Sophie Hermans
lid Tweede Kamer · VVD · Netherlands
“Voorzitter. Allereerst een woord van dank aan de demissionair minister-president voor zijn beantwoording vandaag en ook aan alle ambtenaren die zo hard gewerkt hebben aan die beantwoording. We hebben twee lange dagen van een stevig inhoudelijk debat achter de rug.”
“Weet u wat ik denk, of in ieder geval hoop? Dat is dat als mensen thuis naar dit debat kijken — hopelijk hebben ze dit debat twee dagen gevolgd of stukken daarvan — ze gezien hebben dat we hier ook op de inhoud met elkaar kunnen debatteren, dat het er ongelofelijk stevig aan toe kan gaan, dat we het dan nog steeds op onderdelen niet met e…”
“Dat is een terechte vraag van de heer Omtzigt. We hebben geluisterd naar het debat. En als ik zeg "we", dan zeg ik: de VVD, D66, het CDA. Maar ook met de ChristenUnie hebben we daarover gesproken.”
“Voorzitter. Met deze motie is voor geen enkele partij 100% van de wensen vervuld. Maar het is mijn oprechte beeld dat hiermee recht is gedaan aan hetgeen gewisseld is in het debat. We staan nu voor het moment en de vraag of we samen een stap zetten om 2022 niet verloren te laten gaan.”
“Mijn armen over elkaar en schouders omhoog; dat begint nu wel een eenzijdige uitleg te krijgen van hoe ik het gisteren heb gezegd. Maar goed, in het belang van de tijd laat ik dat nu even zitten. Mevrouw Marijnissen en ik komen daar nog wel een keer over te spreken. Ik heb een vraag over de inhaalzorg na het coronajaar.”
“Er is gesproken door partijen — precies wat ik zei — die in de afgelopen jaren met elkaar hebben samengewerkt op basis van afspraken die er door die samenwerking in het verleden lagen. Maar zoals ik ook zei, hebben we allemaal geluisterd.”
The complete record
Every one of 139 lines we hold for Sophie Hermans, in date order, each linked to its source. Free to read, in full, without an account. Page 1 of 3.
“Weet u wat ik denk, of in ieder geval hoop? Dat is dat als mensen thuis naar dit debat kijken — hopelijk hebben ze dit debat twee dagen gevolgd of stukken daarvan — ze gezien hebben dat we hier ook op de inhoud met elkaar kunnen debatteren, dat het er ongelofelijk stevig aan toe kan gaan, dat we het dan nog steeds op onderdelen niet met elkaar eens zijn, maar dat het ook kan lukken om na een heleboel uur debatteren samen ergens op uit te komen en samen ergens te landen. Ik heb de uren niet geteld, maar de voorzitter misschien wel. Ik hoop met een heel aantal Kamerleden, het liefst natuurlijk met 150 Kamerleden, aan het einde van deze twee lange dagen te stemmen en dat ze durven te zeggen: deze stappen zetten we met elkaar. Was dat 100% de inzet toen ik het debat inging? Nee, maar we zetten wel een stap: een stap voor de woningmarkt, een stap voor salarissen in het primair onderwijs, voor de energierekening van mensen en — ik vergeet een heel belangrijk punt — de verhuurderheffing, om huizen te kunnen bouwen. Dank u wel, voorzitter.”
“Ik leid hier maar één ding uit af. Als deze motie straks wordt aangenomen, is het ons gelukt, gisteren en vandaag, om even de formatie de formatie te laten, hoe ingewikkeld dat ook is, en ons te focussen op de begroting voor 2022. We hebben ons kunnen focussen op de grote vraagstukken en de stappen die gezet moeten worden.”
“Er is gesproken door partijen — precies wat ik zei — die in de afgelopen jaren met elkaar hebben samengewerkt op basis van afspraken die er door die samenwerking in het verleden lagen. Maar zoals ik ook zei, hebben we allemaal geluisterd. We hebben met z'n allen urenlang gedebatteerd, over de woningmarkt, over het onderwijs, over de veiligheid en over de energierekening. Dat gehoord hebbend, hebben we iets gemaakt wat aan dat alles recht doet en daar hebben we ook dekking bij gezocht. Het is zo dat dit verwerkt moet worden in het Belastingplan. Daar komt nog een uitgebreid debat over, waarin u goed kunt kijken en beoordelen of het kabinet de dekking op een goede en degelijke wijze heeft verwerkt.”
“Dat is een terechte vraag van de heer Omtzigt. We hebben geluisterd naar het debat. En als ik zeg "we", dan zeg ik: de VVD, D66, het CDA. Maar ook met de ChristenUnie hebben we daarover gesproken. Want het betreft ook een begroting waar natuurlijk een aantal dingen in samenkomen die nog tot stand zijn gekomen door afspraken uit de voormalige coalitie. We hebben hier naar het debat geluisterd. We hebben elkaar gesproken, in het debat, maar ook, zoals het hier altijd gaat, bij een kopje koffie achter de schermen. Volgens mij moeten we daar op dit moment niet iets ingewikkelds van maken. Op deze manier met elkaar overleggen, met elkaar afspraken maken en met elkaar samenwerken is wat mij betreft de manier waarop we hier ons werk doen. Vervolgens bediscussiëren we hier alles in de openbaarheid, alle voorstellen die voorliggen. Volgens mij zijn er onder al die punten die ik net heb voorgelezen, geen die hier de afgelopen dagen niet meer dan uitgebreid voorbij zijn gekomen. Daar zit helemaal niets geks achter.”
“Dat klopt.”
“Precies wat ik zei. Ik dien de motie in, maar het is geen VVD-motie. Het is een motie waarin we, gehoord hebbende het debat en gehoord hebbende alle inbrengen, alle wensen, ideeën en opvattingen over de grote vraagstukken hebben samengebracht.”
“Voorzitter. Met deze motie is voor geen enkele partij 100% van de wensen vervuld. Maar het is mijn oprechte beeld dat hiermee recht is gedaan aan hetgeen gewisseld is in het debat. We staan nu voor het moment en de vraag of we samen een stap zetten om 2022 niet verloren te laten gaan. Ik geloof erin dat we die stap samen kunnen zetten en dat maakt mij trots; trots op dit parlement. Ik hoop dus echt dat we hiermee een stap vooruitzetten, en niet alleen op de begroting en niet alleen voor 2022. Ik hoop ook dat we wat vaker naast elkaar staan dan tegenover elkaar en wat vaker naar elkaar luisteren in plaats van vast te houden aan het eigen gelijk. Tot slot. "Het is onrustig in Den Haag." Zo begon ik, en zo eindig ik. Laat het hier inhoudelijk borrelen en onrustig zijn in debatten die gericht zijn op het oplossen van de grote vraagstukken waar we voor staan. Laat de manier waarop we hier met elkaar omgaan weer ontspannen worden, want de vraagstukken het hoofd bieden is al spannend genoeg. Dank u wel.”
“Dat is geen VVD-motie, maar een motie waarin alle wensen en alle belangrijke vraagstukken samengebracht zijn. Een punt waarop we elkaar kunnen vinden. Een motie waarmee we rechtdoen aan waarover we met elkaar gesproken, gediscussieerd en gedebatteerd hebben en die gaat over de grote vraagstukken die voorliggen. Een motie waarmee we gaan werken aan de woningmarkt, waar huizen moeten worden gebouwd, en waarmee we werken aan veiligheid in de wijk en veiligheid van ons land in de wereld. Een motie waarmee we geld uittrekken voor salarissen in het primair onderwijs en werken aan een verlaging van de energierekening. Voorzitter. Dan kom ik nu bij de motie.”
“Voorzitter. Allereerst een woord van dank aan de demissionair minister-president voor zijn beantwoording vandaag en ook aan alle ambtenaren die zo hard gewerkt hebben aan die beantwoording. We hebben twee lange dagen van een stevig inhoudelijk debat achter de rug. Ik geef het direct toe: in die lengte heb ik zelf ook een behoorlijk aandeel gehad. Veel van de collega's in dit parlement zijn het erover eens dat ons land het verdient dat we met elkaar samenwerken om de grote problemen van ons land op te lossen. We balen allemaal als een stekker dat we nog geen kabinet hebben. Dat maakt het misschien nog wel belangrijker en urgenter dat we als Kamer samen optrekken om 2022 niet verloren te laten gaan. En dat is waarom wij hier zitten. Daar hebben we aan gewerkt, gisteren en vandaag, door te luisteren naar elkaar en elkaar vragen te stellen. Na alle wensen, alle inbrengen, alle debatten gehoord te hebben denk ik dat het mogelijk is om samen tot een substantiële aanpassing van de begroting voor 2022 te komen en daar zal ik zo een motie voor indienen.”
“Een hele korte vraag. Dit was een vrij technische beschouwing van de premier over hoe het nu loopt met de inhaalzorg. Dat laat ik even zo, al kan ik er nog een heleboel over zeggen. Eén opmerking viel mij op en dat is dat het veel minder is dan verwacht. Weten we nou zeker dat dat komt doordat er inderdaad minder operaties niet zijn doorgegaan? Of komt het doordat die gegevens niet bekend zijn en mensen zich misschien nog steeds bezwaard voelen om zich te melden bij het ziekenhuis om hun behandeling of operatie toch te krijgen? Wat is daar de gedachte?”
“Mijn armen over elkaar en schouders omhoog; dat begint nu wel een eenzijdige uitleg te krijgen van hoe ik het gisteren heb gezegd. Maar goed, in het belang van de tijd laat ik dat nu even zitten. Mevrouw Marijnissen en ik komen daar nog wel een keer over te spreken. Ik heb een vraag over de inhaalzorg na het coronajaar. Als ik de demissionair minister-president goed beluisterde, zei hij dat daar geen apart plan voor gaat komen. Dat was op zich ook niet mijn vraag. Die ging veel meer over: hoe staat het daar nu mee? Is er goed zicht op wat de totale omvang van de inhaalzorg is? Is er goede regie op — laat ik het woord nog maar een keer gebruiken — om mensen die wachten op een operatie of een ander soort behandeling na corona zo snel mogelijk te helpen?”
“Ook geen steun voor het verzoek van de heer Wilders.”
“Tot slot, in reactie op wat de heer Klaver zegt: ik pas ervoor om me te laten wegzetten alsof ik met een miljard alle problemen in dit land wil oplossen. Dat is helemaal niet aan de orde. Het enige wat ik met een miljard wil doen, is kijken of we in deze Kamer met een meerderheid van een aantal partijen kunnen zeggen: daar zetten we een stap. Gaat die stap zover als ieder van ons die zou willen zetten? Nee, maar dit is wel de stap die we nu samen kunnen zetten en waarmee we met een meerderheid in dit parlement een probleem samen deels kunnen oplossen. Dat is waar ik voor strijd, dat is waar ik voor ga en dat is wat ik heb geprobeerd met u te bediscussiëren.”
“We beperken het debat geenszins tot dat ene miljard. Ik stel alleen een vraag over dat ene miljard. Met dat ene miljard kunnen we volgens mij een heleboel doen aan een aantal grote vraagstukken. Ik herhaal: dat is dan niet alles wat u zou willen of alles wat ik zou willen, maar we kunnen een stap zetten om de problemen voor de mensen in dit land op te lossen, om te leveren. Zoals u dat vanochtend in een interruptie zo mooi tegen mij zei: dat is wat ik graag zou willen doen, en dan doet politiek ertoe. Althans, voor mij.”
“Excuus, voorzitter. Ik dacht dat u mijn hand al had gezien. Een mooi betoog van de heer Klaver. Het begon met de woorden, als ik hem goed citeer, "politiek doet ertoe". Dat deel ik. In het vervolg van het betoog had u het over het "miljardje". Dan vind ik toch dat u geen recht doet aan wat dat zou kunnen betekenen voor politiek die ertoe doet. Ik doe een oproep om daar serieus over na te denken. Dat u meer wilt, is evident. Ik wil ook meer. Ik heb ook meer wensen. Ik hoor u over de veranderingen waar u naar streeft. Die begrijp ik en die waardeer ik. Maar dit gaat over de vraag of we voor dat miljard, wat toch niet niks is, iets kunnen vinden, zodat we samen iets doen waarmee we een stap zetten. Daarmee realiseren we niet 100% van de wensen die u heeft, die ik heb en die we allemaal in de Kamer hebben, maar we kunnen daarmee wel ervoor zorgen dat de politiek 100% wint. En dan doet politiek ertoe.”
“Tien jaar verantwoordelijkheid nemen, betekent tien jaar dingen die goed gaan en dingen die niet goed gaan. En u somt een aantal dingen op die inderdaad niet goed zijn gegaan, waarvoor we ook verantwoordelijkheid hebben genomen, en waarvoor wij als VVD ook dat denken, wat ik al eerder schetste, in onze fractie en in onze partij op gang hebben doen komen. Maar alleen maar doen alsof het alleen maar kommer en kwel was, dat vind ik geen recht doen aan waar we nu met dit land staan, waar we, ondanks die coronacrisis van het afgelopen jaar, nu met onze economie staan, met de kansen die voor ons liggen om dit land klaar te maken voor de toekomst. En daar voel ik mij voor gemotiveerd, en mijn hele fractie. Daar zullen we keihard mee aan de slag gaan.”
“Voorzitter, misschien een hele korte reactie. Ik denk dat de heer Omtzigt hier helemaal gelijk heeft en dat die afspraken, of de toezeggingen die het kabinet heeft gedaan, nagekomen moeten worden. In het hele debat is het al een aantal keer over het vertrouwen in de politiek gegaan. Dit is misschien niet zichtbaar, maar het legt wel de basis onder het vertrouwen dat mensen hebben en weer terug moeten krijgen in de politiek. Daarom steun ik zijn punt.”
“Ik deel met de heer Omtzigt dat de dingen die zijn toegezegd en zijn afgesproken, moeten worden nagekomen, of die nou in de brief of in de debatten over het rapport over de kinderopvangtoeslagaffaire zijn gewisseld. Als dat niet gebeurt en als daarbij niet is toegelicht waarom dat zo is, dan kan ik samen met u dezelfde vraag aan het kabinet stellen. Want de ambitie dat die acties moeten worden uitgevoerd deel ik helemaal met u.”
“Ik ben het met u eens dat al die afspraken die gemaakt zijn en dat al die stappen die het kabinet beloofd heeft te zetten, met spoed en voorrang nagekomen en gezet moeten worden.”
“Dat heb ik inderdaad gezegd in het debat. Ik vind ook — dat heb ik toen volgens mij ook gezegd — dat we dingen echt anders moeten doen dan we tot nu toe deden. We hebben het vaak gehad over coalitieoverleggen en de vraag tot op welk detailniveau er contact en afstemming is tussen kabinet en Kamer. We hebben het gehad over een regeerakkoord, dat er hopelijk snel gaat komen. Hoe gedetailleerd maak je dat en wat voor ruimte geeft dat dus ook voor het debat tussen Kamer en kabinet? Daar zullen we in een volgende periode ook echt stappen in moeten zetten. Daarnaast kun je het onderwerp bestuurscultuur heel breed trekken. In de reactie op het rapport over de kinderopvangtoeslag heeft het kabinet volgens mij ook een heel aantal acties opgeschreven die moeten bijdragen aan die betere cultuur en een betere informatiepositie van het parlement. Dat zijn natuurlijk aspecten van die cultuur. Je ziet dat het op het ene vlak harder gaat dan op het andere. Volgens mij heeft u daar ook schriftelijke vragen over gesteld.”
“We hebben de toeslagen en het belastingstelsel. Ook hier weer hangt alles met alles samen, denk ik. En ja, de ambitie is er om naar het systeem van de toeslagen te kijken, in de breedte en met alle partijen hier in de Kamer, juist omdat dat draagvlak zo belangrijk is. Dus ja, die toezegging kan ik u doen.”
“Volgens mij schrijven we in dat document ook dat deze tijd ingrijpen vraagt op een aantal dossiers die langer zullen duren dan één kabinetsperiode. Ik denk dat dit onderwerp er daar één van is. Er liggen namelijk scenario's en opties, maar die laten ook direct zien hoe ingewikkeld het is. Nou moeten we niet terugdeinzen voor iets wat ingewikkeld is. Integendeel, zou ik willen zeggen; daar moeten we vol mee aan de slag. Maar ik wil er ook mee oppassen om hier iets neer te zetten alsof dat morgen geregeld zou kunnen zijn. Dat suggereert u overigens ook totaal niet, maar dat is wel het voorbehoud dat ik moet maken.”
“Ik begrijp de vraag van de heer Segers. Ik ga hem een antwoord geven dat hij niet leuk vindt. Ja, we hebben die ambitie. Die hebben wij volgens mij als VVD ook al uitgesproken. U refereerde er al aan: het staat ook in ons verkiezingsprogramma als zodanig opgeschreven. Maar wij hebben niet de route gevonden om dat op een goede manier te doen. Dat is ook het geval in de discussies van deze zomer over dat document op hoofdlijnen. Daarbij hebben we daar op eenzelfde manier over gesproken. Ik voel met de heer Segers dat we iets moeten met het toeslagenstelsel, mede door dat verschrikkelijke wat er gebeurd is rondom de kinderopvangtoeslag. Maar in alle oprechtheid: ik weet gewoon niet wat dan het alternatief en de beste oplossing is. Ik vind wel dat als je iets afschaft waar heel veel mensen gebruik van maken — dat is ook terecht en begrijpelijk — en waar heel veel mensen afhankelijk van zijn, je wel moet weten hoe je dat doet en hoe je hen op een goede manier opvangt.”
“Wat een goede vraag van meneer Jetten. Het bevalt mij eigenlijk heel goed. Soms lijken interrupties de indruk te wekken dat we het nog steeds niet helemaal met elkaar eens zijn, maar volgens mij is het debat dat we tot nu toe met elkaar, met mij of met de VVD-fractie gevoerd hebben, het debat dat het moet zijn. Mijn wens tot samenwerking betekent natuurlijk niet dat we het altijd met negentien partijen eens zullen zijn, of dat we altijd na een debat highfivend hier de zaal uit lopen en elkaar in de armen vallen, of dat er nooit meer meningsverschillen zijn. Dat zal niet gebeuren en dat moet ook niet, want dat is geen politiek. Deze plenaire zaal is de plek waar meningen, overtuigingen en idealen moeten botsen. Het mag hard botsen en aan het einde mag je het oneens zijn, maar — dat zei ik net al — ik zoek, hoor en proef tussen de regels door dat we echt wel ergens kunnen komen met elkaar. Dat stemt mij positief.”
“De heer Jetten en ik, en overigens ook de heer Harbers en de heer Van Weyenberg, hebben keihard gewerkt aan dat document. Dat heb ik met heel veel plezier en ook motivatie gedaan, omdat dat raakt aan al die onderwerpen die hier voorbij zijn gekomen. Het doel van dat stuk was om te kijken waar de VVD en D66, de twee grootste partijen in het parlement, elkaar kunnen vinden, waarover wij overeenstemming hebben en waarvan wij samen zeggen: hier moeten we mee aan de slag. Dat was dat document voor mij, dat is dat document voor mij en dat blijft dat document voor mij.”
“Bij "openstaan voor verandering" deed ik wel een oproep dat dat van twee kanten moet komen. Als "openstaan voor verandering" in mijn geval door u alleen maar goed gewaardeerd wordt als ik helemaal in uw richting verander, vrees ik dat we er niet uit gaan komen.”
“Mevrouw Ouwehand suggereert dat ik wil onderhandelen over doelen voor het klimaat. Integendeel, volgens mij heb ik volstrekt duidelijk gemaakt dat we daar niet over onderhandelen, dat die doelen voor ons vooropstaan en dat wij die doelen willen halen omdat we dit land schoon willen doorgeven en omdat we willen dat ook toekomstige generaties hier goed en fijn kunnen leven. Waar we over onderhandelen, heeft iets met geld te maken. Dat ging over de verhuurderheffing. Ook dat is een belangrijk thema, maar vermeng alstublieft dat deel waarover ik heb onderhandeld niet met het volstrekte commitment dat ik namens mijn fractie heb uitgesproken voor het klimaatbeleid.”
“Ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat dit een intentiedingetje is. Volgens mij heb ik klip-en-klaar gemaakt hoe de VVD kijkt naar het klimaatvraagstuk. En ja, er is een verschil als je redeneert vanuit het principe: ik geloof erin en dit gaan we oplossen. Ik noemde al de titel van het boek van Klaas Dijkhoff: Alles komt goed. Gaat het makkelijk worden? Nee. Kunt u van ons verwachten dat we alles op alles zetten en dat we na blijven denken over extra dingen die moeten gebeuren? Ja. Maar ik heb hier vandaag tijdens dit hele debat onze intentie en bedoeling getoond om hier alles aan te doen wat in onze macht ligt. Ik vind het echt jammer dat mevrouw Ouwehand opnieuw — ik weet niet hoelang ik hier nu sta — die intentie in twijfel komt trekken.”
“Volgens mij zijn de kritische vragen die mijn fractie daarover stelt erop gericht om ervoor te zorgen dat het team gaat werken waarvoor het bedoeld is.”
“Die discussie is mij bekend. Volgens mij lijkt het nu te veel te gaan over een discussie over dat instrument — zo noem ik het maar even — van die commissie als zodanig. Voor de VVD staat voorop dat dat team kan doen wat het moet doen, zonder capaciteit weg te halen op andere plekken in de keten, om maar even dat vreselijke woord te gebruiken.”
“Ik ga even kort in op die laatste vraag. Dat lijkt me nou een constructief voorstel om over na te denken. Ik kan me er goed iets bij voorstellen, juist omdat ik begon met die preventie. Voordat ik inging op de repressieve maatregelen, ben ik begonnen met preventie, omdat ik het volledig en roerend met de heer Heerma eens ben.”
“Ik ben het 100% eens met "het vertrouwen geven dat ze verdienen". GroenLinks en VVD werken aan een voorstel om verpleegkundigen die werken in de zorg … Dat is logisch. Gewerkt wordt aan een voorstel om verpleegkundigen ook een plek te geven in de raad van bestuur. Dat is een van de dingen om dat vertrouwen, om dat gevoel van autonomie dat ze hebben in hun vak, terug te geven. Maar er is meer. Het zit 'm bijvoorbeeld in de regels en de programma's. Heel eerlijk gezegd kijk ik even met een kritisch oog naar vak-K. Het programma (Ont)Regel de Zorg levert niet de resultaten op die je zou willen, en daarom deed ik die oproep aan u. Ik zou namelijk heel graag met u ook op dat soort elementen verder aan het werk gaan.”
“Ik zou het zo mooi vinden om met mevrouw Marijnissen op een van die onderwerpen ten strijde te trekken.”
“Dat die uitspraak er ligt, is mij bekend. Dat is een feit. Dat wij daar niet voor hebben gestemd, is waarschijnlijk ook bekend. Dat is niet omdat ik de mensen in de zorg geen hoger salaris gun. Dat is wel omdat ik het totale voorstel dat u deed, niet steun. Maar volgens mij moeten we nu wachten op hoe het kabinet al dan niet uitvoering gaat geven aan deze motie. Volgens mij komt daar ook nog een brief over. Dat heb ik u in ieder geval horen vragen na het aannemen van de motie. Ik zou toch aan mevrouw Marijnissen een vraag terug willen stellen. Zij mag er antwoord op geven in haar termijn. Ik waardeer enorm de inzet en de passie van mevrouw Marijnissen — al die jaren maar zeker ook in het afgelopen jaar — voor al het zorgpersoneel dat zo keihard gewerkt heeft en keihard werkt in deze coronacrisis. Maar wij weten ook dat naast salaris … Eigenlijk moet ik zeggen: "dat salaris maar een element is dat voor mensen die werken in de zorg belangrijk is om in die zorg te blijven werken". Dat er zo heel veel andere facetten zijn, die het werk aantrekkelijk moeten houden.”
“Mevrouw Marijnissen heeft gelijk: er zijn inderdaad uitwassen, zeker in de jeugdzorg, maar ook in de wijkverpleging. Daar moeten we paal en perk aan stellen, daar ben ik het volstrekt mee eens.”
“Mevrouw Marijnissen en ik hebben eerder debatten over dit onderwerp gevoerd. Ik ben het helemaal met haar eens dat geld dat verdiend wordt in de zorg, in de zorg terecht moet komen. Dat betekent niet dat ik pertinent tegen het maken van winst in de zorg ben. Als die winsten juist worden gebruikt om de zorg te verbeteren, om te innoveren en om nieuwe vormen van zorg mogelijk te maken, dan doen we volgens mij de goede dingen met die winsten.”
“Ik moet concluderen dat mevrouw Ploumen alleen maar wil samenwerken als zij honderd procent haar zin krijgt of als zij haar eisen aan mij kan dicteren en opleggen. Het enige wat ik doe, wil en waar ik toe bereid ben, is te zoeken naar waar we elkaar kunnen vinden. Dat zal ik de rest van vandaag en morgen blijven doen.”
“Ik ben niet bereid om de voorz... verhuurderheffing ... Ik wil niet de voorzitter afschaffen! Ik ben niet bereid om de verhuurderheffing helemaal af te schaffen. In een interruptie met mevrouw Ploumen en collega's heb ik volgens mij heel duidelijk gezegd dat ik wel bereid ben om te kijken of we iets kunnen doen met een verlaging van de verhuurderheffing met daartegenover prestatieafspraken met corporaties.”
“Ik kan de vraag ook omdraaien. Bent u ook bereid om te luisteren naar wat wij belangrijk vinden en naar welke wensen wij hebben? En uiteindelijk werkt het hier zo dat je in de balans een keuze maakt. We hebben uiteindelijk opgeteld een meerderheid nodig en iedereen kan uiteindelijk een stap zetten die hij belangrijk vindt. Dat is wat ik hier vandaag doe en wat ik hier morgen doe. Ik luister daarbij naar uw voorstellen. Bij sommige voorstellen zijn we het gewoon oneens. Dat kan, ook al luisteren we goed naar elkaar. Je kan aan het einde van het debat het toch oneens blijven. Maar doen alsof ik alles maar afwijs, terwijl ik volgens mij het debat begonnen ben met te zeggen dat ik zó graag in deze twee dagen zou willen kijken waar het lukt om elkaar te vinden ... En gaat het dan helemaal 100% uw zin worden, of helemaal 100% mijn zin? Nee, dat gaat het nooit worden. Maar als we ergens in het midden uitkomen en we een probleem van mensen thuis oplossen, dan zou dat toch prachtig zijn?”
“Volgens mij ben ik juist wel bereid om tot compromissen te komen, maar geef ik alleen aan dat ik bij heel veel van dit soort vragen het totaal wil zien. En als we van één maatregel, plat gezegd, morgen even in een motie opschrijven dat die afgeschaft moet worden, omdat dat een bijdrage aan het een of andere doel levert, dan vind ik het ingewikkeld. Maar in de brede discussie die we vandaag en morgen voeren, maar zeker ook de komende weken bij de begrotingsbehandelingen, zullen wij open en met een ruime blik naar alle voorstellen kijken.”
“Ik pak de kostendelersnorming en het minimumloon er nog even bij. Dit hoort wat mij betreft bij het punt over luisteren naar elkaar en openstaan voor ideeën. Dat geldt voor de kostendelersnorm, dat geldt voor het minimumloon en dat geldt voor een heleboel andere voorstellen. Ook voor voorstellen die wij hebben en waar u misschien in eerste instantie niet aan heeft gedacht. Ik vind het alleen lastig om nu maatregel voor maatregel eruit te pakken en daar ja of nee tegen te zeggen. Uiteindelijk hangt alles met alles samen. Dus ja, ik ben bereid in een breed palet te kijken naar wat we kunnen doen om aandacht te hebben voor de ruimte die mensen voelen in hun portemonnee. Maar ik ga hier niet toezeggen dat ik het een afschaf en het ander verhoog, of andersom. Nee, ik ben bereid overal naar te kijken, maar ik wil het in zijn totaliteit op zijn effect kunnen beoordelen.”
“Dat is een onderwerp dat vaak voorbijkomt, en dat begrijp ik ook. Wat mensen overhouden in hun portemonnee is van een heleboel factoren afhankelijk, en de kostendelersnorm speel daar ook een rol in. Ik grijp toch nog even terug op de formatie. Als we daar kijken naar hoe alles wat we doen uitpakt voor de koopkracht van mensen, dan moet je naar alles durven en willen kijken.”
“Ik heb er iets over gezegd. In het plan over de woningmarkt gaat het ook hierover. Het gaat ook over wat er gebeurt als statushouders doorverhuizen naar een woning op onze huurmarkt waar al zo'n druk op is. Hoe organiseren we dat op een goede manier? Dat was het voorbeeld van de heer Wilders van die mevrouw die twaalf jaar op de wachtlijst staat. Het hangt allemaal met elkaar samen, maar u doet het voorkomen of het een-op-een alleen maar hiermee te maken heeft. Daar neem ik afstand van.”
“Ik heb erover gezegd wat ik wilde zeggen. Het is ook een factor die meespeelt in het probleem op de woningmarkt, dus daar moeten we ook rekening mee houden in het integrale plan waar we al een paar keer over hebben gesproken. Maar het is niet de enige oorzaak.”
“Die hoeveelheid mensen in Nederland is niet alleen toegenomen door migratie. Dat is mijn punt.”
“Omdat er veel meer factoren zijn die een rol spelen in de problemen die we nu zien in de woningmarkt. Het is ook een probleem dat speelt, maar het is niet het enige. Zo doet u dat voorkomen.”
“Die koppeling zou volstrekt onrecht doen aan de problemen van de woningmarkt.”
“Voorzitter. Ik ga dat echt helemaal niet doen, omdat ik vol sta achter wat mevrouw Becker daar in dat artikel heeft geschreven, omdat ik vol sta achter wat de VVD heeft opgeschreven in het verkiezingsprogramma, maar omdat ik me ook realiseer — dat is ook realisme, dat hoort ook bij politiek — dat je dat in Europa moet regelen. Daar moeten we mee aan de slag, daar moeten we mee aan het werk.”
“Als de heer Eerdmans het document op hoofdlijnen, geschreven door VVD en D66, had gelezen, dan had hij gezien dat daar een passage in staat over migratie. Het stuk dat u daar liet zien van mijn collega Bente Becker, ook hier in de zaal, is een standpunt dat de VVD nog steeds heeft. Maar als u ons verkiezingsprogramma had gelezen, had u ook gezien dat dat een stap is in een pakket van maatregelen dat wij zouden willen kúnnen nemen op het moment dat er sprake is van een crisis. Dan komt de definitie van crisis. Die definieert u nu al als een crisis; ik overigens niet. Punt.”
“Er is een heleboel te zeggen over het onderwerp migratie. Het is ook een onderwerp dat altijd actueel is, het is er altijd, want helaas is er altijd op plekken in de wereld oorlog, geweld gaande waar mensen voor op de vlucht zijn. Het is ook een ingewikkeld vraagstuk hoe we hier in Nederland bij de morele plicht die we voelen, de humane plicht die we hebben om hier mensen op te vangen, zorgen dat we dat doen op een manier waarbij er ook draagvlak voor blijft in de samenleving. Dat zal ook de komende jaren weer herhaaldelijk onderwerp zijn van debat hier, en het zal ook de komende jaren weer herhaaldelijk een onderwerp zijn waar u ons veelvuldig over zult horen. Ik heb niet voor niets gezegd dat er een heleboel uitdagingen die op ons afkomen spelen. Daar is migratie er zeker een van.”