Mark Rutte
minister-president, minister van Algemene Zaken · VVD · Netherlands
“De vraag zal wel zijn, maar die moet je echt bij de formatie aan snee hebben, of je een heel ministerie moet oprichten. Dat kost ook heel veel werk. Je zag dat bij het oprichten van het ministerie van Landbouw. Mevrouw Schouten heeft daar haar handen vol aan gehad.”
“Nee, ik heb er heel veel zin in. De heer Wilders weet dat ik altijd reflecteer op zijn feedback. Ik probeer alleen te benoemen welke pogingen ik in die anderhalf uur deed. Ik probeerde niet iemand te irriteren, maar te schetsen wat volgens mij verstandige besluitvorming is.”
“Dat op dat punt. Het punt van artikel 120 Grondwet vind ik wat lastig, omdat ik ook bij de appreciatie van die motie heb gezegd: dat is echt aan een nieuw kabinet.”
“Om te beginnen zijn het natuurlijk ook termen die we naar elkaar gooien. De SP beschuldigt de VVD van "de doorgeslagen marktwerking in de zorg", en dan zie je de VVD'ers de schouders omhoogtrekken en de armen over elkaar doen. Mijn opvatting is altijd geweest dat marktwerking in de gezondheidszorg maar heel beperkt is.”
“Mevrouw Van der Plas, zeg ik via de voorzitter, dat is natuurlijk wel een zaak van de provincie. Het systeem werkt zo dat er een subsidiestelsel natuur en landbouwbeheer is, dat de provincies via dat subsidiestelsel geld geven en dat die TBO's dan tekenen voor wat ze gaan beheren en wat daar ook bij hoort in termen van doelen, uit het pla…”
“Een paar dingen. Ik begin met de lastenontwikkeling. De bedrijven hebben cumulatief over deze hele periode een lastenverzwaring van 6,2 miljard. De burgers, u en ik, de Nederlanders, hebben een lastenverlichting van 3,9 miljard.”
The complete record
Every one of 559 lines we hold for Mark Rutte, in date order, each linked to its source. Free to read, in full, without an account. Page 6 of 12.
“Meneer Wilders, als u die vraag nou in uw termijn gesteld had, dan had een hele batterij ambtenaren hem genoteerd en was ik vanmorgen tot drie lagen diep hier voorbereid naartoe gekomen. Ik ga het alsnog oplossen. We proberen het nog in deze termijn, dus ook deze vraag geef ik ambtelijk even door. Ik zou nu natuurlijk een foutloos antwoord kunnen geven, maar ik wil de ambtenaren ook de kans geven om mij daarover te adviseren. Voorzitter. Dan kom ik bij een paar vragen van mevrouw Marijnissen over een paar hele wezenlijke kwesties. In de eerste plaats was er een vraag over klassenverschillen en gezondheidsverschillen in Nederland. Ik wil daar een paar dingen over zeggen. In de eerste plaats heeft de coronacrisis, die we nu langzamerhand achter ons laten, maar helaas nog niet helemaal, het belang van gezondheid voor alle Nederlanders volledig in de schijnwerpers gezet. Dat er een verschil zit in levensverwachting tussen praktisch geschoolden en theoretisch opgeleiden is een gegeven dat al decennialang bestaat.”
“Wat u beweert, klopt oprecht niet. Maar ik wil het even heel precies op papier zien. We gaan het even uitzoeken. Ik kom er in tweede termijn op terug en misschien zelfs wel in de eerste termijn, als het kan worden aangereikt. U verhaspelt volgens mij ... Er is nu paniek bij VWS, maar we gaan dit beantwoorden.”
“Mag ik op dit punt vast ...?”
“Nee, ik ga het beantwoorden als u het goedvindt. Sta mij toe.”
“Dat zou mijn politieke stelling bevestigen.”
“Hij stoort.”
“Ik heb nog een paar vragen over de zorg. Of wilt u de interrupties liever tussendoor?”
“Een van de lastige punten hierbij is dat je tijd nodig hebt om voldoende gekwalificeerd en uitgerust personeel op te leiden. Er is nog veel meer over te zeggen, maar misschien mag ik om der tijdswille verwijzen naar de uitvoerige discussie die we, althans de Kamer met de minister van VWS, in het laatste coronadebat erover gevoerd hebben.”
“Daar wordt de Kamer binnenkort, in oktober, nader over geïnformeerd. Dan zijn er op een heel aantal andere thema's op ambtelijk niveau herstel- en vernieuwingsopgaven uitgewerkt. Dat doen we samen met de medeoverheden, universiteiten en hogescholen. Dan gaat het bijvoorbeeld om een gezonde en veilige leefomgeving en om de sociale en mentale veerkracht van de samenleving. Voorzitter. Dan kijk ik even naar de vragen over de zorg. Er zijn vanochtend al heel veel vragen voorbijgekomen. Er was een vraag over de serologische test. Op dit moment is een serologische test niet toegestaan om vast te stellen of iemand een coronabesmetting heeft doorgemaakt. We onderzoeken nu of die test ingezet kan worden. Er is ook een motie over aangenomen. Het OMT gaat op korte termijn — wij verwachten binnen enkele weken — advies uitbrengen over de vraag onder welke voorwaarden een serologisch onderzoek kan leiden tot een uitslag die de basis kan zijn voor een coronatoegangsbewijs. Over de intensivecarecapaciteit is uitvoerig gedebatteerd in het laatste coronadebat.”
“Zorg, absoluut. Er is al heel veel gebeurd, want ik herinner u eraan dat we vanochtend al even een discussie hadden over dit onderwerp, maar er liggen nog een paar vragen. Eén vraag had te maken met het nationaal herstelplan voor de zorg voor de periode na corona. Ik kan u zeggen dat we al tijdens de crisis aan de slag zijn gegaan met het zo breed mogelijk ophalen van de schade die is veroorzaakt door de crisis en hoe we daaruit komen. Dat is gebeurd in een brede dialoog met de samenleving. Dat gaat niet alleen over de zorg. Dat gaat ook over de bredere sociaalpsychologische impact en de economische gevolgen. Er is geen sprake van één nationaal herstelplan. Waar de nood het hoogst was, bijvoorbeeld op het terrein van de onderwijsachterstanden, zijn de herstelplannen al in gang gezet. Een voorbeeld is het NPO, het Nationaal Programma Onderwijs, van 8,5 miljard, om de aan corona gerelateerde vertragingen in alle onderwijssectoren en binnen het wetenschappelijk onderzoek in te lopen. Dat is overigens niet alleen cognitief, maar ook sociaal-emotioneel.”
“Er staat dus in wat nodig is voor het gebied, maar je kunt die informatie niet op bedrijfsniveau gaan delen. Dat gaat niet.”
“Laat ik het even proberen. Mevrouw Schouten kan het misschien zeggen als ik niet ver genoeg ga. Nu zijn provincies bezig met het beoordelen van bedrijven en het voeren van gesprekken met ondernemers. Dat loopt. Er is bij de regeling afgesproken dat de uitvoering van de eerste tranche, zodra die voldoende op gang is, tussentijds wordt geëvalueerd. Op basis daarvan wordt de tweede tranche vormgegeven. In dat kader ligt er ook een motie van De Groot en Van Otterloo om verplaatsen te faciliteren in combinatie met een beëindigingsregeling. Wij kijken als kabinet hoe we de motie van De Groot en Van Otterloo invulling kunnen geven. Wij streven ernaar om de tweede tranche van de gerichte opkoop van veehouderijen, de MGO, komend voorjaar open te kunnen stellen. We kunnen u de hele stand van zaken daarvan toesturen op gebiedsniveau, dus niet op het niveau van individuele bedrijven.”
“Dank. Ik vind u goed. Wat vindt u van mij?”
“Ik vind u de hele dag al heel aardig.”
“Dat doet u de hele dag al.”
“Ik zoek even wat u dan meer wilt.”
“Even kijken hoor. Ik denk dat we wat betreft de gerichte uitkoop van piekbelasters gewoon een stand van zaken kunnen geven. Wat in stap 3 vervolgens extra nodig is, is natuurlijk een veel omvangrijker vraagstuk waar ook allerlei politieke besluiten omheen hangen. Ik denk dat we sowieso kunnen toezeggen dat we hoe het staat met die gerichte uitkoop van piekbelasters opnemen in de stand-van-zakenbrief die Heerma net vroeg.”
“Oké. Ik denk dat we eerst richting de Landbouwbegroting — zo verstond ik ook de vraag van Pieter Heerma — precies in kaart moeten brengen wat de bestaande wetgeving doet en wat de stappen 1 en 2 doen. We zijn bij de stap 2019: het hele wetgevingstraject en ook de uitgaven voor natuur en stikstofreductie, die volgens mij 0,5 miljard per jaar zijn op dit moment. Hoe loopt dat? Wat is nou het gat en hoe moet je dat dichten? Het lijkt mij goed als dat via een brief van het ministerie van Landbouw naar de Kamer komt, want dat vraagt echt om nadere besluitvorming. Het gaat ook om grote bedragen potentieel.”
“Ja, en in mijn wijze van zien zou je dan naast op klimaat op een paar andere grote thema's dat debat hier opnieuw moeten hernemen. Ik vind dit een heel goed idee. Dat geeft je ook allemaal dezelfde kennispositie.”
“Dat is gewoon niet waar. We zijn echt in stappen bezig om het stikstofprobleem aan te pakken. Dit is nou weer zo'n conspiracy. Nee, die is gewoon niet waar.”
“Ik ben het daar niet mee eens. In 2019 is, na de uitspraak van de Raad van State in dat voorjaar, een eerste, heel grote stap gezet om tot een structurele aanpak te komen van het stikstofvraagstuk. Vervolgens is ook wetgeving tot stand gekomen, ook met steun van partijen in deze Kamer. Die wetgeving moet nu worden uitgevoerd. Een van de grote thema's is nu het uitkopen van die piekbelasters. Vervolgens moet de derde stap gezet worden. Het gaat echt in stappen. Het is een enorm proces. Daartoe is aan deskundigen gevraagd: wat zou zo'n volgende stap moeten zijn en wat zijn varianten daarbinnen? Dat zullen we met elkaar allemaal politiek moeten wegen. Maar het is niet zo dat je hier even met een wet en een paar euro's het probleem oplost. Het is een enorm vraagstuk, dat we in een aantal stappen aan het oplossen zijn.”
“Dat hebben we gedaan met de wetgeving, en bij klimaat met de bijna 7 miljard. Maar daarmee zijn we er nog niet. Daar heeft mevrouw Ouwehand natuurlijk gewoon gelijk in.”
“Ik zou niet willen zeggen dat we het hebben overgelaten. Er is natuurlijk heel veel gebeurd om het stikstofprobleem onder controle te krijgen. Maar dat is niet genoeg. Ik denk dat we het als volgt moeten doen. Als de formatie niet op gang komt, moet dit een onderdeel zijn van die bredere gedachtewisseling tussen kabinet en Kamer. Net als bij het klimaatvraagstuk, zal dan ook hier een grotere beweging moeten worden gemaakt, denk ik. Maar er gebeurt al heel erg veel. De wet is aangenomen. De provincies zijn volop bezig met het beoordelen van bedrijven en het voeren van gesprekken met ondernemers. De eerste tranche in samenspraak met de provincies wordt op dit moment geëvalueerd. De tweede tranche wordt nu vormgegeven. Het gaat dan dus over de piekbelasters rondom natuurgebieden. Dat is een groot thema binnen het vraagstuk van de stikstofaanpak. Het is dus niet zo dat er niets gebeurt, zou ik willen zeggen. Maar ik ben het ermee eens dat er veel meer moet gebeuren. Net zoals wij dat ook bij klimaat doen, zet dit kabinet nog een grote stap.”
“Tenzij de heer Wilders zijn zin krijgt met die verkiezingen.”
“Gezellig. Gaan we doen. Ik zie ernaar uit.”
“Ik hou daar rekening mee.”
“Laten we het zo doen. Ik gaf het strenge antwoord, namelijk: het is aan de provincies, laten we het niet naar ons toe trekken. Maar de minister van Landbouw zegt — dat artikel verschijnt binnenkort — dat zij dan richting begroting LNV met een reactie op dat artikel komt. Zullen we dat doen?”
“Ja. En een koekje. Nee? Geen koekje? Oké.”
“Ja. Een mevrouw Van der Plas wil er ook eentje.”
“Een cappuccino.”
“Het Interprovinciaal Overleg, zo heet het.”
“Mevrouw Van der Plas, zeg ik via de voorzitter, dat is natuurlijk wel een zaak van de provincie. Het systeem werkt zo dat er een subsidiestelsel natuur en landbouwbeheer is, dat de provincies via dat subsidiestelsel geld geven en dat die TBO's dan tekenen voor wat ze gaan beheren en wat daar ook bij hoort in termen van doelen, uit het plan van de provincie voor natuurbeleid. Ze moeten dan ook regelmatig laten zien wat ze daar doen. Ik begrijp dat er nu een artikel aankomt dat beargumenteert — wellicht ook onderbouwt, ik heb het artikel niet gezien — dat onvoldoende is vast te stellen of dat ook gebeurt, maar dat lijkt mij toch in de eerste plaats een zaak voor de provincies. Zij zijn hier de subsidieverstrekkende instantie. Ik kan mij ook voorstellen dat, als dat artikel verschijnt, daarop gereageerd zal worden door het IPO, het interprovinciaal orgaan voor onze provincies of het interprovinciaal overlegorgaan, of door de gedeputeerden die daarover gaan. We moeten, denk ik, voorkomen dat we dit ook naar het nationaal niveau trekken, want we hebben hier al zo veel op ons bord liggen.”
“Absoluut, maar mevrouw Schouten wist het allemaal al. En dat is belangrijker.”
“Het is voor het eerst in mijn elf jaar dat ik het hier over de Oostvaardersplassen heb, zeg ik heel eerlijk. Ik ben dus niet zeer deskundig en daarom maakt alleen dit al een feest van dit debat.”
“Ik heb me verstaan met de minister van Landbouw en zij zegt dat het niet onherstelbaar is. Een van de criteria om zo'n bestemming te veranderen, is de al of niet onherstelbaarheid. Maar misschien is het idee wel goed. U dient een motie in, begrijp ik. We kunnen dan naar aanleiding van die motie richting de landbouwbegroting nog wat nader reageren. Misschien is dat beter dan nu improviseren. Maar in de kern zit je, zo begrijp ik, wel met dat vraagstuk van de onherstelbaarheid van de schade. Maar goed, dat krijg ik net ook even ingefluisterd. Het lijkt me beter dat we dat aan de hand van de motie wat uitvoeriger hernemen.”
“Daarom zijn we aan het kijken of en op welke manier kernenergie in de toekomstige mix in Nederland een rol kan spelen. Daartoe heeft de staatssecretaris van Klimaat en Energie een scenariostudie laten opstellen voor de periode 2030 tot 2050 en de periode na 2050. Het is dan denk ik aan een volgend kabinet om daarover te decideren. Dat, voorzitter, over landbouw, stikstof en kernenergie.”
“Daarover zeg ik het volgende. De hele aanpak rondom stikstof is tegelijkertijd zowel gericht op het bieden van perspectief voor de landbouw als op het ervoor zorgen dat de staat van de instandhouding van de natuur verbetert. Daarom wordt er ook een aanpak gekozen waarmee ondernemers duidelijkheid hebben over welke vorm van ondernemerschap en, waar het mogelijk is, binnen welke randvoorwaarden en waarmee ondernemers weer een toekomstperspectief kan worden geboden. Voorzitter. De Oostvaardersplassen. Ik heb het inmiddels even nagekeken. Mevrouw Van der Plas herinnerde mij aan die vraag. Dat is een beschermd natuurgebied. Dat is dus niet ontsloten en ook niet geschikt voor woningbouw. Voorzitter. Dan kernenergie. Met betrekking tot de toepassing van biomassa heb ik al het een en ander gezegd. Over kernenergie zeg ik het volgende. Zoals we ook in het Klimaatakkoord hebben benoemd, is kernenergie een mogelijkheid om CO 2 -neutraal elektriciteit te produceren. Dat heeft dus ook voor de langere termijn onze aandacht.”
“Omdat de stikstofproblematiek in de toekomst blijvend aandacht zal vragen, heeft het kabinet ten behoeve van de formatietafel, en dus ook voor een volgend kabinet, gevraagd wat een mogelijke vervolgaanpak voor stikstof zou kunnen zijn. Er is gevraagd om ambtelijk een integraal pakket te onderzoeken waarin klimaat-, water- en natuuropgaven in samenhang worden opgepakt en waarbij de landbouwsector wordt ondersteund bij het maken van de benodigde verduurzamingsdoelen. Voorzitter. Dan was er de vraag waarom de stikstofuitstoot maar met 30% in plaats van met 50% ... Dat was een wat breder betoog dat werd neergezet. Met de huidige structurele aanpak en de stikstofwet wordt er een grote stap gezet om het stikstofprobleem op te lossen. Maar we hebben ook altijd gezegd dat de aanpak hier niet stopt en dat er meer nodig zal zijn om de staat van de natuur te verbeteren, niet alleen qua stikstofreductie, maar ook qua natuurmaatregelen. Dat betekent dat er ook in de toekomst nog belangrijke keuzes moeten worden gemaakt. Wie draait er dan voor op als dat niet goed gaat?”
“Het is de intentie van het kabinet om boeren die willen blijven boeren verder te helpen om dat duurzaam te doen en om de sector op die manier ook toekomstbestendig te maken, onder andere door innovaties te stimuleren en te ondersteunen bij extensivering en eventueel, als dat noodzakelijk is, bij verplaatsing. Niet iedere ondernemer zal die omslag maken en daarom zet het kabinet in op de ondersteuning van deze ondernemers, met eventueel een beëindigingssubsidie, om ook hun een redelijk handelingsperspectief te kunnen bieden. Dan. Het is nodig dat er inderdaad goed toekomstperspectief blijft voor Nederlandse boeren — ik heb dat al gezegd — en dat de omslag naar een duurzame, toekomstbestendige landbouw wordt vormgegeven. Daarom wordt er ook aan alle kanten ondersteuning gegeven in de komende jaren. D66 vroeg naar de stikstofplannen. Het kabinet is op dit moment bezig met de uitvoering van de huidige structurele aanpak en de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Dit vormt de basis voor zowel het realiseren van de natuurdoelen als voor het perspectief op economische ontwikkelingen.”
“Het kabinet stimuleert nieuw ondernemerschap, werkt aan betere beloning van publieke diensten, versterkt de marktmacht van agrarische ondernemers en, wat belangrijk is, bevordert daarbij ook een gelijk speelveld. Dat alles is met het doel om ruimte te geven aan agrarisch ondernemerschap en om perspectief te bieden. Voor de NVWA hecht ik aan uitlegbare en kostendekkende tarieven. Daarvoor is continu aandacht en daarover wordt ook verantwoording afgelegd aan de Tweede Kamer. Dan de vraag: moeten de boeren weg? Is dat de reden dat innovaties in de agrarische sector worden afgewezen? Nederland staat absoluut voor grote vraagstukken op het terrein van klimaat, stikstof en biodiversiteit. Een omslag naar een duurzame, toekomstgerichte landbouw is daarom nationwide noodzakelijk. Daarom wordt er ook aan alle kanten gewerkt aan maatregelen om de stikstofemissies te reduceren en bij de bron aan te pakken. Dat leidt tot een heel pakket aan maatregelen, met daarin balans voor boeren die willen en kunnen verduurzamen maar ook voor boeren die eventueel willen stoppen.”
“Naast strenge hygiënemaatregelen op het bedrijf is de ziekte te voorkomen door gebruik van weerbare robuuste aardappelrassen met resistentie tegen deze ziekten. Ze worden ook gebruikt in de biologische landbouw. Het kabinet is vooralsnog niet op de hoogte van dat nieuwe onderzoek over landbouwgraslanden in westelijk veengebied. Die blijken meer leven te bevatten dan de natuurgebieden ernaast. Ik zou mevrouw Van der Plas willen vragen om mij dat onderzoek toe te sturen. Dan komen we daar richting de begroting LNV schriftelijk op terug. Dan was er de vraag wat wij concreet gingen doen voor een beter inkomen van de boeren in Nederland. Die vraag ging ook in op de tarieven van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Alles wat wij doen is erop gericht ervoor te zorgen dat de boeren in Nederland een stevige positie hebben in de keten en ervoor te zorgen dat het verdienvermogen van boeren wordt versterkt. Dat leidt tot een hele reeks concrete maatregelen. Die zijn onder andere uiteengezet in de agrarische ondernemerschapsagenda, die ook vorige jaar naar de Tweede Kamer is gestuurd.”
“Ze doen dat bij de provincies, via het Subsidiestelsel Natuur en Landschap. Ze tekenen in voor natuurterreinen die ze gaan beheren conform de doelen uit het natuurbeleidsplan van die provincie. Ze moeten op regelmatige basis laten zien welke natuur ze hebben gerealiseerd. Een van de voorwaarden uit het Subsidiestelsel Natuur en Landschap is dat alle beheerders moeten zijn gecertificeerd. Als er internationaal wordt gewerkt, geldt dat de verantwoordingscriteria voor subsidieverlening stringent zijn. Op dat punt is er natuurlijk een bijzondere verantwoordelijkheid voor de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De Toekomstvisie gewasbescherming 2030 gaat in op de weerbaarheid van planten en teeltsystemen. Ziekte, plagen en onkruiden krijgen daardoor minder kans, zodat de behoefte aan gewasbeschermingsmiddelen afneemt. Fytoftora is een ziekte in de aardappelplant. De schade voor biologische boeren in de warme, natte juliperiode was inderdaad groot. Biologische boeren gebruiken immers in principe geen gewasbeschermingsmiddelen om deze ziektes te bestrijden.”
“Dierenwelzijn is een belangrijk onderdeel van het kabinetsbeleid. Dit jaar heeft de Kamer een amendement aangenomen over huisvesting op de Wet dieren. Zoals met de Kamer afgesproken, voeren we nu eerst een juridische analyse en impactanalyse uit van het aangenomen amendement over de huisvesting van dieren. Daarover wordt de Kamer dit najaar geïnformeerd. Daarbij is natuurlijk ook het onderzoek van de OVV naar de stalbranden van belang. Dan over Brazilië. Brazilië is een grote en competitieve producent van landbouwproducten. Waar het voor de Europese Unie gevoelige producten betreft, zoals rundvlees, is de import uit Brazilië beperkt, aangezien de Europese Unie op deze producten een significant importtarief hanteert van 40% of hoger. Wat betreft het mogelijke handelsakkoord, waar de vraag eigenlijk over ging, tussen de EU en de Mercosur-landen, zal het kabinet een standpunt bepalen zodra de volledige teksten van het akkoord zijn voorgelegd. Voorzitter. Dan zijn er vragen gesteld over de terreinbeherende organisaties. Die moeten zich verantwoorden over het natuurbeheer dat ze voeren.”
“Voorzitter. Dan waren er ook een paar vragen over de landbouw. Ik zal reageren op een aantal gestelde vragen. Laat ik vooropstellen dat het van groot belang is dat er een goed toekomstperspectief blijft voor de Nederlandse boeren. Ze zijn uiteraard belangrijk voor onze voedselvoorziening. Ze zijn belangrijk voor het vitaal platteland. Daarbij moeten we ook langjarig perspectief geven voor ondernemers die deze omslag willen en kunnen maken. Dat betekent dat we de landbouwsector moeten ondersteunen en ervoor moeten zorgen dat die steun langjarig beschikbaar is. Dat biedt een betrouwbare basis voor bedrijfsontwikkeling. Dat gaan we dus ook doen. Daar is het hele beleid op gericht. Dat moet onder andere terugkomen in de verdere aanpak van stikstof. Er is natuurlijk al heel veel gebeurd, maar er moet nog een enorme bak werk verricht worden om de stikstofuitstoot echt onder controle te krijgen en daarmee ook de economische effecten daarvan onder controle te krijgen, bijvoorbeeld van wegen aanleggen, huizen bouwen en andere infrastructuurprojecten. Voorzitter.”
“Dat zijn we aan het doen nu. Daarom is het ook ongekend dat een demissionair kabinet bijna 7 miljard uitgeeft aan dit onderwerp. Dat gebeurt met brede steun uit de Kamer, volgens mij. Het is ook nodig om dit te doen, niet alleen vanwege Urgenda, maar ook vanwege de andere vraagstukken die er liggen. We zullen natuurlijk met elkaar — dat moet echt in de formatie gebeuren — gedetailleerd moeten afspreken wat er nodig is voor de 55, wat er nodig is voor de lange termijn, wat er nodig is voor de groenewaterstofbackbone en wat er nodig is voor de verdere aanpak van het stikstofvraagstuk dat potentieel om heel veel geld zal gaan en ook tot op zekere hoogte een effect zal hebben op de CO 2 -uitstootbeperking. Helaas is dat effect niet zo heel groot, maar het zal een effect hebben en in ieder geval bijdragen aan een beter leefklimaat.”
“Ja, waar het gaat om klimaatverandering. Urgenda is een ingewikkeld vraagstuk. Daarvan menen wij dat wij nu het maximale doen om het vonnis uit te voeren. Dat geldt voor 2021 en 2022, maar ook voor 2021 zichtbaar in 2023. Dat doen we met de extra maatregelen die we in het pakket nemen. Het is wel zo dat de CO 2 -uitstoot per jaar flink kan fluctueren, afhankelijk van hoe warm of koud de winter is, de brandstofprijzen en de CO 2 -prijs. Daar komt bij dat op zeer korte termijn de maatregel wat betreft de CO 2 -uitstoot van kolencentrales in werking treedt. Dat gaat ons ook helpen. Wij menen hiermee echt het maximale te doen om aan de Urgenda-uitspraak te voldoen. Uiteindelijk willen we in de toekomst dit gedoe niet meer hebben. Ik wil liever overdimensioneren naar de toekomst dan onderdimensioneren. Dat doen we nu dus ook door deze 6,8 miljard richting 2030 voor de 49%, de 55% en uiteindelijk de doelstelling voor 2050.”
“Wat wij doen, is in deze Miljoenennota bijna 7 miljard uittrekken om op allerlei terreinen maatregelen te kunnen nemen: van CCS tot en met het bouwen van een groene waterstofbackbone. We nemen, zoals mevrouw Ouwehand weet, ook een heel aantal maatregelen voor de kortere termijn: van een energiebesparingsplicht bij bedrijven tot en met energiesparing en hybride waterpompen bij woningen. Al deze dingen doen we. Die zijn allemaal van belang, ook voor de kortere termijn. We zullen in 2023 zien wat de uitstoot in 2021 was. Onze ambitie is om het wel te halen, maar ik zeg erbij — daar moeten we heel duidelijk over zijn — dat die 6,8 miljard niet genoeg is. Uiteindelijk zal er nog meer bij moeten. We zullen daar de komende weken, ik hoop bij de formatie, nadere besluiten over moeten nemen.”
“2 graden en we proberen de 1,5 graad in zicht te houden. Dat is de doelstelling van het Akkoord van Parijs. Wat wij doen, is hiervoor een pakket van 7 miljard uittrekken. Ik heb al gezegd dat dat niet genoeg is. Er zal meer moeten gebeuren: ofwel bij de formatie of later, maar op tijd, voordat de begroting niet meer kan worden aangepast. Ik heb dat al een paar keer gezegd. U heeft mij niet horen praten over de 0,5%-groep. Ik heb het tegenovergestelde betoogd, namelijk hoe belangrijk het is dat Nederland wel deze verantwoordelijkheid neemt als zeventiende economie van de wereld.”
“Parijs is 2 graden en zicht houdend op 1,5 graad. Dat is de doelstelling waartoe we ons gecommitteerd hebben in 2015 bij de COP in Parijs. Dat vertaalt zich in Europa in de 49% inmiddels, ook mede door Nederland want dit regeerakkoord had grote ambities. Ik zeg niet dat het door Nederland komt, maar wij hebben in ieder geval in Europa in de klimaatdiplomatie bijgedragen aan het opkrikken naar 55% en klimaatneutraal in 2050. Wij denken dat het van enorm belang is om zo dicht mogelijk in de buurt van die doelstellingen te komen. Ik ben het volkomen, maar dan ook volkomen eens dat als je dat niet doet en dit laat schieten — mevrouw Ouwehand heeft daarin gewoon gelijk — het enorme gevolgen zal hebben, niet alleen voor ons land maar ook voor dit deel van de wereld.”
“Op dat vlak zijn wij gewoon nummer een in de wereld.”