elders plaatsvindt, in Nederland te laten plaatsvinden. Dit is niet alleen verstandig vanuit economisch oogpunt, maar ook uit strategisch oogpunt, als onderdeel van een strategische regionale industrieagenda. Het kabinet heeft niet voor niets het chipbedrijf SMART Photonics uit Eindhoven gered uit buitenlandse handen. Het deed dit om te voorkomen dat onze maakindustrie een speelbal wordt van mondiale crises, handelsoorlogen en geopolitieke belangen. Maar ook hiervoor geldt dat een van de moties die we hierover hebben ingediend, heeft geleid tot een SER-advies. Ik ga die conclusie weer samenvatten.”
“Dit volgt eigenlijk ook uit het WRR-rapport van 2017. De WRR pleitte hier al voor en dit onderzoek geeft nu ook aan dat het nodig is om strategischer, integraler, meer op de lange termijn te kijken naar onze veiligheid. Wat mij betreft is dit hoognodig. Wederom, het is misschien saai en technisch, maar het gaat wel over onze veiligheid. Ik ben benieuwd naar de reactie van de minister-president op zowel het WRR-rapport op dit punt als het onderzoek dat afgelopen maandag gekomen is. Voorzitter. Ik wil naar het onderwerp economische veiligheid. Veiligheid raakt immers ook onze economische situatie. Nederland is van oudsher een maakland. In de laatste decennia zien we echter wel dat er steeds meer productie uit Nederland wordt verplaatst naar de randen van Europa of naar China en India. Op de lange termijn betekent dit voor bepaalde regio's een enorm verlies aan kennis, vakmanschap en innovatie. Ook raken we hierdoor steeds afhankelijker van landen aan de andere kant van de wereld.”
“Zo'n planbureau voor de veiligheid zou alle risico's moeten inventariseren, analyseren en proactief signaleren, zodat we niet zo vaak worden overvallen door veiligheidscrises, of het nou gaat om een oorlog, een pandemie, economische risico's, cybercrises, voedselcrises en ga zo maar door. Afgelopen maandag kregen wij het onderzoek waarin stond — mijn conclusie: het is wel nodig, maar we gaan het niet doen. Ik ben het daar niet mee eens. Het onderzoek geeft namelijk aan dat als het gaat over onze binnenlandse en buitenlandse veiligheidsstrategie, de langetermijnrisico's niet goed onderkend worden en het eigenlijk altijd afleggen tegen de waan van de dag en het kortetermijndenken. Bovendien, zo staat er, ontbreekt het aan integrale politieke regie en is er een tekort aan het ontwikkelen van echt strategische lijnen. Daardoor worden we steeds vaker overvallen door eerder niet voorziene veiligheidsbedreigingen. Regeren is vooruitzien. Daarom wordt in dit advies geadviseerd om een nationale veiligheidsraad, een national security council op te richten.”
“We hebben met het plotse vertrek uit Afghanistan gezien dat de nieuwe Amerikaanse president de lijn van zijn voorganger doortrekt en kiest voor een beperktere maar vooral ook andere rol op het wereldtoneel. Nationalisme, protectionisme en autoritaire regimes lijken in het offensief, terwijl het vrije Westen steeds vaker in het defensief zit. In deze onzekere tijden zullen we als Europa vaker zelf en samen onze broek moeten ophouden, zowel economisch als militair als politiek. Daarmee moeten we ook investeren in onze veiligheid en weerbaarheid. Vorig jaar — ik haalde de heer Segers net aan; ik doe weleens vaker wat met collega Segers van de ChristenUnie — hebben wij samen gepleit voor een nationaal planbureau voor de veiligheid. Dat volgde uit een WRR-rapport dat ging over ons gebrek aan zicht op de onveilige wereld.”