Rob Jetten
lid Tweede Kamer · D66 · Netherlands
“Ik ben het eens met de heer Omtzigt dat mensen met een blokaansluiting in een goed functionerende vve of bij een woningcorporatie waarschijnlijk relatief makkelijk te helpen zijn met hetgeen we aan het uitwerken zijn.”
“In Glasgow is niet super precies afgesproken hoe dat einde eruit moet zien. Daarom is het ook zo belangrijk dat de staatssecretaris en ik allebei contact hebben gezocht met onze collega's in de buurlanden om met Noordwest-Europese landen zo veel mogelijk dezelfde stappen te zetten, zodat iedereen naar die afbouw van de exportkredietverzek…”
“Ik ben altijd erg onder de indruk van hoe enorm veel kinderen en jongeren bezig zijn met deze thematiek. Zij zien ook niet altijd het wenkend perspectief.”
“Ik geloof echt dat we daarmee op Europees niveau een hele belangrijke stap zetten om weg te gaan van gratis rechten en toe te bewegen naar eerlijke beprijzing van vervuiling, zowel op het Europese continent als ook voor producten die we naar Europa toe importeren.”
“Deze raming is in de aanloop naar het debat van morgen inzake het prijsplafond nog bijgesteld naar 1,65 miljard. Hierover is de Kamer op 9 november geïnformeerd door minister Adriaansens. Op grond van de Mijnbouwwet zijn alle private gaswinningsbedrijven het winstaandeel, de zogenaamde cijns en oppervlakterecht verschuldigd.”
“Dat is goed. Gaat u er rustig voor zitten, meneer Van Raan. Ik heb begin dit jaar de rapporten van de IPCC gelezen in aanloop naar de VN-klimaattop die nu gaande is in Egypte. Dat is een zeer leesbaar rapport met een goede samenvatting.”
The complete record
Every one of 192 lines we hold for Rob Jetten, in date order, each linked to its source. Free to read, in full, without an account. Page 2 of 4.
“Mag ik op die motie toch een suggestie te doen? Ik vind het namelijk een heel sympathiek voorstel van mevrouw Van der Plas. Volgens mij was het de heer Segers, maar misschien was iemand anders de eerste indiener. Ik denk dat het Heerma, Segers en Marijnissen waren die vroegen om het nationaal isolatieprogramma meer handen en voeten te geven. Ik zou het kabinet eigenlijk willen vragen om deze motie van mevrouw Van der Plas daar gewoon in mee te nemen, want die andere motie heeft wel oordeel Kamer gekregen. Ik zou zeggen: veeg het op een hoop en kom met goede voorstellen voor sneller isoleren.”
“Dat is de motie die vraagt om excuses voor het slavernijverleden. Wat mij betreft was dat een van de mooiere momenten van deze APB, zeker ook door de persoonlijke inbreng van collega Simons. Ik waardeer het ook dat meerdere fracties mij na de indiening van die motie hebben benaderd met de opmerking dat zij in hun fractie dit gesprek graag net zo uitgebreid en zorgvuldig willen voeren als het in dit debat ging tussen de premier en de Kamer. Daarom wil ik het volgende voorstellen, voorzitter. Ik zal deze motie aanhouden. Mevrouw Belhaj namens D66, mevrouw Simons namens BIJ1 en mevrouw Van Dijk namens het CDA zullen gezamenlijk het initiatief nemen tot een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer met de Dialooggroep Slavernijverleden. Dan kunnen we hen aanhoren over dat indrukwekkende rapport. Dan kan iedereen in zijn fractie ook bespreken waarom die excuses voor het slavernijverleden belangrijk zijn. Tot die tijd zal ik deze motie aanhouden.”
“We kennen de standpunten van de Groep Van Haga in het coronadebat en de heer Van Haga is daar ook consistent in. Hij zei zelf net: het einde is zoek. Het einde is wat mij betreft echt zoek als we ... We hebben al vaker geconstateerd dat we als Kamer de laatste jaren echt zijn doorgeslagen met de hoeveelheid debatten, de hoeveelheid moties en noem maar op. Als we onszelf als Kamer serieus willen nemen, en dat willen we volgens mij alle 150, laten we ons dan beperken tot de momenten dat zo'n motie van wantrouwen of van afkeuring er echt toe doet. Dat doe je nadat je een bewindspersoon hebt bevraagd. Ik doe dus nogmaals een klemmend beroep de heer Van Haga: uw punt is duidelijk, maar doe dit op een ander moment, alstublieft.”
“Doe dat op een ander moment, maar wel nadat u met die bewindspersonen de degens hebt gekruist.”
“We hebben nu twee dagen uitvoerig met het kabinet gedebatteerd en daarbij heeft de premier zo goed en zo kwaad als het ging alle vragen proberen te beantwoorden. De heer Van Haga heeft net in ieder geval een motie van wantrouwen tegen de minister van Volksgezondheid ingediend en ik hoorde hier fluisteren ook een motie van afkeuring tegen de minister van LNV. Ik vind eerlijk gezegd dat we dat niet moeten gaan doen als Kamer. Ga dan volgende week of over twee weken als er weer een coronadebat is het debat met de minister van VWS aan. Zaag hem helemaal door en als u dan niet tevreden bent met zijn beantwoording, dien dan een motie van wantrouwen in. Maar niet nu, nu u niet deze minister hebt kunnen bevragen en hij zich niet heeft kunnen verweren. Weet je, als we daaraan gaan beginnen als Kamer, gaan we hier elke week moties van wantrouwen en afkeuring tegen allerlei leden van het kabinet indienen zonder dat we daar een fatsoenlijk debat over hebben gevoerd. Ik doe echt een beroep op de heer Van Haga. Houd die moties aan. Trek ze in.”
“Excuus, voorzitter. Ik ben net één ondertekenaar vergeten op te lezen. Als hij er niet op staat, schrijf ik hem er met de hand bij. Dat is natuurlijk de heer Dassen.”
“Voorzitter. Eerder hebben de heer Azarkan, mevrouw Belhaj en ikzelf al soortgelijke moties ingediend. Elke keer komen we een stapje dichterbij. Ik hoop dat dat bijzondere debat van vanavond alle 150 Kamerleden aan het denken zet. Als wij het menen dat iedereen in Nederland zichtbaar zichzelf moet kunnen zijn en kansen moet krijgen wat van het leven te maken, laat dat dan alsjeblieft ook gelden voor die Nederlanders die elke dag het koloniale verleden in zich meedragen. Dank u wel.”
“Ook dat werpt een schaduw over het hedendaagse leven van vele Nederlanders. Mevrouw Simons heeft daar vanavond indrukwekkend over gesproken met haar familieverhaal waar vele Nederlanders met Surinaamse en Antilliaanse roots zich in zullen herkennen. Dat debat tussen de premier, mevrouw Simons en mijzelf gaf me ook wel kippenvel. Wij durven ons alle drie kwetsbaar op te stellen bij zo'n moeilijk onderwerp. Ik ben blij dat de premier zei: dit heeft mij stof tot nadenken gegeven. Ik hoop dat dat ook geldt voor andere collega's in deze Kamer. Zoals ik gisteren al heb aangekondigd wil ik graag één motie indienen, waarin ik de collega's oproep ook bij zichzelf te rade te gaan of het niet de hoogste tijd is om deze stap te zetten.”
“Het is goed dat we op de inhoud met elkaar het gesprek hebben gevoerd en dat we de begroting van het driedubbele demissionaire kabinet hebben weten te verbeteren. Maar de politieke impasse in Nederland is nog niet doorbroken. Hopelijk lukt dat snel wel. Gisteren en vandaag heb ik, naast algemene beschouwingen op de woon-, klimaat en kansencrisis, aandacht gevraagd voor het slavernijverleden en de koloniale geschiedenis van Nederland en hoe die doorwerken in de hedendaagse samenleving, met discriminatie, institutioneel racisme en uitsluiting. Ik wil de minister-president nogmaals complimenteren met zijn prachtige inleiding vanochtend. Hij was zondag bij de opening van het Holocaust-namenmonument in Amsterdam. Hij schetste treffend hoe zo'n monument laat zien, en ik citeer, "hoe enorm de hand van de geschiedenis is, de enorme schaduw die de geschiedenis over ons leven werpt en hoe die ook vandaag de dag nog steeds doorwerkt". Voorzitter. Dat geldt ook voor ons koloniale verleden en de rol die Nederland heeft gespeeld in de slavenhandel en het houden van tot slaaf gemaakte mensen.”
“Naast het miljard waarover we gisteren al uitgebreid spraken na het aanbod van collega Hermans, is er net een motie ingediend over nog een tweede miljard, zodat we op verstandige dingen kunnen inzetten en betere voorstellen kunnen doen dan de begroting van dit driedubbele demissionaire kabinet. Maar desalniettemin is er nog geen zicht op steun voor die begroting van andere partijen. Er zijn vast allerlei partijen die zeggen dat er nog veel meer nodig is in 2022. Dat vindt ook D66. Daar zullen we de komende tijd dan ook met elkaar over moeten doorpraten, hopelijk snel aan de formatietafel, maar ook als we later dit jaar, helemaal aan het eind van alle begrotingsbehandelingen, het eindoordeel over die begroting moeten vellen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de zes miljard die nog in Brussel op ons ligt te wachten en die we ook verstandig kunnen inzetten voor belangrijke thema's als verduurzaming, digitalisering en het ondersteunen van sterk getroffen sectoren door de coronapandemie. Voorzitter.”
“Voorzitter, dank u wel. Er hangt hier een vleugje magie in de zaal, want wat maandenlang niet lukte, is gisteren en vandaag wel gelukt. Partijen uit het brede midden, progressief en conservatief, zijn met elkaar in gesprek gegaan langs de lijnen van de inhoud: Klaver met Rutte over het klimaat, Ploumen met Rutte over sociale zekerheid, Segers met Rutte over de woningnood, en D66 en de VVD over meer geld voor lerarensalarissen in het basisonderwijs en over veiligheid. De meest gematigde partijen zijn het in grote lijnen eens over de grote opgaven die er voor Nederland liggen. Ik zou bijna zeggen: laten we de formatiegesprekken dan ook maar gewoon in deze zaal voeren, want dat brede midden kan het dus: praten over de inhoud. Maar de realiteit is helaas ook een stuk minder optimistisch, want de politieke verschillen hebben we vanavond nog niet volledig overbrugd. Er is slechts een klein stapje gezet.”
“Tot slot. Ik denk dat het helpt om die worsteling te laten zien, omdat we daarmee ook de dialoog in de Nederlandse samenleving een stapje verder kunnen brengen. Er zijn heel veel mensen die snakken naar die excuses. Er zijn misschien ook veel mensen die nu kijken en denken: waarom hebben ze het hier überhaupt over? Door dit met elkaar te delen, kunnen we Nederland meenemen in het belang van het kennen van onze geschiedenis, zodat we in het heden betere mensen kunnen zijn. Ik zou de premier tot slot willen oproepen om te praten met Edgar Davids, Dagmar Oudshoorn of andere leden van de adviesgroep slavernijverleden en dat advies goed tot hem te nemen om dan opnieuw in het kabinet te wegen of die excuses moeten worden gemaakt. Dan hoop ik dat de premier zich realiseert dat hij als premier van Nederland de rechtsopvolger is van al zijn voorgangers en daarmee verantwoordelijk voor alles wat er in het verleden is gebeurd.”
“Precies. Zij ontdekken de wortels van hun familie doordat we nu eindelijk inzage geven in dat stukje van de geschiedenis. Ja, het is wat langer geleden dan de Tweede Wereldoorlog, maar het is ook niet zo heel lang geleden. Het is ook niet zo heel lang geleden dat de Nederlandse Staat en de VOC, waar wij de rechtsopvolger van zijn, handelden in mensen en tot slaaf gemaakte mensen aan het werk zetten en mishandelden of vermoordden als ze even niet deden wat wij als slavenhouders dan van hen wilden. Voor de Nederlanders die elke dag als ze in de spiegel kijken eerst hun zwarte huidskleur zien en weten dat ze daardoor minder kansen hebben in het leven, voor hen kunnen die excuses belangrijk zijn. Heel eerlijk gezegd, mevrouw de voorzitter, doet het er dan niet zo heel veel toe wat deze twee witte mannen die hier staan, daar zelf bij voelen.”
“Precies dit. Door heel veel onderzoeken weten we inmiddels hoe het slavernijverleden en het koloniale verleden gewoon doorwerken in stereotyperingen, die leiden tot discriminatie en institutioneel racisme. Ik ben zelf heel erg onder de indruk van de opening van boeken van plantages in Suriname. Mensen van wie inmiddels al vele generaties in Nederland wonen en die zich altijd hebben afgevraagd hoe ze toch aan die bijzondere achternaam komen, ontdekken door de opening van de boeken nu eindelijk …”
“Ik waardeer het dat de premier zo'n eerlijk en openhartig antwoord geeft. Eerder heb ik het kabinet geprezen voor de excuses voor de Nederlandse rol bij de Jodenvervolging, de excuses die minister Grapperhaus heeft gemaakt voor het bombardement op Nijmegen, de excuses van de Koning tijdens het staatsbezoek aan Indonesië. De premier begon vanochtend zijn beantwoording ook met stil te staan bij de onthulling van het Holocaust Namenmonument in Amsterdam. De premier zei dat hij tussen mensen op hoge leeftijd stond en de emoties daar voelde toen mensen namen van familieleden zagen staan op die steentjes, namen die weer tot leven kwamen. Dat maakte emotie in de premier los, een enorme indruk. Het zorgde ervoor dat mensen hun naam terugkregen, alsof ze er weer even waren. Een diepe emotie. "Ik heb ook even staan huilen", zei de premier. En hij zei — ik vond dit het allermooiste vanochtend — "het laat zien hoe de hand van de geschiedenis een enorme schaduw werpt op ons leven en hoe die ook vandaag de dag nog steeds doorwerkt".”
“President Santokhi heeft indrukwekkend het Nederlands parlement toegesproken en gesproken over de zwarte bladzijden die wij in onze beider geschiedenisboeken delen. Mijn vraag aan de premier is of hij inmiddels tot nieuw inzicht is gekomen over het belang van het maken van excuses voor de Nederlandse rol in het slavernijverleden.”
“Driekwart van de Nederlanders met een Surinaamse of Antilliaanse afkomst hoopt dat het Nederlandse kabinet excuses zal maken voor de rol die Nederland direct of indirect heeft gespeeld in het slavernijverleden. Dat vindt de Nederlands-Antilliaanse en Nederlands-Surinaamse gemeenschap belangrijk vanwege erkenning van het leed dat hun voorouders is aangedaan, maar ook om te leren van hoe dat verleden doorwerkt in onze hedendaagse samenleving, bijvoorbeeld in de vorm van discriminatie en institutioneel racisme, zoals we bij het toeslagenschandaal hebben gezien. Ik heb de premier daar vaker op bevraagd en vorig jaar zei hij dat hij die excuses niet op z'n plaats vond, omdat het ook eventueel tegenstellingen in de samenleving zou kunnen aanjagen. Sinds ons vorige debat is er veel gebeurd. De Dialooggroep Slavernijverleden heeft een fantastisch rapport opgeleverd: Ketenen van het verleden, met heel veel aanbevelingen over hoe Nederland met dit verleden zou moeten omgaan. De stad Amsterdam heeft excuses gemaakt voor de rol van de stad in het slavernijverleden.”
“Tot slot: het is fijn dat de premier zijn eigen uitspraken van dinsdag wat corrigeert, want ik denk dat het document op hoofdlijnen, maar ook deze twee dagen APB laten zien dat als je via de lijnen van de inhoud werkt, het altijd mogelijk is om die verschillen weer te overbruggen. Hopelijk kunnen we dat volgende week, bij het vervolg van de formatie, dan ook aan heel Nederland laten zien.”
“Maar dit verheldert wel, want in de interviews die de demissionair premier als partijleider ... Nee, dat heeft hij als premier gedaan. In de interviews die hij heeft gegeven na de troonrede werd toch een beetje de indruk gewekt dat dat hele document op hoofdlijnen een leuke bezigheidstherapie was geweest die in de prullenbak kon. Toen bekroop me wel het gevoel: wat hebben we Nederland dan twee maanden lang aangedaan terwijl we druk bezig waren in de Stadhouderskamer en het Johan de Witthuis?”
“Dat was onze belofte aan Nederland, en iedereen die daarop wil intekenen: laten we dat doen; dan kunnen we beginnen met de coalitieonderhandelingen.”
“Het is natuurlijk een prachtig stuk geworden; laten we wel wezen.”
“Ik ben in ieder geval heel blij dat de minister-president ook ziet dat het reguleren van de wietketen kan helpen om criminaliteit in Nederland te bestrijden. Dan ben ik nu heel benieuwd naar zijn antwoord op mijn hoofdlijnenvraag.”
“Heel kort: ik heb zo'n vermoeden dat de burgemeester van Utrecht misschien meeluistert. Wellicht kan zij zelf dan de telefoon pakken.”
“Ik vraag ook niet om nu toe te zeggen dat Utrecht mag meedoen met de wietexperimenten, want dat regelen we inderdaad niet tijdens deze Politieke Beschouwingen. Maar ik zou wel aan de premier willen vragen of hij of minister Grapperhaus in ieder geval het gesprek met de stad Utrecht wil aangaan. Dan kunnen we de uitkomsten van dat gesprek meenemen bij de begroting van JenV.”
“Ik weet dat de stad Utrecht, met een zeer bevlogen burgemeester als het gaat om de aanpak van ondermijnende criminaliteit, ook wel zou willen meedoen aan de wietexperimenten om te kijken of zo'n gereguleerde achterdeur ook in een grote stad kan werken. Is het kabinet bereid om het gesprek met burgemeester Dijksma van Utrecht hierover aan te gaan?”
“Nou, ik begrijp uw antwoord op drugs. Laten we dat eerst even uitdiepen. Ik zie natuurlijk ook het grote verschil tussen harddrugslaboratoria in Brabant en op andere plekken in het land en de doorwerking die dat heeft. Maar burgemeesters geven ook aan dat de hele wietketen vaak een soort instapmodel is. Je begint met een paar planten. Je verdient daar al makkelijk geld mee. Dat wordt groter en groter en uiteindelijk denk je: ik verdien nu zo veel geld, laat ik ook maar de harddrugswereld in stappen. Daarom is het pleidooi van de burgemeesters: als je meer leefbaarheid en meer veiligheid in de wijk wilt, reguleer dan alsjeblieft de achterdeur van de coffeeshopketen beter. Daarom is het goed dat dit kabinet is begonnen met de experimenten. De senaat kan binnenkort zijn oordeel vellen over een initiatiefwet van D66 om de legalisering definitief te regelen. Maar tussen de tien experimenten die we gaan starten, zitten bijvoorbeeld geen echt grote steden.”
“Laten we dat zo meteen even apart doen. Ik ga graag nog even door op …”
“Nou, de afgelopen dagen wel in ieder geval.”
“Wietplantages in wijken en jonge jongens die gaan dealen op straat: het levert allerlei onveiligheid en onleefbaarheid in de wijken op, maar bovendien is het een hypocriet systeem. Het is ook niet voor niks dat VVD en D66 al afgelopen zomer in het hoofdlijnenakkoord schreven: "Ook het verdienmodel van de drugsbazen pakken we bij de bron aan." Mijn vraag aan de demissionair premier is de volgende. We gaan nu in tien gemeenten starten met experimenten voor die gereguleerde wietteelt. Ik word nu platgebeld door die 40 burgemeesters. Zij zeggen: ja, mijn stad wil eigenlijk ook wel meedoen aan die experimenten. Staat hij daarvoor open?”
“Allereerst heel goed dat er in deze begroting extra geld is voor rechtsbijstand na jarenlange strijd van Van Nispen, Groothuizen, Ploumen en Klaver. De premier zei net dat we een streep kunnen zetten onder die discussie, maar dat is misschien iets te vroeg gejuicht. We zullen dat bij de begroting JenV wel zien, want er ligt ook nog wel wat voor de komende jaren. Dan het volgende. De heer Wilders en de premier hadden net een debat over drugs. Ik zat dat even aan te horen en ik hoorde over en weer vooral heel veel stoere taal. Het was eigenlijk een soort van war-on-drugsverhaal van beide kanten. We weten toch ook wel van de afgelopen jaren in Nederland, in de VS en in andere landen dat een war on drugs vaak leidt tot meer oorlog, meer drugs en zeker niet tot een betere volksgezondheid. Het is dan ook niet voor niks dat afgelopen vrijdag 40 burgemeesters, vooral veel van VVD en CDA, de oproep deden om in het kader van de aanpak van ondermijnende criminaliteit nu echt stappen te zetten in de regulering van wietteelt.”
“Ik sluit me namens de D66-fractie aan bij de woorden van mevrouw Ploumen. Dank voor deze warme woorden voor de kunst- en cultuursector. De kunst- en cultuursector was in de verder mooie troonrede van de koning de grote ontbrekende. Die sector, die we allemaal zo gemist hebben in de coronapandemie, zat helaas niet in die troonrede. Dat heeft de demissionaire premier bij dezen goed hersteld. We spreken inderdaad binnenkort uitgebreider over het steunpakket voor de cultuursector. Door de regels die we nog hebben vanuit de coronapandemie, zal die sector wat langer nodig hebben om te herstellen. Ik zou het kabinet daarom willen oproepen om ook naar de EU-lidstaten te kijken die in hun steunpakketten veel meer oog hebben voor de langere periode die de cultuursector nodig zal hebben om weer op het oude niveau terug te komen. Ik noem in het bijzonder de musea, die vaak al anderhalf jaar helemaal geen bezoekers meer hebben gehad. Verder denk ik natuurlijk aan de theaters, de dansgezelschappen en de theatergezelschappen waar heel veel tijdelijke contracten verloren zijn gegaan.”
“Fijn. Dan gebruik ik graag mijn derde en laatste vraag op dit punt. Ik ben blij dat de premier net begon met niet alleen het klimaat te benoemen, maar ook de biodiversiteitscrisis, want er gaan allerlei dieren- en plantensoorten verloren. Dat is natuurlijk treurig voor toekomstige generaties die daar dan niet meer van kunnen genieten, maar het is vooral ook heel gevaarlijk voor de voedselketen en de opwarming van de aarde, die wordt versneld als de biodiversiteit nog harder achteruitgaat. Dit najaar en volgend voorjaar is er een VN-biodiversiteitstop in het Chinese Kunming, in het najaar digitaal, volgens mij, en in het voorjaar fysiek. Ik zou het kabinet willen vragen om naar beide bijeenkomsten een zware delegatie af te vaardigen, wat mij betreft zelfs de premier van dit land, omdat we zagen bij de klimaattop in Parijs dat het echt de doorslag geeft als regeringsleiders zich achter zo'n VN-initiatief scharen. Daar zou ik ook deze premier, met olympisch groene ambities, toe willen verleiden.”
“… vanwege oneerlijke concurrentie vanuit onder andere China. Even specifiek over die elf of veertien — het is maar net hoe je telt en rekent — grote vervuilers. Ik zou de premier willen vragen of het kabinet bij de begrotingsbehandeling EZK een brief kan sturen over hoe het dit proces met die bedrijven gaat doen, met de extra miljarden die nu zijn uitgetrokken. Ik begrijp namelijk dat partijen die bij het Klimaatakkoord waren betrokken, dus ook de milieu- en natuurorganisaties, niet alleen maar stonden te applaudisseren na de troonrede. Die zeiden ook: we hebben met elkaar een heel industriepakket afgesproken. Daar worden nu dingen aan gewijzigd ten opzichte van het Klimaatakkoord, zonder dat we al helemaal op papier de belofte hebben van die bedrijven dat ze ook daadwerkelijk gaan leveren. Als we het draagvlak willen behouden, moet dat ook op die manier goed geregeld worden. Dus ik zou graag die toezegging krijgen dat dat bij de begroting EZK kan.”
“Goed dat de premier even het brede pakket vanuit Brussel uiteenzet. Volgens mij hoort daar ook nog de CO 2 -belasting aan de buitengrens van de EU bij …”
“Recentelijk, na de presentatie van de Europese plannen, zei staatssecretaris Yeşilgöz: heel goed dat die er zijn; andere landen moeten meer gaan doen! Dat is natuurlijk niet de houding waarmee we dit project gaan laten slagen. Ik ben dus blij met de olympische ambitie van demissionair premier Rutte. Mijn vraag aan hem is de volgende: we hebben nu al die extra miljarden, dus wat gaat het kabinet de komende maanden doen? Gaat het richting de grote vervuilers zeggen: hier is het geld, hier is een andere houding van de overheid om u te helpen om CCS en andere technieken over te slaan en het in één keer goed te doen, maar dan wil ik wel even met u de afspraak maken dat we elkaar ook houden aan de grote omslag die de grote vervuilers kunnen maken? Wat kan het kabinet doen om de bedrijven echt in de juiste stand te zetten?”
“Ik denk niet dat ik dit ooit of vaker heb gezegd, maar dit waren best verstandige vragen van de heer Van Haga op dit punt. Ik ga daar even op door. We hebben het deze dagen over de drie grote crises: de wooncrisis, de kansencrisis en de klimaat- en natuurcrisis. Het is echt prijzenswaardig dat het demissionaire kabinet in een beleidsarme begroting miljarden extra uittrekt voor het aanpakken van de klimaatramp. Dat is hoognodig. De Europese Commissie heeft het pakket Fit for 55 gepresenteerd, met daarin grote ambities waarmee we voor heel Europa enorme stappen kunnen zetten. Het kabinet vult daar met deze extra miljarden al een deel van in, onder andere om groene industriepolitiek te gaan bedrijven. Dat vraagt ook een andere houding vanuit het kabinet, want we hebben de afgelopen vaak het volgende gezien. Als de Kamer pleitte voor een waterstofbackbone voor de grote industriële clusters in Nederland, dan zei minister Wiebes: dat is echt een taak van de particuliere sector, daar zie ik geen overheidstaak in.”
“Voorzitter, ik interrumpeer bijna niet, dus ik neem wel even de tijd. Mijn algemene punt bij zorgsalarissen was net — ik doe dat nu ook weer bij de discussie over de woningmarkt — dat ik hoop dat vandaag, bij de Financiële Beschouwingen of bij de begrotingen, als de formatie nog niet klaar is, Kamer en demissionair kabinet met elkaar de ruimte vinden om de begroting verder op te plussen en verstandige dingen te doen, waarvan we allemaal weten dat ze nodig zijn, in dit geval voor de toegang en betaalbaarheid van woningen in Nederland?”
“Ik denk dat de premier terecht de overdrachtsbelasting er even uitpakt. De hoop was dat we daarmee starters op de woningmarkt kunnen helpen. We zien het effect daarvan nu in stijgende huizenprijzen. Nog steeds leidt het niet tot het gewenste resultaat dat starters daar makkelijker toegang toe krijgen, omdat het verdwijnen van de overdrachtsbelasting leidt tot hogere biedingen op woningen. Maar hier zit wel de crux. We hebben er vorig jaar voor gekozen om weer één instrument in te zetten in het verder verbeteren van de woningmarkt, omdat het ons gewoon niet lukte om tot een breder pakket te komen. Mijn oproep is ...”
“Afschaffen is het advies dat al die experts die ik net heb opgenoemd ons geven. In het verkiezingsprogramma van D66 staat inderdaad: verder afbouwen. Er staat ook: stoppen met de jubelton, die verstorend werkt op de huizenmarkt. Juist nu, met de huidige lage rentestand, is het ideale moment om verdere fiscale subsidie op de woningmarkt af te bouwen. Mensen merken het inderdaad, zoals de premier zelf ook erkent, niet als zij nu al een eigen woning bezitten. Het gaat er natuurlijk om hoe je de toegang tot de woningmarkt voor al die mensen die nog geen woning bezitten verder kan bevorderen. Mijn vraag is dus eigenlijk nogmaals: als al die analyses er liggen, als we in deze Kamer de doelstelling delen en als we ook weten welke instrumenten effectief werken om meer woningen bij te bouwen en de huizenmarkt voor meer mensen toegankelijk te maken, wat belet dan dit kabinet om die stappen te zetten?”
“Als al die analyses er al jarenlang liggen en als al die voorstellen voor verbetering van de volkshuisvesting er ook al liggen, wat belet dan dit kabinet om, naast het aanpakken van de verhuurderheffing, ook die fiscale subsidies op eigenwoningbezit af te bouwen?”
“We weten allang wat we moeten doen om die doelstellingen te bereiken, namelijk meer financiële slagkracht voor woningcorporaties, zodat ze kunnen bouwen en verduurzamen, en gemeentes helpen bij het aanleggen van goed openbaar vervoer, zodat je de wijken kunt ontwikkelen. Maar het staat ook gewoon in de Miljoenennota van dit driedubbel demissionaire kabinet. In de Miljoenennota staat: de fiscale subsidie op eigenwoningbezit leidt tot 14% hogere huizenprijzen. Het CPB, De Nederlandsche Bank, de OESO, het IMF en de Europese Commissie zeggen al jaar op jaar op jaar: "Nederland, doe wat aan die fiscale subsidies. Pak die jubelton aan. Schaf de hypotheekrenteaftrek verder af." Zo zorg je er, naast het bouwen van meer huizen, ook voor dat die woningmarkt voor meer mensen toegankelijk wordt. Dus mijn vraag aan de minister-president is de volgende.”
“Dit laatste stuk van de beantwoording vind ik wel echt heel slecht. Er wordt hier nu net gedaan alsof we nog geen analyse hebben van de problemen met volkshuisvesting, alsof er nog geen uitgebreide voorstellen zijn gedaan waarin zowel voor de huurmarkt als voor de woningmarkt is bedacht wat er goed is. De minister-president heeft eerder in zijn beantwoording gezegd: we zijn het allemaal eens over de doelstelling, maar we moeten kijken welke instrumenten werken. De doelstelling is helder: duizenden Nederlanders zijn op zoek naar een woning. Ze zijn nummer 500 in de wachtrij voor een huurhuis, of zijn als starter, als politieagent of onderwijzer, als ze naar een koopwoning gaan kijken, altijd de zak, omdat een belegger of iemand met een jubelton hen altijd overbiedt. Dus de doelstelling is: meer huizen bijbouwen, zodat de wachtlijsten minder lang worden, en ervoor zorgen dat die huizenprijzen en die huurprijzen niet zo exorbitant blijven stijgen, zodat mensen het ook kunnen betalen.”
“Een korte vraag op dit punt. Eerder is in de commissie Financiën de toezegging gedaan dat als de formatie geen tempo maakt, het kabinet in oktober met een brief naar de Kamer komt over hoe om te gaan met dat Europese steunpakket. Ik begrijp dat wij ook moeten hervormen, willen we aanspraak kunnen maken op die Europese gelden voor verduurzaming, digitalisering en andere belangrijke thema's. Maar Brussel hanteert ook deadlines. Dus als we te lang wachten, dan vissen we wellicht achter het net. Ik zou graag aan de premier willen vragen: wat kan de Kamer in oktober verwachten als de formatie dan nog niet ...”
“Dan vind ik de eerste twee uur van deze dag van de APB nog niet echt hoopgevend, want het debat over de zorgsalarissen heeft, denk ik, wel laten zien dat er nog een heel groot gat zit tussen wat deze Kamer voor ogen heeft voor de komende weken en hoe het demissionaire kabinet zich daartoe wil verhouden. Ik zou de demissionaire premier dus willen uitdagen om, als we dadelijk volkshuisvesting, onderwijs en die andere belangrijke onderwerpen behandelen, iets meer te kijken hoe we daarin tot een breed gedragen pakket kunnen komen, niet alleen met de minderheidspartijen die nu al aan het praten zijn maar ook met de brede coalitie.”
“Dan constateer ik, gelukkig, dat de premier met mij financiële ruimte ziet vanwege de goede staat van de overheidsfinanciën en dat de premier met mij vaststelt dat, als de Kamer dekkingsvoorstellen aanlevert die op een meerderheid kunnen rekenen, het demissionaire kabinet die dekkingsvoorstellen ook zal overnemen. Ik snap zijn redenering. Het is natuurlijk gek, maar de begrotingsbehandelingen en de formatie lopen een beetje gelijk op dit jaar, en dat is even zoeken met z'n allen. Maar feit is natuurlijk ook dat we nog steeds met de vraag zitten of en, zo ja, hoe er een minderheidskabinet kan worden gevormd. Je kunt met minderheidspartijen op een gegeven moment een groot amendement maken om de begroting op te plussen, maar dat doe je dan dus wel met een minderheidscoalitie. Dan zul je nog steeds met de rest van de Kamer vruchtbare samenwerking moeten zoeken.”
“Ik heb gisteren wel heel veel dekkingsvoorstellen gehoord vanuit de Kamer. Mevrouw Hermans is er nu even niet, maar grote complimenten aan haar, omdat zij eigenlijk het gesprek heeft geopend door te vragen: zullen we een miljard voor de BIK inzetten? Ikzelf en de heer Heerma hebben het gehad over het aanpakken van belastingontwijking. Partijen op links suggereren aanpassingen in de vennootschapsbelasting. Ik kan er nog wel een paar bedenken. Maar ik heb eigenlijk niet zo'n zin om nu heel specifiek op die dingen in te gaan, want we zijn al twee uur lang heel specifiek over iets aan het debatteren. Mijn vraag zit eigenlijk meer op metaniveau. Op welke manier kunnen wij als Kamer vandaag, volgende week bij de financiële beschouwingen en de komende weken bij de specifieke begrotingsbehandelingen met dit demissionaire kabinet in gesprek blijven om toch van 2022 geen verloren jaar te laten zijn? Want we willen betaalbare huizen bijbouwen en de salarissen voor leraren en verpleegkundigen verbeteren.”
“Al die andere onderwerpen komen straks ook nog aan bod. Op deze manier gaan we er vandaag en de komende weken met de begroting volgens mij niet uitkomen met elkaar. Daarom zou ik de premier een paar dingen willen voorhouden, want ik heb hem net zelf horen zeggen — en dat vond ik heel verstandig — dat we ook vandaag en de komende weken breder zullen moeten bezien hoe we die begroting 2022 een goede begroting laten zijn. Ik heb gisteren ook de minister van Financiën horen zeggen dat de overheidsfinanciën er opvallend goed uitzien, dat het financieel-economisch zeer solide is en dat dat ruimte geeft omdat de overheidsfinanciën er beter voorstaan dan voorzien. Mijn vraag aan de minister-president na dit debat over de zorgsalarissen, en wetende dat we het moeten gaan hebben over volkshuisvesting en het onderwijs, is: welke belemmeringen ziet hij om vandaag, of volgende week bij de financiële beschouwingen, als Kamer en demissionair kabinet tot stappen te komen om die begroting 2022 op te plussen bovenop er op Prinsjesdag al is gepresenteerd?”
“We hebben gisteren in de eerste termijn van de Kamer, op een aantal stevige botsingen na, denk ik een heel goed inhoudelijk debat gehad. Daar werden een paar dingen duidelijk. Allereerst dat we er allemaal van balen dat die formatie zo lang duurt en dat het heel goed zou zijn als er snel een nieuw missionair kabinet komt dat met al die grote uitdagingen aan de slag kan. We hebben ook vastgesteld dat dit kabinet driedubbel demissionair is en dat Kamer wil voorkomen dat 2022 een verloren jaar wordt, een jaar waarin we niks doen aan het bijbouwen van betaalbare huizen, een jaar waarin we niks doen aan de klimaatcrisis, een jaar waarin we niks doen aan de kansencrisis. Allerlei fracties hebben gisteren suggesties gedaan: verlaging van de verhuurdersheffing, verbeteren van de salarissen voor basisschoolleraren en verbeteren van de salarissen voor verpleegkundigen, om in 2022 toch goede dingen voor Nederland te doen. We zijn nu twee uur aan het debatteren in de eerste termijn beantwoording van de premier. We zijn eigenlijk nog niet verder gekomen dan de zorgsalarissen.”
“Ik snap alle gevoelens van de collega's, maar het ordevoorstel is nu wel een debat op zich geworden. Dat helpt volgens niet bij het verloop van deze APB. Ik steun het voorstel van de heer Wilders niet. We dienen moties in tweede termijn in.”
“Voorzitter, ik stop hierna ook met interrumperen. Maar "het ketst van mij af" … Ik zou nog één ding tegen de heer Baudet willen zeggen. Meneer Baudet, ga je schamen.”