Mark Rutte
minister-president, minister van Algemene Zaken · VVD · Netherlands
“De vraag zal wel zijn, maar die moet je echt bij de formatie aan snee hebben, of je een heel ministerie moet oprichten. Dat kost ook heel veel werk. Je zag dat bij het oprichten van het ministerie van Landbouw. Mevrouw Schouten heeft daar haar handen vol aan gehad.”
“Nee, ik heb er heel veel zin in. De heer Wilders weet dat ik altijd reflecteer op zijn feedback. Ik probeer alleen te benoemen welke pogingen ik in die anderhalf uur deed. Ik probeerde niet iemand te irriteren, maar te schetsen wat volgens mij verstandige besluitvorming is.”
“Dat op dat punt. Het punt van artikel 120 Grondwet vind ik wat lastig, omdat ik ook bij de appreciatie van die motie heb gezegd: dat is echt aan een nieuw kabinet.”
“Om te beginnen zijn het natuurlijk ook termen die we naar elkaar gooien. De SP beschuldigt de VVD van "de doorgeslagen marktwerking in de zorg", en dan zie je de VVD'ers de schouders omhoogtrekken en de armen over elkaar doen. Mijn opvatting is altijd geweest dat marktwerking in de gezondheidszorg maar heel beperkt is.”
“Mevrouw Van der Plas, zeg ik via de voorzitter, dat is natuurlijk wel een zaak van de provincie. Het systeem werkt zo dat er een subsidiestelsel natuur en landbouwbeheer is, dat de provincies via dat subsidiestelsel geld geven en dat die TBO's dan tekenen voor wat ze gaan beheren en wat daar ook bij hoort in termen van doelen, uit het pla…”
“Een paar dingen. Ik begin met de lastenontwikkeling. De bedrijven hebben cumulatief over deze hele periode een lastenverzwaring van 6,2 miljard. De burgers, u en ik, de Nederlanders, hebben een lastenverlichting van 3,9 miljard.”
The complete record
Every one of 559 lines we hold for Mark Rutte, in date order, each linked to its source. Free to read, in full, without an account. Page 1 of 12.
“U weet: wij zijn een republiek waarbij één familie altijd de president levert. Onze geschiedenis heeft getoond dat wij, leden van de Staten-Generaal en leden van het kabinet, door gemeenschappelijk overleg en met wederzijds respect voor ieders positie en belangen, in staat zijn tot besluiten te komen die op draagvlak in de samenleving mogen rekenen en die verbonden kunnen worden met de individuele levensverhalen. Want ook dat was een thema in deze Algemene Politieke Beschouwingen: heel veel persoonlijke verhalen en persoonlijke ervaringen. Ik denk dat het onze taak en opgave is om hieraan ook gezamenlijk te blijven werken en u kunt daarbij rekenen op de volledige inzet van dit kabinet. Dank u wel.”
“… het beeld van de Goede Herder in het oudtestamentische verhaal van David en Goliath nog even willen terughalen. Dat keert namelijk, meneer Van der Staaij, ook terug in de Acte van Verlatinghe van 1581, zoals u ongetwijfeld weet. Deze afzwering door de Staten-Generaal van de Spaanse koning … Pijnlijk: in de Spaanse geschiedenis kom je daar niks meer van tegen, maar goed, wij zijn er nog heel veel mee bezig. Deze afzwering door de Staten-Generaal van de Spaanse koning, die zijn herderlijke plichten verzaakte, stond twee eeuwen later mede aan de wieg, zoals we allemaal weten, van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring en de grondwet. Toen iemand daar de geleerde politicus Benjamin Franklin, die Nederland eerder zelf ook had bezocht, vroeg welke staatsvorm de grondwetgevende vergadering had gekozen, antwoordde hij: "A republic, if you can keep it". Deze woorden bevatten een blijvende aansporing aan burgers en volksvertegenwoordigers om hun staatsinrichting te onderhouden en te laten werken en dat geldt evenzeer, denk ik, voor de parlementaire democratie in ons land.”
“Ik zou tot slot in dat kader, nadat ik u, voorzitter, uiteraard ook namens de hele regering en het kabinet heb bedankt voor het voorzitterschap en alle diensten van de Kamer voor de voortreffelijke verzorging die wij vandaag hebben mogen genieten …”
“Ja, dat moet ook allemaal, maar nogmaals, de toezegging was nu om in het licht van de BZK-begroting op korte termijn het bestaande weten dat we hebben op een rij te zetten. Voorzitter, mag ik tot slot nog een enkele opmerking maken, want deze Algemene Politieke Beschouwingen waren natuurlijk op een nieuwe locatie, maar ook om een andere reden heel bijzonder. Want in 2012 en 2017, toen ik in deze functie fungeerde, was er in het jaar waarin er ook een formatie aan de gang was, geen Algemene Politieke Beschouwing. Inmiddels is deze aanzienlijk langer. De stapel moties is ook dikker, en mijn eerste termijn heeft tot tien uur vanavond geduurd. Dit is dus echt een heel bijzondere Algemene Politieke Beschouwing, niet alleen om die reden, maar ook omdat er dus een combinatie is van de demissionaire status van het kabinet, inderdaad de formatie, maar ook het zoeken naar overeenstemming tussen de fracties met het kabinet over aanpassingen van de begroting.”
“Ja, sorry, dat heb je weleens. In 2013 zei ik dat en nu sleep ik die ene opmerking al acht jaar met me mee. Ik ga het er langer over hebben als we daar een keer meer tijd voor hebben. Maar daar zit het probleem niet. Wel in het feit dat u nu de toezegging zo ruim interpreteert. Dus ik dacht … Maar goed, u kunt de motie toch in stemming laten komen en sowieso gaan wij de toezegging uitvoeren dat de minister van Binnenlandse Zaken op een rijtje zal zetten alle verschillende opvattingen en inzichten bij BZK ten aanzien van de woningmarkt.”
“Nee, nee. Daar heb ik ooit een onhandige opmerking over gemaakt. Ik heb geen bezwaar tegen het woord "visie" hoor. Nee, daar zit het 'm niet op.”
“Dit gaat echt veel verder dan de toezegging in het debat.”
“Het eerste punt. De meest praktische oplossing is misschien om de motie in handen te stellen van commissie die hiernaar gaat kijken en dat de heer Omtzigt dat betrekt bij waaraan hij zou meehelpen. Hij zou immers meedenken over de precieze formulering van de opdracht aan de commissie. Zoals wij de emotie nu lezen, sluit hij categorisch één definitie uit en dat vinden wij niet verstandig. Maar dat is wellicht oplosbaar door dat ook in handen te geven van de commissie. Het tweede punt van de heer Omtzigt ging over de visie. Het is allebei niet waar. Wij hebben niet toegezegd een integrale visie te gaan maken en we hebben ook niet gezegd dat we één maatregel gaan toelichten. Wat we hebben gezegd, is dat mevrouw Ollongren de verschillende noties en gedachten op een rij zal zetten die er leven bij het ministerie van Binnenlandse Zaken om dit hele dossier verder te brengen. Dat is wel degelijk meer dan één maatregel toelichten, maar ik heb in het debat ook gezegd dat we vlak voor de BZK-begroting geen integrale woonvisie gaan ontwikkelen. Dat is echt in lijn met mijn toezegging.”
“Even kijken. Over de motie op stuk nr. 74 heb ik gezegd dat er voor- en nadelen zitten aan de verschillende definities. We willen geen definitie categorisch uitsluiten. We hebben in het debat uitvoerig met elkaar gesproken over de inhoud van de motie op stuk nr. 75. Er komt een overzicht van de minister van Binnenlandse Zaken van de maatregelen en de zaken waarmee we bezig zijn. Maar deze motie vraagt om een integrale woningvisie en dat gaat veel verder dan wat ik in het debat heb toegezegd.”
“Om even te zien of het feitelijk ...”
“U zegt dat het feitelijk is uitgesloten. Laten we even een briefje aan EZK vragen om te zien wie hier gelijk heeft.”
“Ik dacht eerlijk gezegd van wel. Voor duurzame biomassa als tijdelijke oplossing en als energiebron zijn er vooralsnog onvoldoende alternatieven. Daarmee vallen zij volgens mijn informatie wel onder die SDE++-pot. Als dat niet zo is, dan moet de motie op stuk nr. 29 even worden aangehouden. We komen dan even met een briefje naar de Kamer over wie gelijk heeft. Maar de heer Segers kijkt nu zo streng dat hij waarschijnlijk gelijk heeft. Ik weet het nu gewoon niet.”
“Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 75. Ik verwijs daarvoor naar het debat dat we gevoerd hebben. De motie op stuk nr. 76 vraagt niet om een oordeel van de regering.”
“Ja, dat is met het voorlichtingsverzoek. Dan ziet u welke voorlichting wij aan de Raad van State vragen over het onderwerp AOW en Suriname. Maar de Raad van State heeft natuurlijk zijn eigen ritme. Dan de motie op stuk nr. 66. Het minimumloon verhogen naar €14. Dat vergt een integrale afweging. Dit lijkt me ook echt iets voor een volgend kabinet. De motie op stuk nr. 67 hoeft niet van advies te worden voorzien. Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 68 en dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 69. Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 70. De motie op stuk nr. 71: ontraden. Wij voeren het CTB in. Daar is uitgebreid over gedebatteerd. De motie op stuk nr. 71 wordt dus ontraden. De motie op stuk nr. 72 wordt ook ontraden. We hebben ook vandaag gesproken over CCS. De motie op stuk nr. 73: ontraden. Dat is echt aan een volgend kabinet. De motie op stuk nr. 74: ontraden. Er zijn voor- én nadelen aan de verschillende definities. Beide leveren uiteraard nuttige inzichten op en een definitie categorisch uitsluiten vinden wij onwenselijk. Ik ontraad dus de motie op stuk nr. 74.”
“Er komt een voorlichting van de Raad van State. Daar is om gevraagd. Wouter Koolmees heeft zelfs een artikel 24-overleg gehad. Dat heeft hij al drie keer verteld, en ik weet nu wat het betekent, maar er komt vervolgens een brief aan de Kamer.”
“Dat neemt niet weg dat we voortvarend met dit onderwerp aan de slag zijn, op zoek naar een passende oplossing. Het zou dus mijn verzoek aan mevrouw Simons zijn om ... Is zij nog wel in huis? Dan wachten we even. Ah, nou wordt het verwarrend. Ze is er toch. Zou u de motie op stuk nr. 65 dus willen aanhouden tot na het verschijnen van de voorlichting van de Raad van State?”
“De motie op stuk nr. 62, over de Regeling ammoniak en veehouderij: ontraden. Adequaat stikstofbeleid vergt regels ten aanzien van de bedrijfsvoering van veehouders en de Rav-lijst is daarbij nodig. Sorry, het niet gebruiken is te beperkend voor adequaat stikstofbeleid, dus dat gaat niet. De motie op stuk nr. 63: ontraden. Geen dekking. Daarnaast is een apart tarief ook onuitvoerbaar. De motie op stuk nr. 64: ontraden. Ik verwijs ook naar het debat. We hebben daarover natuurlijk ook uitvoerig gesproken. Ik denk dat het verder aan een volgend kabinet is. Die motie is sowieso ook niet uitvoerbaar per 2022. Dan de motie op stuk nr. 65. Ik wil verzoeken die aan te houden. Er is om advies, of voorlichting, gevraagd aan de Raad van State. Ik zou dus eigenlijk willen vragen om die motie tot na de voorlichting van de Raad van State aan te houden. De bewoording van de constateringen en meningen passen niet goed bij de vaststelling dat er geen juridische verplichting tot compensatie is.”
“Dat ga ik hier toezeggen.”
“Ja, ja, ja. Dat doen we zeker.”
“Geen idee. Ik kan het nu niet checken, maar dat zal even wat tijd kosten, want ik denk dat we daar wel even goed naar moeten kijken.”
“Nou, goed, in de geest van. Wie doet bij ons dat programma? Dat is mevrouw Ollongren. Dat is wel fijn. Wat vindt u er zelf van? Oké, laten we dan zeggen dat de motie betrokken wordt bij de uitwerking. Dan is het oordeel Kamer, maar dan wordt die uitgevoerd in de geest, in het licht, van de uitwerking. De motie op stuk nr. 61 wordt dus niet aangehouden.”
“Ja, wij zaten er daarnet ook mee te hannesen. Ik snap wat Jetten zegt, maar deze motie is veel specifieker: verzoekt het demissionaire kabinet om ... open te stellen voor de doe-het-zelver, zodat doe-het-zelvende burgers kosten kunnen besparen om ... Ja, zij is wel ...”
“In de motie op stuk nr. 61 wordt gevraagd om een nationaal isolatieprogramma. Die motie is niet gedekt, dus ik moet haar eigenlijk ontraden. Maar ik dacht: u zou haar kunnen aanhouden tot de uitvoering begint van het Nationaal Isolatieprogramma.”
“Tot het programma er is.”
“Ja, over het isolatieprogramma.”
“De motie op stuk nr. 60 ontraad ik. Die is echt te veelomvattend. Ik begrijp de achterliggende motieven, maar de motie doet onvoldoende recht aan de zeer complexe historische situatie. De motie op stuk nr. 61 wil ik ontraden. We zouden overigens ook "aanhouden" kunnen zeggen, maar ze is natuurlijk nu niet gedekt, dus wordt ze ontraden. Je zou de motie kunnen aanhouden tot de invoering van het Nationaal Isolatieprogramma. Dat zou dan aan mevrouw Van der Plas zijn, maar vooralsnog moet ik zeggen: ontraden.”
“Dat zal even duren. Hij of zij moet even aan de slag en even de benen onder het bureau krijgen.”
“Ja. Ik kijk ook even naar mevrouw Ollongren. We hadden er net even discussie over. Toen kwam we eigenlijk op het oordeel ontraden, maar ik dacht: je kunt ook zeggen "aanhouden", omdat we nu beginnen met de Nationaal Coördinator. We zijn in de startfase. Er is nu nog geen hoger budget nodig. Laten we het even een kans geven om de zaak van de grond te tillen. Dan kunnen we later opnieuw kijken of er meer geld nodig is. Tegen die achtergrond was mijn voorstel aanhouden, want nu is het echt nog niet nodig.”
“Dan gebeurt het nog niet, hè.”
“Precies. Ik snap het helemaal, maar ik kan niet de toezegging doen dat de hele overheid nu de hele communicatie omgooit. Mijn voorstel is aanhouden. Er komt een brief van de minister van OCW. Directioneel zijn we het eens.”
“Ja, maar u schrijft hier ook heel gedetailleerd in hoe we ze dan moeten gaan noemen, namelijk "praktisch opgeleid", maar dat klopt niet voor het mbo. Die zijn namelijk deels ook theoretisch opgeleid. "Theoretisch opgeleid" klopt voor het hbo niet, want die zijn voor een deel, bijvoorbeeld de physician assistants, praktisch opgeleid. "Wetenschappelijk opgeleid" is prima, maar die andere twee kloppen niet. Daarom wilde ik, in de geest van de motie, omdat ik net zoals u voel dat de huidige termen demotiverend kunnen werken, aan het ministerie van Onderwijs vragen hoe je hier praktischer mee om kunt gaan.”
“Dan de motie op stuk nr. 58. Daarin beweert mevrouw Van der Plas dat het demissionaire kabinet halvering van de veestapel ooit een optie zou hebben genoemd. Dat is gewoon niet zo. Wat er staat, is echt onzin. Ik moet die motie dus stevig ontraden, want dat is nooit een optie geweest. Ik wil verzoeken om de motie op stuk nr. 59 aan te houden. Ik zeg een brief toe van de minister. Wat is hier het probleem? Ik snap haar punt dat de huidige wijze van benoemen van hoe mensen op verschillende niveaus worden opgeleid ook weleens demotiverend kan overkomen, maar wat zij voorstelt, is niet zo handig. In het mbo zijn ook theoretisch opgeleide mensen en in het hbo zijn ook praktisch opgeleide mensen. Denk aan de physician assistants. Het wetenschappelijk onderwijs is allemaal heel theoretisch, behalve natuurlijk weer de opleiding voor de artsen. Die is heel praktisch. Ik denk dus dat deze terminologie niet zo goed is. Ik snap haar punt wel. Mijn verzoek is dus: aanhouden. Dan komt er een brief van de minister van OCW.”
“De motie op stuk nr. 52 doen we dan zo. De motie op stuk nr. 53: ontraden. Dat is niet mogelijk in verband met staatssteun. De motie op stuk nr. 54 is een spreekt-uitmotie. De motie op stuk nr. 55 verzoekt de regering te verkennen of en hoe een staatscommissie aanbevelingen kan doen. Ik zet "staat" dan wel tussen haakjes; het wordt een commissie. Een staatscommissie vinden wij wel heel zwaar. Als dat kan, maar dan met een gewone commissie: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 56 over een nationaal programma Wonen ouderen: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 57, waarin de regering wordt verzocht om de 10 x 100 miljoen naar voren te halen: graag aanhouden. Er komt een brief met de uitwerking hiervan. Ik wil mevrouw Den Haan vragen om deze motie aan te houden. Is zij nog in the house?”
“Meneer Azarkan, niet weglopen.”
“Dan de motie op stuk nr. 50. Onder verwijzing naar de toelichting in het debat over de extra inspanningen tegen ondermijnende criminaliteit, waaronder tegen jeugdcriminaliteit, voor preventie en wijkaanpak, plus de extra gelden voor de politie in de motie-Hermans, wil ik deze motie ontraden. De motie op stuk nr. 51 wil ik ontraden, want er is net een hele evaluatie geweest. Over de motie op stuk nr. 52 het volgende: misschien kan de heer Azarkan de motie voor een tijdje aanhouden, want we zijn nu in de startfase.”
“De motie op stuk nr. 47 wil ik ontraden. De positie van zzp'ers is integraal onderdeel van de hervorming van de arbeidsmarkt van de commissie-Borstlap. Dat lijkt mij toch echt iets voor de formatietafel van een volgend kabinet. De motie op stuk nr. 48 is een spreekt-uitmotie. De motie op stuk nr. 49 krijgt wat mij betreft oordeel Kamer. De regering wordt verzocht een nadere analyse uit te voeren naar de gevolgen van de genoemde voorstellen voor huishoudens, mkb-bedrijven en overheidsuitgaven, et cetera. Inhoudelijk ondersteun ik de motie, maar ik zou deze wel graag zo interpreteren dat de staatssecretaris van Klimaat en Energie in contact treedt met de planbureaus over wat nu mogelijk is. Deze analyse is, naar ik begrijp, afhankelijk van de nationale invulling van het "Fit for 55"-pakket. Zodra er een analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving ligt van het pakket, bekijkt de staatssecretaris met de planbureaus wat mogelijk is. Daarover zal ze u dan informeren. Tegen die achtergrond: oordeel Kamer.”
“Nee, nee, dan is het oordeel Kamer. Slim. De motie op stuk nr. 44: ontraden. Het kabinet zet drukmiddelen in daar waar dat in specifieke gevallen kan bijdragen aan terugkeer. Maar die specifieke omstandigheden zijn van geval tot geval anders en die zouden in een aantal gevallen meer kwaad kunnen doen dan goed. Helaas wil ik die motie echt ontraden. De motie op stuk nr. 45 wil ik het oordeel Kamer geven. Dat wordt ook betrokken bij de scenariostudies die zijn aangekondigd. Dus: oordeel Kamer. Ik zou willen vragen om de motie op stuk nr. 46 aan te houden. Waarom? Omdat er al eerder is toegezegd dat er een brief komt over de levensduurverlening van Borssele. Ik zou de heer Eerdmans in overweging willen geven om de motie aan te houden totdat die brief er is.”
“Hij wordt uitgevoerd. En dan is hij ook ontraden, want overbodig. Nee, dat is flauw. Het is dan "oordeel Kamer" met die manier van uitvoering. Geen rapporten, maar een beantwoording tijdens de begroting JenV.”
“Doe het dan zo. Iedereen is langzamerhand zo overbelast en dat is weer een hele studie. Is het niet mogelijk dat u deze motie indient bij de begroting JenV? Dan kunnen mijn collega's er even naar kijken en misschien zijn ze in staat zijn om dat antwoord in het debat te geven. Dat scheelt dan weer een hele studie, het vrij maken van ambtenaren en het instellen van een commissie. Het is misschien een praktische oplossing om het bij de JenV-begroting in te dienen. Ik zorg dat deze motie daar bekend is. Dan gaan ze dat voorbereiden en kunnen ze het mondeling beantwoorden.”
“41 ontraden. Wij delen de urgentie. De motie op stuk nr. 42 is een spreekt-uitmotie. De motie op stuk nr. 43 over het Deense asielbeleid wil ik ontraden, omdat Denemarken op heel veel punten afwijkt van het gemiddelde van de Europese Unie vanwege een opt-out. Er is ook al vaker onderzoek gedaan naar dat Deense stelsel. Het leek mij goed om de motie op stuk nr. 43 te ontraden.”
“Het kabinet richt zich met het coronabeleid op het beschermen van de kwetsbaren en het voorkomen dat de zorg uiteindelijk te zwaar wordt belast en de toegang tot de zorg wordt beperkt. Dat is de doelstelling. Het is al meerdere keren aan de orde geweest waar het kabinet op stuurt, ook in verschillende debatten met de Kamer, bijvoorbeeld de druk op de zorg, en de ic-bedden. Ik kan richting de heer Baudet zeggen dat het kabinet de maatregelen zo kort als mogelijk, maar zo lang als nodig wil aanhouden. Gelukkig kunnen we vanaf aanstaande zaterdag, overmorgen, de samenleving weer een stukje verder de ruimte geven. De motie op stuk nr. 40 spreekt uit en behoeft dus geen oordeel van mij. Ik snap de intentie van de heer Dassen voor de motie op stuk nr. 41. Een definitief besluit is aan het volgende kabinet, dat dan de ruimte heeft om te kiezen welke additionele hervormingen en investeringen een plek krijgen. We zijn wel gestart met de voorbereiding, kan ik hem zeggen. Zoals toegezegd wordt de Kamer in oktober geïnformeerd over het proces. Tegen die achtergrond wil ik de motie op stuk nr.”
“De motie op stuk nr. 33 is een spreekt-uitmotie. De motie op stuk nr. 34 wil ik oordeel Kamer geven. Ik kan een heel verhaal geven, maar "oordeel Kamer" is kortheidshalve de samenvatting. Dan het overleg met VNG over arbeidsmigranten. VWS is hierover in gesprek samen met SZW, JenV en de G4. Voor het eind van het jaar kan inderdaad een plan van aanpak naar de Kamer gestuurd worden. Daarbij kijken we ook naar de EU-rechtelijke kaders. Tegen die achtergrond oordeel Kamer voor de motie op stuk nr. 35. De motie op stuk nr. 36 van de heer Baudet moet ik ontraden onder verwijzing naar wat we in het laatste coronadebat hebben besproken. De motie op stuk nr. 37: ontraden. Het kabinet heeft geen enkel ander plan voor de inzet van QR-codes voor doelen zoals genoemd door de indiener. De motie op stuk nr. 38: ontraden. Helaas, het virus houdt zich niet aan data, dus we kunnen ook geen harde einddatum opnemen. De motie op stuk nr. 39: ontraden.”
“Er komt een brief van de staatssecretaris op dit punt.”
“Doe dat nou niet hier, een schriftelijke vraag, want ik heb hier nu niet de informatie om die goed te beantwoorden. Dan ga ik hier lopen schaatsen. De motie-Ouwehand c.s. op stuk nr. 28 is een spreekt-uitmotie en betreft een vraag aan de Kamer. De motie-Ouwehand/Simons op stuk nr. 29 moet ik ontraden. Duurzame biomassa is een tijdelijke oplossing voor een energiebron waar vooralsnog geen alternatieven voor zijn en moet mogelijk blijven om de transitie haalbaar en betaalbaar te laten zijn. De motie op stuk nr. 30, CCS uitsluiten met verwijzing naar het debat, wil ik echt ontraden. De motie op stuk nr. 31 moet ik ontraden, want door met SDE++ de reductieopties effectief te selecteren, blijft de transitie voor Nederland weer haalbaar. Ik stel voor de motie op stuk nr. 32 aan te houden. Er komt een brief van de minister van Financiën op dit punt. Aan de hand daarvan kan dan een gesprek plaatsvinden bij de behandeling van de begroting van het belastingplan. Ik stel mevrouw Ouwehand dus voor om de motie op stuk nr. 32 aan te houden, want anders moet ik haar ontraden. Dat laat ook ruimte.”
“Voor de behandeling van de begroting van Landbouw.”
“Ja. We zullen uw vraag daarbij meenemen.”
“Dan betrekken we dit daarbij.”
“Over stikstof komt nog heel uitgebreide informatie naar de Kamer.”
“Nee, dat gaat nu niet. Dit is de tweede termijn. Of de minister van Landbouw moet nu even snel wat opschrijven.”
“De minister van Landbouw komt sowieso nog terug op het hele stikstofdossier. Ik heb dat nu even niet precies paraat, maar daar komen we nog op terug.”