Sophie Hermans
lid Tweede Kamer · VVD · Netherlands
“Voorzitter. Allereerst een woord van dank aan de demissionair minister-president voor zijn beantwoording vandaag en ook aan alle ambtenaren die zo hard gewerkt hebben aan die beantwoording. We hebben twee lange dagen van een stevig inhoudelijk debat achter de rug.”
“Weet u wat ik denk, of in ieder geval hoop? Dat is dat als mensen thuis naar dit debat kijken — hopelijk hebben ze dit debat twee dagen gevolgd of stukken daarvan — ze gezien hebben dat we hier ook op de inhoud met elkaar kunnen debatteren, dat het er ongelofelijk stevig aan toe kan gaan, dat we het dan nog steeds op onderdelen niet met e…”
“Dat is een terechte vraag van de heer Omtzigt. We hebben geluisterd naar het debat. En als ik zeg "we", dan zeg ik: de VVD, D66, het CDA. Maar ook met de ChristenUnie hebben we daarover gesproken.”
“Voorzitter. Met deze motie is voor geen enkele partij 100% van de wensen vervuld. Maar het is mijn oprechte beeld dat hiermee recht is gedaan aan hetgeen gewisseld is in het debat. We staan nu voor het moment en de vraag of we samen een stap zetten om 2022 niet verloren te laten gaan.”
“Mijn armen over elkaar en schouders omhoog; dat begint nu wel een eenzijdige uitleg te krijgen van hoe ik het gisteren heb gezegd. Maar goed, in het belang van de tijd laat ik dat nu even zitten. Mevrouw Marijnissen en ik komen daar nog wel een keer over te spreken. Ik heb een vraag over de inhaalzorg na het coronajaar.”
“Er is gesproken door partijen — precies wat ik zei — die in de afgelopen jaren met elkaar hebben samengewerkt op basis van afspraken die er door die samenwerking in het verleden lagen. Maar zoals ik ook zei, hebben we allemaal geluisterd.”
The complete record
Every one of 139 lines we hold for Sophie Hermans, in date order, each linked to its source. Free to read, in full, without an account. Page 2 of 3.
“Net zoals het mij vrijstaat om met voorstellen te komen, staat het u en iedereen vrij om met voorstellen te komen. Ik herhaal toch maar: ik zou deze vraag aan het kabinet stellen. Ik zou aan het kabinet vragen of het van plan is om een voorstel te sturen in het kader van het herstelfonds dat er in Europa is.”
“Ik wil kijken naar en bijdragen aan alle plannen die we kunnen maken om de stappen te zetten die nodig zijn, maar volgens mij moet u de vraag die u nu aan mij stelt, aan het kabinet stellen.”
“Ik moet eerlijk zeggen dat ik het antwoord hierop schuldig moet blijven. Dat moet ik dus nagaan.”
“Volgens mij heb ik, toen ik net schetste hoe wij naar de klimaatmaatregelen van het kabinet kijken, heel duidelijk gezegd dat dit het begin is, de eerste stap. Nou ja, niet de eerste, we hebben wel wat stappen gezet, maar een volgende stap. Misschien moet ik het zo zeggen. Ik vind dus ook dat er meer moet gebeuren. En dat moet ook, want we moeten die doelen halen. Daar is geen discussie over, dat wil ik ook. Ik zie ook dat de tijd dringt. Mijn enige punt is dat het plakken van zo'n woord op de situatie waar wij in verkeren, mij niet oproept, mij niet motiveert en mij er niet extra toe aanzet om aan het werk te gaan.”
“Ik wil er echt geen spoor van twijfel of een misverstand over laten bestaan dat het klimaatvraagstuk dat voor ons ligt voor de VVD-fractie een van de aller-, allergrootste dossiers, problemen, is waarmee we aan de slag moeten. Ik heb alleen moeite met de woorden die de heer Klaver erop plakt, zoals "crisis" en "noodtoestand", omdat dat … Maar dat komt omdat dat niet bij mij past. Het schetst voor mij een soort doemscenario dat het niet goed kan komen en dat we, als we hier met z'n allen de schouders eronder zetten, vooropgaan en het hele land meekrijgen, het daarmee niet voor elkaar kunnen krijgen. Dus ik ben het helemaal met de heer Klaver eens dat er geen tijd te verliezen is en dat we aan de slag moeten, maar er zo'n negatief plaatje op plakken, doet voor mij geen recht aan het geloof dat ik heb dat we hieruit kunnen komen.”
“Ook al hebben we misschien allebei een andere route voor ogen om dat te bereiken. Zo heb ik nog een voorbeeld. Ik heb al een paar dingen over het klimaat gezegd, maar u herinnert zich vast de uitspraak van de VVD: windmolens draaien op subsidie. In het algemeen keken wij als VVD naar het klimaatbeleid als iets wat alleen maar kosteneffectief moest zijn. Daar zijn wij anders over gaan denken. We moeten bereid zijn om ondernemers en mensen thuis financieel te helpen om zo met z'n allen de doelen te halen en te zorgen voor een schoon en fijn land om in te leven. Voorzitter. Deze openheid mag u van mij verwachten, mogen mensen thuis van mij verwachten, net als luisteren naar elkaar en uitgaan van de goede intenties van de ander. Of je dat nu nieuwe bestuurscultuur wilt noemen, nieuw leiderschap, stoppen met scorebordpolitiek of logisch liberalisme, maakt mij niet uit. Ik vind dat dit is hoe politiek hoort te zijn.”
“En ik ga dan toch nog het voorbeeld noemen waar ik volgens mij in een van mijn interrupties al op vooruitliep. In de vorige Kamerperiode was ik woordvoerder Zorg. Ik heb daar menig debat gevoerd, in het begin nog met mevrouw Marijnissen, maar ook met mevrouw Ellemeet. En als ik werd aangesproken op het onderwerp marktwerking in de zorg, gingen bij mij de luiken snel dicht, de armen over elkaar en schouders omhoog, en antwoordde ik, soms ongeacht de vraag, dat er helemaal geen marktwerking is in de zorg, zelfs wanneer ik later een vraag zou stellen over verkeerde prikkels in de zorg. Je zou dus kunnen zeggen dat ik de ramen en deuren van mijn heilige huisjes stevig dichtdeed. Als ik open had gestaan, meer open had gestaan, om te luisteren naar de vraag en de zorg van de ander, had ik gehoord dat achter dat misschien wat makkelijke frame van marktwerking en mijn voorspelbare antwoord het ons beiden te doen was om hetzelfde: om goede en liefdevolle zorg. En dat we bijvoorbeeld hetzelfde nastreven: het tegengaan van zorgcowboys.”
“En hoewel het er voorzichtig op lijkt dat we corona achter ons laten, is de noodzaak om breed te kijken wat ons land nodig heeft na corona, onverminderd groot. Een plan voor alle hoeken van onze economie, niet in de laatste plaats de landbouw, dat ons klaarmaakt voor de uitdagingen waar we voor staan. Wat kan dit kabinet nu aan voorwaarden treffen voor dat herstel, zodat het nieuwe kabinet voortvarend aan de slag kan? Om al die vraagstukken die op ons afkomen het hoofd te bieden, moeten we hier in Den Haag samenwerken. Want de VVD heeft in haar eentje noch de wijsheid, noch de zetels in pacht. En daarom een hartenkreet van mij. Laten we openstaan voor anderen, in plaats van vastzitten in ons eigen gelijk. Laten we beginnen met luisteren, in plaats van direct te gaan zenden. Sta open voor verandering, ook in je eigen denken. En als ik dit zo zeg, dan realiseer ik me dat je dit makkelijker op een tegeltje zet dan dat je het ten uitvoer brengt. Bij mij is er ook nog steeds ruimte voor verbetering.”
“En mijn fractie wil ook weten wat het kabinet verder voorbereidt voor een nieuw kabinet om bedrijven te helpen om nog sneller te verduurzamen in plaats van te sluiten. Daarom een voor ons centrale vraag: hoe werken we nu samen aan een groen bedrijfsleven? Voorzitter. Ik heb een paar vraagstukken uitgelicht, maar er is absoluut meer, want de uitdagingen die voor ons liggen, zijn groot. Mijn partij pleitte eerder voor een nationaal herstelplan waarmee we de schade die door corona is toegebracht en al het achterstallig onderhoud dat door corona op de lange baan geschoven is, weg willen werken. Het gaat dan over de schade die ondernemers hebben door rekeningen die zijn blijven liggen. Maar het gaat ook over de broodnodige operaties en andere achterstanden in de zorg die ingehaald moeten worden. Het gaat over achterstanden bij de aanleg en het onderhoud aan wegen, ons openbaar vervoer; de achterstanden die kinderen hebben opgelopen in het onderwijs, en de achterstanden die we zien bij de politie.”
“Laten we met elkaar afspreken dat we de plannen voor dit komende jaar voor de begroting als voorbeeld nemen, om de krachten te bundelen en te kijken hoe we mensen kunnen helpen; om samen te kijken naar verstandige oplossingen, in plaats van betuttelen of alleen maar verbieden. Deze begroting geeft daarvoor het goede voorbeeld. Er komt extra geld voor de isolatie van huizen, en het kabinet helpt mensen en ondernemers om over te stappen naar duurzame alternatieven. Zo laten we zien dat "haalbaar en betaalbaar" geen loze kreet is, of een smoes om niks te doen. Het is onze stellige overtuiging dat het de enige manier is om mensen mee te krijgen in het duurzamer maken van Nederland. De berichten over de energierekening stemmen in dat kader ongerust - en ook dan druk ik me maar voorzichtig uit. Heel concreet wil ik daarom weten wat er nodig is om die energierekening betaalbaar te houden. En dan bedoel ik vooral: langs welke opties zouden we daar gericht iets aan kunnen doen?”
“Néé, voorzitter.”
“De eerlijkheid gebiedt te zeggen — ik heb er al iets over gezegd, maar ik herhaal het graag nog een keer — dat mijn partij op dit onderwerp de afgelopen jaren niet voorop heeft gelopen. Maar ik zeg u nu, luid en duidelijk: de tijd van dralen is voorbij. Dat hebben de overstromingen in Limburg laten zien. En deze Miljoenennota staat vol met maatregelen om Nederland te verduurzamen. Dat is goed. Maar bijna iedereen in deze zaal ziet de omvang van het probleem, en weet dus ook dat we er daarmee nog niet zijn.”
“Een fijn en veilig leven vraagt ook om een schoon land waarin het goed leven is, nu en in de toekomst. Er is al heel veel over gezegd, maar ik zeg het toch ook zelf graag een keer: dat begint met een huis. Maar huizen zijn er nu simpelweg te weinig. Er moet dus meer gebouwd worden. Die huizen moeten betaalbaar zijn, of je die nu koopt of huurt. Voor veel mensen is dat ideaal nu te veel een droom. Daarom is het goed dat het kabinet extra geld vrijmaakt voor het bouwen van meer woningen en het maken van afspraken. Het is een eerste stap. We zijn er nog niet. Een schoon land waar het leven goed is. Heel veel mensen willen meewerken aan een schone wereld voor hun kinderen en kleinkinderen, maar we kunnen die opdracht niet zomaar neerleggen bij gezinnen die het al zwaar hebben, zo van "nou, we hebben een uitdaging, succes ermee, en ga de boel maar verduurzamen". Zo werkt het niet. Maar — en dat zeg ik met klem — het mot wel gebeuren.”
“Dat in vrijheid leven als vrouw, homo of ongelovige niet meer vanzelfsprekend is, is niet normaal en onacceptabel. Radicalisering of terrorisme mag dus nooit onderdeel van onze samenleving zijn. Tegen weekendscholen die giftige ideeën in de hoofden van onze kinderen stoppen, moeten we wat doen, en snel ook. We moeten onze diensten ruimte geven om mensen te volgen die radicaal gedachtegoed spuien. Mijn vraag is: wat kunnen de diensten en het kabinet de komende tijd doen om die radicalisering direct bij de wortel aan te pakken, voordat die gevaarlijke vormen aanneemt? Voorzitter, tot slot over veiligheid. De situatie in Afghanistan heeft duidelijk gemaakt dat de veiligheidsverhoudingen verschuiven en dat Amerika niet meer automatisch het voortouw neemt. Dat betekent dat wij in Europa meer en meer onze eigen problemen zullen moeten oplossen. Door de toenemende onrust in de wereld is investeren in defensie noodzakelijk. Voorzitter.”
“We moeten dus zorgen dat Douane, field, politie en OM niet tegen belemmerende privacyregels aanlopen, maar de nodige informatie kunnen uitwisselen. Tot slot op dit onderwerp, voorzitter. Als het voelt alsof iets niet klopt, dan klopt het vaak ook niet. Dus als iemand met een dik strafblad een nog dikkere auto rijdt en een horloge om zijn pols heeft waar een normaal gezin een jaar voor moet werken, dan is de kans groot dat er iets aan de hand is. De VVD vindt het logisch dat je criminelen dan zelf laat bewijzen waar zij dat horloge en die auto vandaan hebben. Voorzitter, mijn vraag aan het kabinet. Het kabinet investeert in de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit, maar als ik dit zo opsom en de berichten van de afgelopen periode lees, dan vraag ik me af of we echt voldoende doen om ons voldoende te beschermen tegen de acute dreiging die er is. En dat kan echt niet wachten. Georganiseerde criminaliteit, terrorisme en radicalen bedreigen onze vrijheid, onze rechtsstaat en onze westerse waarden.”
“Hun kleine broertjes vinden het allemaal machtig interessant: vandaag brengen ze een pakje weg, morgen sluiten ze een grote drugsdeal. Daar moet meer aandacht voor komen. We moeten er bijvoorbeeld voor zorgen dat die grote broer niet vanuit de bak zijn broertje als opvolger aanstelt. We moeten kijken wat we kunnen doen op het vlak van huisgenoten die op de hoogte zijn van criminele activiteiten die vanuit hun huis plaatsvinden. Als een burgermeester in de ene gemeente weet dat er in een pand een louche zaak zit, dan moet hij zijn collega-burgemeester kunnen waarschuwen als de zaak verhuist. Als mensen, journalisten of beschermers van de rechtsstaat bedreigd worden, dan moet de overheid deze mensen goed kunnen beveiligen. Als de Belastingdienst ziet dat iemand onverklaarbaar veel geld heeft of als de Douane een partij onderschept waar meer in zit dan bananen, dan moeten bij alle organisaties de alarmbellen afgaan om die gasten aan te pakken.”
“Want ja, de vraagstukken die voorliggen vragen stevig ingrijpen van een sterke overheid. Dan begin ik even met de veiligheid van ons land. We zijn de afgelopen jaren op een vreselijke manier wakker geschud door de afschuwelijke moorden op Derk Wiersum en Peter R. de Vries. Zij hebben laten zien dat criminaliteit in Nederland allang geen zaak meer is van kleine jongens. Het is goed dat het kabinet extra investeert in het aanpakken van deze grote, georganiseerde criminaliteit. Voor mijn fractie is dit het begin. We zijn er nog lang niet. Want 40.000 lijntjes coke per dag in steden als Rotterdam en Amsterdam is niet normaal, zeker niet gelet op de keiharde handel die hierachter zit. Er zijn moordenaars en criminelen die met de opbrengst hiervan naar huis gaan en dood en verderf zaaien in de samenleving. Om ons vrije leven te beschermen en deze aanval daarop te ontmantelen, is meer nodig. We weten dat de kleine criminelen van vandaag de drugsbazen van morgen zijn. We moeten dus eerder ingrijpen, juist bij de beginnende criminelen.”
“Dat merken mensen die naar het journaal kijken en zich niet kunnen voorstellen dat drugscriminelen op klaarlichte dag midden in een woonwijk overhoop geschoten worden, en mensen die bijvoorbeeld niets liever willen dan de wereld om ons heen ook voor hun kinderen schoon en leefbaar houden, maar zich ook afvragen: "Hoe moet ik dat doen? Schone energie, een dure elektrische auto, misschien wel een warmtepomp; hoe doen we dat boven op alle rekeningen die er al liggen?" Zeker na dit jaar zijn er ook de vragen over de zorg. Hoe blijven we gezond? Is die zorg er nog als onze ouders of straks wijzelf die zorg nodig hebben? En kunnen we die blijven betalen? Voorzitter. Het zijn terechte vragen en zorgen. En inderdaad, de vraagstukken van klimaat, zorg, veiligheid en de woningmarkt zijn groot en complex. Maar toch, en daarvoor citeer ik graag de titel van het boek van Klaas Dijkhoff en Tim Versnel: alles komt goed. Dat geloof ik ook echt. Het zal niet eenvoudig zijn. Het vraagt moed en lef van iedereen, ook van ons.”
“Doe ik vanuit mijn droom en ambitie om eraan bij te dragen dat al die mensen die in dit land hun steentje bijdragen kunnen rekenen op een fijn en veilig leven. Ik zie ook dat dat onder druk staat. Want lange tijd was het zo dat als je hard werkte, je er eigenlijk automatisch iets voor terugkreeg. Als je niet te gek deed en wat spaarde, kon je op een gegeven moment een huis kopen. Als iemand anders een misdaad pleegde, was de kans groot dat hij werd opgepakt en de buurt weer veilig was. Zo vanzelfsprekend zijn die dingen niet meer. Die onuitgesproken belofte heeft onderhoud nodig. Dat merken gezinnen met twee werkende ouders die nog steeds nauwelijks iets overhouden aan het eind van de maand, of stellen die hun kinderwens juist voor zich uit schuiven, omdat een huis met een extra kamertje er gewoon niet in zit. De heer Omtzigt zei het net ook al.”
“Door hun samenwerking is het gelukt dat de kans dat kinderen op de middelbare school terechtkomen die bij ze past veel groter wordt, omdat we schooladviezen en eindtoetsen nog serieuzer gaan nemen. Dat is geweldig nieuws voor kinderen die voor die belangrijke stap in hun leven staan, de stap naar de brugklas. We kregen samen nog meer voor elkaar, voor de veiligheid van journalisten, door bijvoorbeeld te regelen dat hun adressen niet meer openbaar zijn en dat er geld komt voor hun beveiliging. Zo gaat het gelukkig op nog heel veel meer momenten. Laten we daar ook oog voor houden. Laten we blijven samenwerken en zien wat belangrijk is, want dat is onze kracht. Voorzitter. "Het leven is mooi en zonnig" is niet voor niets mijn lijfspreuk, soms om het af te dwingen, maar meestal omdat het zo is. Ik ben een optimistisch mens. Ik zie ook dat Nederland de komende jaren voor grote vraagstukken staat. We hebben er al een aantal besproken. We hebben samen dus heel veel te doen en veel problemen op te lossen.”
“Voorzitter. Na deze reeks van interrupties wilde ik gaan zeggen: ook in politiek Den Haag staan we echt niet alleen maar tegenover elkaar. Ook hier is corona een mooi voorbeeld. We voerden stevige debatten op de inhoud. We namen moeilijke maatregelen, maar wel vaak met grote eensgezindheid, om kwetsbaren te beschermen en ondernemers en zorg te ondersteunen. We regelen hier gelukkig heel veel dingen die goed zijn voor Nederland. Dat doen we gewoon, want dat is ons werk. Maar het risico van de focus op het gedoe is dat dat daarbij ondersneeuwt, en dat vind ik jammer. Twee weken geleden nog voerden we hier in de plenaire zaal een debat over de moeizame formatie. Min of meer gelijktijdig, op een andere plek in dit gebouw, in een andere zaal — ik weet niet zo goed waar ik moet wijzen, omdat ik het gebouw nog niet helemaal onder de knie heb — regelden collega's van ons, onze collega-woordvoerders Onderwijs, iets heel belangrijks.”
“Het antwoord op die laatste vraag is volmondig ja. Het rapport waar mevrouw Den Haan naar verwijst, is volgens mij verschenen naar aanleiding van een motie van Klaas Dijkhoff en Pieter Heerma bij de APB van 2018, zeg ik even uit mijn hoofd. Die ging over een rapport over de demografische ontwikkelingen in Nederland. Het verzoek aan het kabinet was ook om daar beleidsopties bij uit te werken. Dat laatste is volgens mij niet gebeurd, maar dat rapport an sich ligt er, en dat legt de vinger voor een deel ook op de zere plek die mevrouw Den Haan beschrijft. Daar zijn we nog niet klaar voor. We hebben niet het totale beeld om dat naar de toekomst toe in goede banen te leiden. Tot de stappen die we daarvoor samen kunnen zetten ben ik graag bereid.”
“Ik ben het vooral eens met de volgorde die de heer Omtzigt aangeeft. Ik ben het ermee eens dat het middel een doel op zich wordt, als we nu maatregelen gaan nemen zonder duidelijk te richten op waar we naartoe willen. Dat kan volgens mij nooit de bedoeling zijn. We formuleren dus het doel: wat willen we oplossen? Dat daar aantallen bij horen, daar kan ik me iets bij voorstellen, of dat snap ik, want dat zou je kunnen berekenen. We moeten er alleen ook rekening mee houden — en dat kan ik zo niet overzien als meneer Omtzigt even een aantal noemt — dat we helaas beperkt zijn in de capaciteit die we kunnen bouwen in een jaar door het aantal mensen dat werkzaam is in de bouw, maar ook door het aantal machines en materialen dat beschikbaar is. Dus ik zou dan wel, nadat we een doel hebben geformuleerd, al die dingen samen mee willen nemen in de afweging, als we aantallen gaan formuleren en vervolgens gaan bekijken: wat zijn dan de maatregelen om bij dat doel te komen?”
“Waar ik en de VVD zich aan willen committeren, is het maken van een plan dat het probleem oplost. Aantallen en percentages vind ik ingewikkeld. Ik committeer me dus aan een plan. Ik committeer me aan alles op alles zetten om een doel te bereiken. Daarbij zullen we ongetwijfeld aantallen noemen. Maar laten we eens beginnen met het met elkaar samenstellen van een pakket waarvan we denken: dit gaat het probleem oplossen en dit gaat ervoor zorgen dat voor mensen een huis, huur of koop, beschikbaar is.”
“Ik heb net een interruptiedebat met de heer Jetten gehad. Daarin heb ik ook erkend en gezegd dat het zo belangrijk is dat we op die woningmarkt integraal kijken, huur én koop, op al die onderdelen die ook vandaag voorbij zijn gekomen — dus niet eentje eruit pakken, maar dan ook alles bekijken — en dat wij van harte bereid zijn om daar de komende weken op weg naar de begrotingsbehandeling van BZK mee aan de slag te gaan. Dat is waar ik, de VVD, de energie op wil gaan richten.”
“De heer Azarkan zei in het begin van zijn interruptie iets interessants: dat we zien dat dat geld niet terechtkomt waar het terecht zou moeten komen, namelijk in de kwaliteit van het onderwijs. Dat deel ik met u: daar waar dat niet gebeurt, is dat ook voor mijn fractie een punt waar wij continu vragen over stellen. Bij de Onderwijsbegroting zal dit waarschijnlijk ook weer een van onze onderwerpen zijn, want daar is het juist voor bedoeld: om dat onderwijs het allerbeste onderwijs te laten zijn en om te zorgen dat de jongeren die bij ons gaan studeren aan het hbo en de universiteiten, het allerbeste onderwijs krijgen en met een goed diploma op zak de arbeidsmarkt tegemoet treden.”
“De heer Azarkan bedoelt denk ik het studievoorschot. Dat is een van de onderwerpen waar wij ook over gesproken hebben. Uiteraard hebben we daarover gesproken, want al die onderwerpen komen voorbij als je een verkiezingsprogramma schrijft. Op dat punt hebben wij de afweging gemaakt om het studievoorschot in stand te houden. Maar dat doen we wel onder de voorwaarde dat het geld dat de overheid daarmee binnenkrijgt, ook daadwerkelijk gaat naar de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.”
“Ik zei volgens mij al iets over het klimaat. Ik reflecteerde dat wij bij dat thema niet voorop hebben gelopen. En ik zei dat dat vanaf nu echt anders zal zijn. Maar ik noemde ook al even de economie. Ik denk dat wij lange tijd eigenlijk gehandeld hebben vanuit de gedachte: we bemoeien ons niet met wat er in het bedrijfsleven gebeurt, want wat daar gebeurt, is aan de bedrijven zelf. Misschien herinnert u zich echter ook nog de uitspraak van een paar jaar geleden. Toen zeiden we: we vinden dat als het goed gaat met een bedrijf, en het winst maakt en geld verdient, dat dan dat geld ook terecht moet komen bij de mensen die bij dat bedrijf werken en die voor die winst zorgen. Dan spreek je je dus uit over iets wat er in het bedrijfsleven gebeurt. Dat is een van de punten. Ik noem nog iets anders. We zien ook dat er in de economie bedrijven zijn die hier veel geld verdienen, maar hier geen eerlijke bijdrage betalen. Als de heer Azarkan het VVD-programma leest, zijn dat de punten waarbij hij echt fundamenteel andere keuzes van ons ziet.”
“Mevrouw Ouwehand spreekt zich tegen, want aan de ene kant zegt u tegen mij: ik trek uw intenties niet in twijfel, en de volgende zin is: maar de VVD is niet oprecht. Dat raakt mij oprecht! De VVD wil het allerbeste. De VVD heeft de afgelopen jaren nagedacht over de manier waarop zij naar bijvoorbeeld de woningmarkt en de economie heeft gekeken. We zijn daarover gaan nadenken. We zijn op een aantal dingen, op aanpakken of middelen, teruggekomen. Hoe moet ik het zeggen? Voortschrijdend inzicht, misschien is dat het. Volgens mij zijn we het allemaal verplicht om te blijven nadenken en onze gedachten te blijven scherpen. Maar doen alsof wij niet oprecht bezig zijn met de goede dingen … Dat u anders denkt over bepaalde onderwerpen en bepaalde aanpakken is helemaal oké. Dat is ook goed en daar moeten we debat over voeren. Maar u trekt continue in twijfel wat ik hier zeg en waar ik hier voor pleit, en daarmee wat mijn collega's in de fractie en mijn partijgenoten in het kabinet zeggen. Dat vind ik ongelofelijk pijnlijk en onwaardig voor dit debat.”
“Wat mij betreft moet dat volgens de inzichten en de gedachten die wij de afgelopen jaren ontwikkeld hebben. Ik sta daarbij open en ik luister daarbij naar eenieders ander idee. Als we elkaar kunnen vinden, dan hebben we een deal.”
“Ik kom aan het einde van mijn betoog ook nog met een reflectie op iets van mijzelf, maar ik denk dat u de VVD-fractie enige reflectie van de VVD als partij op ons handelen en ons denken in de afgelopen jaren niet kunt ontzeggen. Dat is begonnen met een stuk van mijn collega — mijn voormalig collega, moet ik zeggen — Klaas Dijkhoff en ook in ons verkiezingsprogramma. Ik denk echt dat de VVD andere keuzes maakt dan u in de afgelopen jaren van ons gewend was. Ik denk dat we in dat programma ook erkennen dat er problemen zijn. En ja, de VVD is nu tien jaar de grootste partij en maakt tien jaar deel uit van het kabinet, dus ja: wij hebben ook verantwoordelijkheid in de dingen die niet goed gegaan zijn. Maar er gaan ook een heleboel dingen ongelofelijk goed in dit land en daar ben ik hartstikke blij mee. Daar ben ik trots op, maar dat moeten we ook zo houden, dat moeten we koesteren. Tegelijkertijd moeten we aan de slag met de nieuwe problemen en de nieuwe uitdagingen die op ons afkomen.”
“Over beeldvorming gesproken: hier worden echt heel veel beelden geschetst waar ik mij totaal niet in herken, zonder afbreuk te willen doen aan de problemen op de woningmarkt, die er zijn. Weet u, mevrouw Ouwehand, zeg ik via u, voorzitter, wat ik ingewikkeld vind aan het debat dat we hier de afgelopen periode met elkaar gevoerd hebben en nu ook weer, is dat we vaak, als we elkaar vragen stellen of met elkaar in debat zijn, elkaars intenties direct in twijfel trekken. Alsof ik hier de intentie heb om een spelprogramma te doen. Helemaal niet! U heeft in de inleiding van mijn betoog gehoord dat de reden waarom ik in de politiek zit, is om problemen op te lossen waar mensen in het alledaagse leven tegenaan lopen. Dat u en ik andere ideeën hebben over wat die oplossingen zijn, dat is prima. Daar kunnen we een debat over voeren. Maar elkaars intenties in twijfel trekken, gaat echt niet bijdragen aan een beter politiek debat, laat staan aan het daadwerkelijk oplossen van die problemen.”
“Het verschil tussen de heer Wilders en mij is dat ik positief ben en alles op alles zal zetten om het in de komende twee dagen wél te laten lukken. Daar ga ik mee door.”
“Wij hebben dan vandaag, morgen en in de komende weken als de begrotingen worden behandeld, werk te doen om te kijken waar we voor 2022 dat kunnen doen wat zo belangrijk is.”
“Ik ben het niet eens met nieuwe verkiezingen, zoals ik al tegen de heer Wilders zei. Ik ben het wel eens met het feit dat de formatie al zo lang duurt. Ik baal daarvan. Ik vind dat, net zoals de heer Jetten gisteren zei, enorm frustrerend. Verkiezingen zijn wel gelijk een stap verder. Ik denk niet dat we daarmee het vertrouwen dat mensen op dit moment helaas niet hebben in de politiek, groter gaan maken. Ik ben vandaag de tweede spreker. Er zijn nog zeventien fracties na mij. Er moeten nog heel veel verhalen, inbrengen en beschouwingen van collega's komen. Ik kijk of het ons met elkaar lukt om op een paar onderwerpen stappen te zetten. Ik herhaal nogmaals dat dit niet voor iedereen genoeg zal zijn. Het zal niet een volledige invulling zijn van de wensen of ideeën die we hebben. Ik leg me er echter niet bij neer dat we 2022 verloren laten gaan omdat er nog geen kabinet is. Ja, dat kabinet had er moeten zitten. Natuurlijk! Maar het is er niet; dat is een gegeven.”
“Nee, dat ben ik niet met de heer Wilders eens.”
“Dat staat inderdaad in dat document, net zoals dat er in dat document nog een heleboel andere punten staan waar mogelijk financiële consequenties aan zitten. Dat raakt aan wat ik in verschillende interrupties heb proberen te zeggen. Uiteindelijk maak je natuurlijk een totaalafweging van alle begrotingen die voorliggen. Zie je daar de wensen en prioriteiten van elk van de partijen, en dus ook van mijn fractie, voldoende in terug? Ik ben bereid op al die verschillende begrotingen met partijen te kijken waar nou de grootste problemen en de grootste stenen des aanstoots zitten. Maar ik zeg dus niet zomaar toe dat ik op alles ja ga zeggen, omdat wijzelf ook wensen en ideeën hebben. En uiteindelijk is het een balans, waarbij we keuzes maken.”
“Ik denk dat wij na vandaag, en op weg naar alle begrotingsbehandelingen die er komen gaan, kunnen samenwerken en discussiëren en ik denk dat er overleg tussen verschillende fracties plaats gaat vinden. Dat hoop ik eigenlijk vurig. Zo kunnen we voor 2022 in elk geval met elkaar de dingen doen die nodig zijn om de grootste problemen op te lossen.”
“Het zou toch raar zijn als ik nu nee zou zeggen, want volgens mij is dit de kern van ons werk. We doen vandaag en morgen de Algemene Politieke Beschouwingen, waarbij we vandaag terecht al heel veel tijd aan de woningmarkt besteed hebben. Het is een van de grote vraagstukken waar we voor staan. De begrotingsbehandeling Binnenlandse Zaken komt er ook nog, waar wonen een belangrijk onderdeel van is. Dus natuurlijk is mijn fractie bereid, is mijn woordvoerder bereid en ben ik zelf bereid om daarover na te denken met iedereen die daarover wil nadenken.”
“Ik zou ervoor willen oppassen om deze heel complexe vraagstukken steeds terug te brengen tot één maatregel. We moeten echt kijken naar de samenhang van al die maatregelen en wat daar het effect van is op het probleem van de woningmarkt en hoe we dat oplossen. Als uw voorstel significant bijdraagt aan het realiseren van dat doel, dan zijn wij bereid daarnaar te kijken. Maar ik wil het wel in zijn totaliteit kunnen afwegen.”
“Bij al die maatregelen wil ik heel graag weten op welke manier ze bijdragen aan het oplossen van de problemen die we nu zien op de woningmarkt. De VVD-fractie is bereid te kijken naar elk middel dat eraan bijdraagt dat mensen sneller toegang hebben tot een huis, of dat nou een huurhuis of een koophuis is. Het doel staat voor ons voorop: voor mensen een fijn en betaalbaar huis in de buurt waar je graag wilt wonen.”
“Voorzitter. Het aanpakken van de problemen op de woningmarkt vraagt om veel meer dan alleen naar die verhuurderheffing kijken. Dat ben ik met mevrouw Marijnissen eens. En een aantal voorstellen die zij noemt staan ongeveer ook zo in ons verkiezingsprogramma, maar niet over alles zijn wij het roerend met elkaar eens. Dan kom je dus weer op het punt: waar kunnen we elkaar vinden? Waar kunnen we elkaar in deze twee dagen vinden om het demissionaire kabinet te vragen om, ook al zijn ze demissionair, hier vast mee aan de slag te gaan omdat wij met z'n allen zeggen: die crisis op de woningmarkt kan niet wachten.”
“De problemen op de woningmarkt zijn groot. Ik heb net op klimaat al een VVD-inzicht met u gedeeld. Maar in ons verkiezingsprogramma erkennen wij ook dat op de woningmarkt een sterke overheid nodig is de komende jaren. Een sterke overheid betekent een overheid die zich bemoeit met waar je gaat bouwen en hoeveel je daar gaat bouwen, en die ook stuurt op prestatieafspraken die je met gemeenten en corporaties maakt. Dus ik ben het met mevrouw Marijnissen eens dat er veel meer moet gebeuren en dat we daar ook hier een taak voor hebben. Ik zou nog één ding toe willen voegen. Ik sta hier als Kamerlid. Ik sta hier als waarnemend fractievoorzitter van de VVD. Ik zie het echt als mijn taak om te kijken waar we het hier, in dit parlement, met elkaar over eens kunnen worden en daar een meerderheid voor verzamelen. Volgens mij is dat ook de kern van ons werk, een meerderheid verzamelen om aan het eind van de dag dingen voor elkaar te krijgen.”
“Het feit dat de VVD niet bereid is om voor de volle 100% de stappen te zetten in de richting die mevrouw Ploumen wil, betekent dus niet dat de VVD niet bereid is om stappen te zetten. Wij hebben ook onze wensen. Iedereen hier in de Kamer heeft z'n wensen. Het enige wat ik probeer, is om die wensen een beetje bij elkaar te brengen en te kijken of we op een paar grote thema's samen iets voor elkaar kunnen krijgen. Dát is mijn intentie, dát is de motivatie waarmee ik hier vandaag en morgen sta, en overigens elke dag hier aan het werk ben.”
“Dit gaat echt een stap te ver voor de VVD-fractie. Als je naar de begroting kijkt, moet je keuzes maken. Politiek is altijd kiezen in schaarste. En ja, de woningmarkt is een heel groot probleem. Mevrouw Ploumen haalde het protest in Amsterdam aan. Dat heb ik gezien, dat heb ik meegemaakt. Ik heb ook mijn collega Daniel Koerhuis daarover gehoord. Dus ik zie, ook om mij heen, in mijn eigen omgeving, wat voor problemen er zijn. En dat we daar iets aan moeten doen, dat ben ik volledig met u eens. Ik heb ook gezegd dat we bereid zijn om een stap te zetten. Is dat voldoende? Nee, dat is waarschijnlijk niet voldoende. Maar voor mij is aan het eind van deze twee dagen de vraag: doen we dan helemaal niks of zetten we een stapje? Ik ben heel graag bereid om dat stapje te zetten, samen met u.”
“Ik heb volgens mij al in een aantal interrupties gezegd dat de VVD bereid is om naar de verhuurderheffing te kijken, dat zij bereid is om te kijken of wij in 2022 een stap kunnen zetten om daar de druk van de ketel te halen.”
“Ik kan het niet vaak genoeg herhalen: het debat gaat hier over de volledige begroting. Er gaat hier helemaal niet één partij over één bedrag. Het enige wat ik zeg, is dat ik hier ook had kunnen gaan staan en die 800 miljoen of die 900 miljoen van de BIK helemaal had kunnen verdedigen en zeggen dat ik er niets mee wil doen. Wat ik wil aangeven, is dat ik iedereen de hand reik, om te kijken of we daar samen iets mee kunnen doen: op de woningmarkt, voor defensie, voor het onderwijs, in de koopkracht, voor de zorg, ik kan wel honderd onderwerpen noemen. Verzin maar de onderwerpen die we met z'n allen belangrijk vinden! Dat is de enige handreiking die ik doe, dat is de poging om hier tot een samenwerking te komen. De vraag die ik terugstel is: bent u daartoe bereid? Het is niet gering hè, dat bedrag waar we mogelijk iets mee kunnen doen. Bent u bereid om met ons te kijken of we iets kunnen vinden waar we ons met een brede reeks van partijen in kunnen vinden?”
“Daar ga ik ook naar kijken. Natuurlijk ga ik daarnaar kijken! U moet nou niet doen alsof ik met de handreiking die ik doe de suggestie wek dat het debat alleen maar daarover mag gaan.”
“Uiteraard gaat de discussie hier over de totale begroting, de volledige begroting en alle posten en alle voorstellen die daarop staan. Er staat ook iets anders op de begroting. Daar mag u voorstellen voor doen. Dan gaan we kijken of daar een meerderheid voor is. Daar hebben we debat over en daar spreken we met elkaar over. Het kabinet gaat reageren en dan gaan we de antwoorden wegen. Op die begroting staat ook een andere post, namelijk de BIK-gelden. Daar stond eigenlijk een hekje omheen — laat ik het even zo formuleren — als: gereserveerd om iets voor het bedrijfsleven te doen. Wat wij nu zeggen, los van alle voorstellen die u mag doen, die de PvdA mag doen, die elk van de negentien fracties hier in de Kamer mag doen, is dat wij bereid zijn om het hekje rondom die BIK open te zetten en te kijken of we met elkaar een paar stappen kunnen zetten op onderwerpen, bijvoorbeeld op de woningmarkt of die verhuurderheffing, om voor 2022 iets te kunnen doen en dat niet verloren te laten gaan. Dat ontslaat u helemaal niet van de mogelijkheid, integendeel, om nog veel meer voorstellen te doen.”
“Ik zei al: wat we nu in de begroting voor 2022 kunnen doen, zal waarschijnlijk op alle onderwerpen voor heel veel partijen niet voldoende zijn. Maar elke stap die we wel kunnen zetten, is belangrijk en is goed om te doen. Ik kan mij heel goed voorstellen, alle verkiezingsprogramma's gelezen hebbend, dat die verhuurderheffing in de formatiebesprekingen op tafel komt. Ik heb aangegeven hoe wij daarnaar kijken en hoe wij de afweging maken in het totale pakket aan dingen die er moeten gebeuren. Maar dat corporaties ruimte nodig hebben om te kunnen investeren in verduurzaming en nieuwbouw, is een feit. Dat staat als een paal boven water. Nu is het ook niet zo — dat beeld wil ik wel een beetje tegenspreken — dat er helemaal geen geld is, want corporaties hebben natuurlijk gewoon hun vermogen, maar ik zie ook dat die heffing een last is.”